Door het getto naar het museum; Culturele veranderingen in Zuid-Afrika

'Many cultures, one nation', was Nelson Mandela's opdracht bij zijn inhuldiging als president van Zuid-Afrika. De leuze werd op straat al gauw verbasterd tot: 'Many nations, no culture'. Geld voor het hervormen van de tijdens de apartheid ontstane kunstinstellingen is er nauwelijks en van een culturele renaissance is nog weinig te merken. Schrijver Henk van Woerden keerde terug naar het land waar hij opgroeide en sprak met Brigitte Mabandla, staatssecretaris voor cultuur. “Er bestaat een overweldigende behoefte aan een vrijheidsmonument.”

De vertrouwde chaos. Koud een week in Zuid-Afrika, en ik heb me alweer tot burgerschap van het land bekeerd. Niet: mij ermee verzoend - het weerzien houdt onmiddellijke onderdompeling in, zwemmen of verdrinken. Het straatbeeld is nog even vrolijk als bij een vorig bezoek, achttien maanden geleden, en even gewelddadig. De taxi-oorlog duurt voort, of is weer opgelaaid. Het spoorwegstation van mijn jeugd, Claremont stasie, is inmiddels te onveilig geworden om gebruik van te maken. Het moorden gaat door, maar ik sla de berichten over.

Sociale frictie is nog immer het meest in het oog lopende verschijnsel, de gang naar concert- of tentoonstellingszaal niet zelden een vorm van Russisch roulette. In Kaapstad een jazzclub bezoeken betekent spitsroeden lopen door belegerde straten, met of zonder pistool op zak. De Johannesburg Art Gallery - veruit het boeiendste en meest bedrijvige museum voor moderne kunst in Afrika - is zo goed als onbereikbaar geworden, gelegen midden in een gevaarlijk getto (het aantal bezoekers is er de laatste jaren gedaald van 120.000 naar 55.000). De Daljosafat Kunststigting, gehuisvest in de lieflijke Paarl Vallei, is inmiddels door twee zinloze moorden op haar medewerkers definitief ter ziele.

's Avonds laat, en 's ochtends, draai ik aan het radiootje naast mijn bed. Het is er dringen geblazen: sinds de deregulering van het omroepbestel kan ieder die het wil een stukje ether kopen. Tientallen particuliere zenders strijden om aandacht. Hindoestaanse disc-jockeys met honingzoet venijn in de stem; Engelse huisvrouwen die elkaar in deftig suburbia het begrip Ubuntu (zwart humanisme) uitleggen; Kaapse moslims die onder veelvuldig uitgesproken Insjallah's de Koran verklaren; townshipmuziek en wasmiddelenreclame in zwarte talen die ik in de meeste gevallen niet meer uit elkaar kan houden. En de Afrikaanstalige geluiden van 'Radio Sonder Grense', die tussen de kooktips door alweer voor behoud van eigen cultuur en die Taal pleit, waarna een plaatje van Herman van Veen wordt gedraaid.

De kakofonie die het straatbeeld bevestigt.

Veelkleurig en armoedig en als vanouds hopeloos verdeeld: misschien is chaos niet het juiste woord, maar wat dan wel? 'Eendrag maak mag', luidde het devies van een regime dat tot de omwenteling niets dan verdeling zaaide, ook in de kunsten. Het recente, door de regering-Mandela vrijgegeven White Paper on Arts, Culture and Heritage bezigt liever de term 'diversiteit'. Ach, je hoopt toch zo dat er een frisse wind door het grillige landschap van de Zuidafrikaanse kunsten zal waaien, en daar zijn tekenen van. Maar welke kant waait het op? Is cultuurpolitiek wel een bruikbaar instrument in het proces van verzoening? Met deze en andere vragen in het hoofd leg ik een bezoek af bij Brigitte Mabandla, staatssecretaris voor kunst en cultuur, opvolgster van de in 1994 ontslagen Winnie Mandela.

