Een triomf van avontuurlijke vertelkunst

Paul Theroux: Mijn andere ik. Vertaald uit het Engels door Tinke Davids. Atlas, 464 blz. ƒ 49,90

Wanneer de lezer drie verhalen in dit boek gevorderd is (of drie hoofdstukken, zoals Theroux zal insisteren) heeft hij de ik-figuur evenzovele vrouwelijke toenaderingspogingen zien afwijzen. De eerste is die van een non in Malawi die hem toevertrouwt naakt te zijn onder haar habijt. De tweede van de vrouw van een weldoener in Singapore ('haar mooie sarong zakte af, geen broekje, en ik kon de donkere tarantula van haar geslachtsdelen zien') En de derde van een sexy, excentrieke adellijke Londense die evenmin een echte Lady is als de non uit het eerste verhaal een echte non. 'Sommige vrouwen kunnen zo zielig lijken als ze worden afgewezen', overweegt de auteur, 'tragisch haast, alsof ze op het punt staan dood te gaan. Als ze de juiste man ontmoeten krijgen ze een nieuw leven. Ze fantaseren dat een man wonderen voor hen kan doen. Maar voor de meeste mannen is afwijzing geen tragedie, maar doodgewoon pech - uit, erweer ingestonken; wordt tijd voor een ander, jongen.'

In de resterende hoofdstukken van dit heerlijke boek wordt de balans ruimschoots hersteld. Zo wordt Theroux op zijn beurt afgewezen door zijn vrouwelijke psychiater en door een Australische interviewster die zich heeft herkend in een personage in Theroux's bestseller De grote spoorwegcaroussel. Na een summier interview en enige cockteasing raakt zij in haar verwijt aan de auteur de kern van waar het Theroux in dit boek om lijkt te gaan: 'Jij denkt dat mensen insekten zijn die je kunt vangen en tentoonstellen. Hun kleren. Hun eetgewoonten, hun gekreun. En als ze niet lelijk zijn, dan máák jij ze lelijk, of als ze niet mooi genoeg zijn, máák je ze mooi omdat je daar zin in hebt. En het arrogante van jou, dat is verdomme dat je denkt dat die mensen, nadat je over ze hebt geschreven, jouw eigendom zijn - ze zijn van jou, enkel en alleen omdat jij ze op die bladzijde hebt vastgepind.'

Theroux heeft nauwelijks verweer, want wat als een verwijt bedoeld is, is in het domein van de fictie een geaccepteerd gebruik, wat hij vervolgens weer onderstreept door over het voorval een verhaal te schrijven.

In een van de mooiste hoofdstukken van deze denkbeeldige autobiografie/ verhalenbundel/ roman raakt de schrijver van het boek The Kingdom by the Sea (Paul Theroux geheten) verzeild in het afgelegen huisje van een aantrekkelijke vrouw die in haar boekenkast bijna al zijn boeken heeft verzameld. 'Ik zou hem zo graag ontmoeten', verzucht ze nadat ze de schrijver net heeft duidelijk gemaakt niet op zijn avances in te gaan. 'Ik denk dat we het fantastisch zouden hebben. Ik geloof dat ik hem heel gelukkig zou kunnen maken.' Dit alles terwijl haar ogen 'flonkerden van felheid. Ze zeiden: maak dat je wegkomt.'

Theroux heeft zich aan haar voorgesteld als Edward Medford en met het noemen van die naam wordt hij ook gelijk het personage in het door hem geschreven verhaal; hij begrijpt 'dat dat mijn naam was, dat wat ik ook zei, waar moest zijn, omdat ik het had gezegd; en dat dat ook zo was met schrijven - dat de handeling van het schrijven het woord waar maakte.'

De auteur creëert zijn universum uit feit en fictie - en dat universum is vervolgens 'waar'. Verwarrend in dit in episoden geschreven boek is dat Theroux bestaande personen gebruikt, zichzelf incluis, en dat het spel met schijn en werkelijkheid niet altijd zo briljant gespeeld wordt als in de genoemde verhalen.

Er zijn een paar hoofdstukken die weinig meer vormen dan gestileerde anekdotes, en het spel met zijn alter ego Andreas Vorlaufer is een perfect voorbeeld van wat de boeken van andere schrijvers die verhalen niet 'schrijven' maar 'als materiaal gebruiken', zo onverteerbaar maakt. En het hoofdstuk over zijn jeugdvriend George en diens zo van het zijne afwijkende leven is ronduit saai.

Het leven van de schrijver Theroux volgt dat van zijn gelijknamige hoofdpersoon dikwijls tamelijk nauwgezet en hij zet zichzelf genadeloos neer met al zijn onaangenaamheden. De beste hoofdstukken zijn die waarin de pijn van zijn scheiding wordt verwoord, en dan vooral de dislokatie die dat tot gevolg heeft. Vooral in een werkelijk fenomenaal hoofdstuk waar hij intrekt bij een stel wel heel hedendaagse jongelui, zonder precies te weten waarom. Ze hebben weleens iets van hem gelezen, maar nee, dat was Thoreau, of was het Scott Turow, wat doet het er toe, het enige dat indruk maakt is dat hij de junkie-acteur River Phoenix zegt te hebben gekend. Het is in Medford, Massachusetts, en eindelijk, nu hij gescheiden is, voelt hij zich er thuis. 'Mijn gevoel van vervreemding paste bij de vreemdheid van het stadje.(...) Ik voelde me net zoals het er hier uitzag. Het stadje was ouder, vervallen, verwaarloosd, een beetje verdwaald. Net als ik.'

Theroux is hier en daar de laatste jaren een 'veelschrijver' genoemd in de pejoratieve zin van het woord, een gevaar dat zelfs de meest talentvolle auteurs lopen als ze maar produktief blijven; er zijn inderdaad hier en daar in zijn oeuvre boeken die me nauwelijks kunnen boeien, maar van datgene wat ik heb gelezen is Mijn Andere Ik een onbetwist hoogtepunt.

Toch zit me een pretentie dwars die Theroux achterwege had kunnen laten zonder dat het boek daardoor minder was geworden. 'Dit is het verhaal van het leven dat ik had kunnen leiden als alles anders was gelopen; het zijn denkbeeldige herinneringen', zo meldt hij in een kort voorwoord dat met de initialen P.T. is getekend.

Niet dat het er veel toe doet, maar ik geloof helemaal niet dat in Theroux's leven 'alles anders' is verlopen dan hier beschreven. Wat hij gedaan heeft, is episodes, voorvallen, herinneringen en emoties uit zijn leven als ruw materiaal nemen en die tot een werkelijkheid ombouwen die we fictie noemen. Niets bijzonders, it happens everyday, zo gaat bijna elke schrijver te werk.

Simpel gezegd: wat daar verzonnen en niet verzonnen aan is, zal me werkelijk een zorg zijn. Wat telt is dat het voor het merendeel amusante en briljant vertelde verhalen zijn. Alhoewel: zou Prins Philip werkelijk zo'n asociale nurks zijn? Is Anthony Burgess werkelijk zo'n pestkop als hij dronken is? Heeft Koningin Elizabeth hem écht aangeraden 'een doel te zoeken' en flink door te schrijven omdat ze kan zien dat hij in moeilijkheden zit? Maar vergeet dit alles, zou ik zeggen, en geniet zonder reserves van dit boek dat een triomf is van avontuurlijke en intelligente vertelkunst.

    • Jan Donkers