Frankrijk: een jaar van koppig terugkrabbelen

PARIJS, 15 NOV. Dankzij een nieuw stakingsgolfje zijn er vandaag geen kranten in Frankrijk die in herinnering kunnen roepen hoe Alain Juppé zich precies een jaar geleden warmde aan een staande ovatie in de Assemblée Nationale. Zijn plan om de sociale zekerheid te redden werd geroemd als 'moedig' en 'visionair'. Het was het allerlaatste applaus voor deze minister-president.

Na een jaar koppig terugkrabbelen staat het Franse volk verder van de wereld af dan tijdens die woest anti-Europese stakingsweken van november en december 1995. In twaalf maanden hebben president Chirac en zijn frontsoldaat Juppé zich met vaste hand zelfs van hun meest trouwe aanhangers vervreemd. Frankrijk staat nog vastberadener met zijn rug naar economische en mentale modernisering dan een jaar geleden.

“Fransen zijn Italianen die niet lachen”, zei een Franse vriend vanmorgen om mijn indrukken te weerleggen. “Wij zijn altijd ontevreden, ook als het goed gaat.

Zij lachen zelfs als de toestand rampzalig is.'' De Franse voorliefde voor introspectie en improvisatie wordt niet altijd gecombineerd met een helder zicht op de wereld buiten Frankrijk.

Als vandaag banken, binnenlandse luchtvaart, wegvervoer en de Parijse metro voor de zoveelste keer tekenen van agitatie vertonen, dan is dat maar een kleine selectie uit de aanwijzingen voor bijna epidemische onlustgevoelens. Terwijl de buurlanden zich bijeen rapen, staart Frankrijk - met een nog stijgende werkloosheid van nu 12,6 procent - als een konijn in de koplampen van de toekomst.

De 'fermeté' waarmee Chirac oktober '95 voor een straf begrotingsbeleid koos om mèt Duitsland naar een harde euro toe te werken, staat in bizar contrast tot de wankelmoedigheid waarmee veel bijbehorend beleid wordt uitgevoerd. Of liever gezegd: aangekondigd en later afgezwakt dan wel ingetrokken. De lijst van de angst is lang, onvolledig en incongruent.

Gisteren werd bekend dat de aangekondigde privatisering van elf regionale 'Rabo'-banken onder de verzamelnaam CIC wordt afgeblazen. De koper, de bank BNP, stond klaar met een mooi bod, maar het CIC-personeel was bang voor banen, hun Kamerleden lobbyden met succes. De privatisering van France Télécom: nooit meer van gehoord. De opsplitsing van de spoorwegen in infrastructuur en exploitatie per 1 januari '97: voor onbepaalde tijd uitgesteld. De belangrijke TGV-lijn naar Straatsburg en het oosten: beloofd, te duur, komt er toch, maar voorlopig niet. De inhaal-operatie Air France (miljardenverliezen): moeizaam, moeizaam, werkonderbrekingen bij de vleet.

De elektronische staatsparel Thomson: wegens eindeloze verliezen voor 1 franc te koop aan de privé-sector - de weerstand is breed, de verdediging verward. Resultaat: stilstand.

Pag.12: Premier Juppé kan niet toveren

De talloze opiniepeilingen waaraan het Franse volk wordt onderworpen komen allemaal met hetzelfde simpele antwoord op deze ongrijpbare crisis: Juppé moet weg, knappe man, maar zijn beleid is verkeerd, we willen een andere economische politiek. Hoe dat beleid er vervolgens uit moet zien is veel minder duidelijk. Ook bij de oppositie binnen en buiten de rechtse regeringscoalitie. Dat illustreert het naar binnen gerichte karakter van de nationale discussie.

Juppé is zijn eerste ministerschap vorige zomer begonnen met een belastingverhoging van tientallen miljarden guldens. Die heeft de toch al slome groei een nekslag gegeven, ook al leek het een effectieve manier om de Fransen te waarschuwen dat het voorlopig uit was met de eeuwig voorschietende staat. Balladur had de twee voorafgaande jaren het begrotingstekort wat laten sloffen in de hoop dat het publiek de groei bij elkaar zou consumeren. Dat werkte nauwelijks, Juppé's broekriem nog minder - bovendien vielen de belastingopbrengsten extra tegen als gevolg van de schrik, waarna de doorgroeiende werkloosheid om extra uitkeringen vroeg.

In die neerwaartse spiraal helpt alleen toveren nog om het vertrouwen terug te winnen. En dat is, met al zijn begrijpelijk pleiten voor gezond verstand en opruimen van de stal, het laatste waar de technocraat Alain Juppé toe in staat is.

Maar wie zou het wel kunnen? De miljoenen Fransen die in de beschutte werkplaatsen van het onderwijs, de posterijen, de telefoondienst, de banken en de transport-sector werken hebben veel te verliezen. Geen wonder dat zij als enigen de vakbonden in leven houden. Vandaar de ratels, de stakingsvuren en de sirenes die ook morgen - goedkoop op de vrije zaterdag - de straten zullen vullen.

Het vertrouwen in 'de politiek' om het land door de woestijn te leiden is toch al gering. Niet alleen vanwege de door felle rechters aan het licht gebrachte corruptie-praktijken, waarbij politie en openbaar ministerie als instrumenten van de macht worden gebruikt. Het is trouwens om letterlijk die constatering dat gisteren de bekende rapgroep NTM (Nique Ta Mère) tot zes maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk, werd veroordeeld.

Het beeld van vriendjespolitiek wordt versterkt wanneer blijkt dat de regeringscoalitie, met uitdrukkelijke instemming van het Elysée, werkt aan vermindering van de toch al milde vermogensbelasting. Voor een president die zich anderhalf jaar geleden liet kiezen als heelmeester van de maatschappelijke tweedeling een pijnlijk symbool van opkomen voor het grootkapitaal. “Zoiets doe je niet”, brieste vanmorgen op de radio de socioloog Emmanuel Todd, voor Chirac de uitvinder van het winnende thema van de 'fracture sociale'.

Als zondag de tussentijdse verkiezingen in de stad Dreux het Front National weer wind in de zeilen geven, dan heeft dat meer met politieke en economische ontreddering dan met echte vreemdelingenhaat te maken. De twee-eenheid Chirac-Juppé blijft voorlopig doorploeteren. De enige alternatieve premier die zich warmloopt, Kamervoorzitter Séguin, wil Frankrijk redden door de frank 15 procent te devalueren. Als dat kan en mag is op de Europese markt uw euro straks een daalder waard.

    • Marc Chavannes