Een nietszeggend kantoorcomplex naast het parlement in het centrum van Kaapstad. Vroeger heette dit het Hendrik Verwoerd Sentrum, naar de vermoorde premier, nu eenvoudigweg 'Pleinstraat 21'. Bij de vestibule word ik vorsend aangekeken door een agent en gaat mijn tas door een röntgenapparaat. Dan reis ik naar de zeventiende etage.

Lamellen

De vertrekken waar ik terechtkom zijn mosterdkleurig. Ik word er alleen gelaten. Hier en daar zijn zware meubels gegroepeerd. De ramen aan de tegenoverliggende wand worden deels door kunststof lamellen afgeschermd, zodat het schemert. Buiten is de voorjaarsregen weggetrokken, het westelijke stadsdeel schittert in de ochtendzon.

Mevrouw Mabandla geeft bij binnenkomst een verlegen hand. Een breed, sympathiek gezicht. Op straat zou ze niemand zijn opgevallen, een enigszins mollige zwarte dame in een donkerblauwe blazer. Ik blijf staan totdat zij aanstalten maakt om te gaan zitten, zodat wij ons ongeveer gelijktijdig in de met scharlaken pluche overtrokken staatsmeubels nestelen.

'Babe in the Woods Mabandla', zo typeert de Mail & Guardian (Johannesburg) de staatssecretaris, fris maar onervaren. Ze komt uit de no-nonsense wereld van de advocatuur. Haar Witskrif (zoals het beleidsstuk in het Afrikaans heet) is kritisch ontvangen, vooral in kringen van de uitvoerende kunsten - muziek, dans, theater. Mabandla wordt verweten dat zij overheidssubsidie aan ballet en opera zal afschaffen en het westers georiënteerde toneel laat doodbloeden. Anderen gaan de veranderingen die zij voorstaat weer niet ver genoeg. Zoals overal in het Zuidafrikaanse leven staat ook hier het verleden op de helling. De meeste belanghebbenden beschrijven het beleid, zoals geschetst in het White Paper, als vaag, retorisch, en nauwelijks slagvaardig.

'Het departement ondersteunt de onpartijdige ontwikkeling van erfgoed en symbolen', lees ik. Men verwacht een revolutie in de kunsten; er is een 'culturele renaissance' op handen.

“Ik ben optimistisch”, bevestigt Mabandla onmiddellijk. Aanvankelijk praat ze zachtjes, bescheiden als haar handdruk. Gaandeweg wordt haar toon gedecideerder, een moeder die met onvermoeibaar geduld de feiten van de dag uitlegt. Ik moet begrijpen dat wij ons in een overgangssituatie bevinden. Het beschermen van 'klassieke kunst' kent voor haar ministerie inderdaad geen prioriteit, en het bevorderen van traditioneel-Afrikaanse kunstvormen is een tamelijk dwingend onderdeel van het beleid. Zwarte cultuur verdient meer aandacht en waardering, ze gebruikt graag het woord 'mainstreaming'. Toch is ze niet van plan om de gevestigde theaters te laten verstoffen. Er moet een nieuw publiek worden gecreëerd, de theaters zullen voor iedereen - ook voor minder gefortuneerde blanken - toegankelijk worden. En ja, ze rekent op een 'explosie van creativiteit' zodra de oude structuren zijn hervormd.

“Onlangs, tijdens het festival in Grahamstown, zag ik voor het eerst weer kinderen in de townships die een straatopera bijwoonden - omdat het in hun taal werd opgevoerd.”

Het zijn geluiden waar niemand het mee oneens kan zijn, ik zal er méér horen, en heb me voorgenomen het jargon voor lief te nemen. Naarmate het gesprek vordert worden het ongeduld en de ergernis van buitenparlementaire groeperingen begrijpelijker. De wijk- en gemeenschapsgebonden culturele centra en het alternatieve toneel verkeren in een crisis. Niet alleen overheerst bij sommigen het end of history syndrome (het vacuüm dat na het beëindigen van de strijd tegen apartheid is ontstaan), maar belangrijker nog: met het opdrogen van buitenlandse geldbronnen na de verkiezingen en het uitblijven van concrete maatregelen van het ministerie is de financiële nood inmiddels nijpend geworden. Wat er in de townships aan 'community-based arts' is overgebleven kan wel een stevige duw in de rug gebruiken, en wat minder warme lucht.

