Er is gedonder in Atjeh; Tv-serie 'In naam der koningin' over een noodlottige expeditie

De televisieserie 'In naam der koningin', die vanaf dinsdag wordt uitgezonden, is gebaseerd op een roman van Madelon Székely-Lulofs over een expeditie die in 1911 in de rimboe van Atjeh verdwaalde. “Het zweet loopt de acteurs zichtbaar in de kraag.”

The making of In der naam der Koningin, maandagavond, Ned.1, 18.56-19.26u. Dokument: Atjeh, Atjeh, maandagavond, Ned.1, 22.56-23.37u. In naam der Koningin, dinsdagavond, Ned.1, 21.06-22.07u. M.H. Székely-Lulofs: De hongertocht. Uitg. Conserve, ƒ 19,50. Carl Tewes: In naam der Koningin. Uitg. Conserve, ƒ 29,95.

De patrouille van onderluitenant Nyhof trok op 11 juli 1911 vanuit het bivakterrein Meureudoe de rimboe van Atjeh in om naar een bende opstandelingen te zoeken. Het was een helder zonnige dag, schreef M.H. Székely-Lulofs in haar roman De hongertocht, en niemand wist toen nog hoe rampzalig het zou aflopen met deze expeditie buiten de geconcentreerde linie van het Nederlandsch-Indisch Leger, waar overal de islamitische Atjeh-strijders als guerilla's op de loer lagen. De patrouille verdwaalde en werd pas na 39 dagen teruggevonden. Van de 76 manschappen waren er 28 omgekomen van de honger.

Madelon Székely-Lulofs, die eerder roem had vergaard met haar op Oost-Sumatra gesitueerde roman Rubber, schreef het boek over de hongertocht in 1936. Het was een waar gebeurd verhaal, waarin ze alleen de namen van de Nederlanders had veranderd. Ze beschikte over de authentieke verslagen van de onderluitenant Nutters, die 25 jaar eerder de commandant van de noodlottige expeditie was geweest, en bracht de feitelijke gegevens tot leven door haar inlevingsvermogen, haar schrijftalent en haar herinneringen aan haar eigen vroegste kinderjaren, omstreeks 1900, toen haar vader nabij het gebied van Atjeh bestuursambtenaar was en het militaire kampement nog herhaaldelijk werd beschoten: “En toen wij daar weggingen, uit Melaboh, mijn vader ternauwernood hersteld van een Atjehse dolkstoot in de buik, opgedaan bij een nachtelijk gevecht om een huis vol rebellen, toen moet ik, onbewust, in mij meegenomen hebben, die hele ná-sfeer van de Atjeh-krijg, de fantomen van soldaten en gewonden en gekettingde gevangenen...”

De expeditie die in de tv-serie In naam der Koningin, die vanaf dinsdag wordt uitgezonden, de kampong binnen de geconcentreerde linie verlaat en het vijandige binnenland intrekt, heeft een ander doel. In het gevolg van luitenant Vierkens, anno 1898, bevindt zich niet alleen een groep Nederlandse en inlandse militairen, maar ook een ambitieuze geoloog uit Den Haag die opdracht heeft gekregen in het oerwoud naar olie te zoeken. Hoewel de geografische grenzen tussen de Nederlanders en de Atjehers min of meer vastliggen, blijkt de Nederlandse regering - onder invloed van het olie-kapitaal - bereid te zijn haar onderdanen grote risico's te laten lopen. Wat de personages in de tv-serie nog niet kunnen weten, was dat 1898 een uiteindelijk een cruciaal jaar in de koloniale geschiedenis zou worden: het jaar waarin gouverneur Van Heutz de status quo opzettelijk doorbrak en een begin maakte met de bloedige bezetting van heel Atjeh.

Prima donna's

Zo is de door Székely-Lulofs beschreven hongertocht niet alleen dertien jaar naar voren geschoven, maar ook in een andere context geplaatst. De luitenant Vierkens, die zijn eer tracht te redden nadat hij bij een eerdere expeditie zijn militaire taak heeft verzaakt, staat tijdens de expeditie tegenover de arrogante geoloog Moree, die nooit anders gewend is geweest dan zijn zin te krijgen. 'Er is olie in Atjeh', aldus de geoloog. 'Er is gedonder in Atjeh', sputtert het leger tegen. In de kampong loopt Vierkens' vrouw intussen op alle dagen, terwijl in Den Haag de beoogde verloofde van Moree wacht. Waar de schrijfster van De hongertocht haar roman omschreef als 'een toneelstuk zonder prima donna's', heeft de tv-serie zodoende twee prima donna's in de hoofdrol, respectievelijk gespeeld door Rik Launspach en Thom Hoffman.

De vijfdelige serie In naam der Koningin, in opdracht van de NCRV gefilmd op de Filippijnen onder regie van Bram van Erkel, is voor Nederlandse begrippen een prestigieuze produktie die meer dan tien miljoen gulden heeft gekost. Als in een Apocalypse Now in het klein wemelt het in de jungle van de sluipschutters en van de ontploffingen. Maar ook oogt het landschap af en toe zo vredig en zo schilderachtig, dat het lijkt alsof er van geen wederzijds wapengekletter sprake is en het Nederlandse gezag over de inlanders berust op eeuwenoude afspraken.

'Stap voor stap dringen ze voort', schreef Székely-Lulofs, 'takken en struiken breken onder de brute slagen van den klewang, maar het net van lianen is nog onaangetast, lange grijparmen worden doorgehakt, onmiddellijk grijpen honderd andere met scherp gedoornde klauwen om zich heen. Ze worstelen tegen deze dichte begroeiïng, die aan alle kanten op hen gedrongen staat en zij dringen voort, met schouders en ellebogen, het is bedompt en vochtig, een kleffe broeikas-atmosfeer. Hun hart pompt met bonkende slagen, hun spieren trillen, hun longen hijgen stokkend en knersend, scherpe rotspunten steken telkens onverwacht uit den bodem op, ze worden aangevallen door muskieten en door bloedzuigers, die hen uit het dichte, natte gebladerte bespringen, zich op hen laten vallen en ongemerkt binnen glippen in hun kraag en beenwindsels...'

Zweet

Zo evocatief heeft Bram van Erkel de hopeloze onderneming niet kunnen filmen, maar het zweet loopt de acteurs zichtbaar in de kraag, de antagonisten staan geprononceerd tegenover elkaar en aan het expeditie-verhaal is een wachtend thuisfront toegevoegd dat de toenmalige verhoudingen aardig in beeld brengt. Hoewel ik de historische accuratesse niet tot in alle details kan controleren, heb ik tijdens het kijken naar twee afleveringen - de delen één en vier - naar mijn gevoel heel wat opgestoken over de Atjeh-strijd die allang geen vanzelfsprekend onderdeel van de geschiedenislessen meer is.

In naam der Koningin is volgens de titelrol geschreven door een zekere Geert van Doormaal, waarna de Engelse scenarist Peter Palliser een shooting script heeft vervaardigd. Van Doormaal blijkt echter het pseudoniem te zijn van de geoefende auteur Hugo Heinen, die eerder eer inlegde met de advocatenreeks Pleidooi. Nadat zijn scenario in opdracht van producent Carl Tewes was herschreven, heeft hij laten weten zich van de serie te distantiëren. Zelf heeft Tewes op basis van het script een gelijknamig boek geschreven - een roman die, blijkens een naschrift, is 'geïnspireerd door de roman De hongertocht van M.H. Székely-Lulofs'.

In de serie komen luitenant Vierkens en geoloog Moree eerloos aan hun eind zonder een stempel op de geschiedenis te hebben gedrukt. In werkelijkheid heeft onderluitenant Nutters een jaar na de expeditie zijn functie neergelegd, omdat hij een omstreden man was geworden. In plaats daarvan trad hij als werknemer in dienst bij een suikerfabriek. Na zijn pensioen, toen bleek dat de herinnering aan de hongertocht hem niet wilde verlaten, kwam hij ertoe het materiaal ter beschikking te stellen voor een boek. Met de fictieve Vierkens en Moree had hij in elk geval het zinloze van zijn inspanningen gemeen. Atjeh is in de vaderlandse geschiedschrijving immers verschrompeld tot een voetnoot, gruwelijk en nodeloos.

    • Henk van Gelder