Herverdeling

De staatssecretaris neemt ruim de tijd om uit te leggen dat de vier voorheen zo machtige en behoudende Performing Arts Councils (PAC's) - die op provinciaal niveau het aanbod van muziek, dans en theater regelden - zullen worden uitgekleed. Voor de komende jaren is alvast een bezuinigingsronde afgekondigd. Van de PAC's zal op den duur niet meer overblijven dan een skelet dat de infrastructuur levert, houdt ze vol, de zogenaamde 'playhouses'.

Waarom schaft u de PAC's niet geheel af, zoals door een van uw commissies werd aanbevolen?

“Er woedde hier een tijdlang een debat over Eurocentrisch en Afrocentrisch denken. Als regering houden wij overeind dat je in dit land met een multiculturele samenleving te maken hebt. Voor het eerst in onze geschiedenis is dat een uitgangspunt. The cake will be shared out fairly.”

Die taart is naar Europese begrippen bescheiden van omvang: zo'n slordige dertig miljoen rand (twaalf miljoen gulden, eenderde van het totale cultuurbudget) vloeit jaarlijks naar de provincies. Daarop slechts vijftien procent bezuinigen vinden haar critici weinig daadkrachtig, en het voortbestaan van apartheidsinstituten als de PAC's is ronduit teleurstellend - oude wijn in nieuwe vaten. Dat er een gecentraliseerde Kunstraad in het leven wordt geroepen, die de van de PAC's afgeroomde fondsen gaat beheren, is een schrale troost zolang onduidelijk blijft volgens welke richtlijnen subsidies worden verstrekt. Mabandla licht een tipje van de sluier op. “Het gaat om herverdeling. Aan het theater gelieerde bedrijven zoals leveranciers van decors en kostuum zullen worden afgestoten. Zelf ben ik van mening dat wij ons geen zes balletgezelschappen kunnen veroorloven, daarvoor is het land te klein.” Voor het overige zoekt zij naar wegen om het bedrijfsleven in te schakelen en in sponsoring te interesseren.

Overweegt u belastingmaatregelen om dat voor elkaar te krijgen, schenkingen als fiscale aftrekpost bijvoorbeeld?

“Nee, op dit moment niet.” De staatssecretaris laat doorschemeren dat het ministerie van financiën bezwaar maakte. “Het is in Zuid-Afrika nooit beleid geweest om dat te doen. Ach, er zijn wel geluiden... er was een voorstel uit de hoek van de sport, om sponsoring aftrekbaar te maken. Dat is ook niet doorgegaan.”

Is kunst niet van een andere orde...?

Ineens geneer ik me voor de vraag. Voor het eerst lacht Brigitte Mabandla breeduit en schuifelt in haar stoel: “Ach... het is ons gewoon niet gelukt.”

Maar uw partij, het ANC, beschikt toch over een ruime meerderheid?

“Weet u, mijn ministerie is erg nieuw. Voor velen heeft kunst en cultuur geen enkele voorrang gehad. Het belang van cultuur wordt gebagatelliseerd. Dat is onderdeel van het probleem.” De bewindsvrouwe frommelt in haar handtas en haalt een pakje rookwaar tevoorschijn. Wij steken ieder een sigaret op. Uit het raam zie ik de hellingen van de Seinheuvel en een stukje van de bovenstad, waar ik als vijftienjarige de moskeeën ging aquarelleren.

Sport en cultuur: het eerste is van onvergelijkbaar groter belang voor het nationale zelfbeeld dan het laatste - in dat opzicht blijft het land herkenbaar. Gezamenlijk zijn ze nog van zoveel minder gewicht dan een miljoen huizen voor het jaar 2000, veilige woonwijken of schone, goed geoutilleerde ziekenhuizen (ja, de woningbouw stagneert, de buurtagent staat op de loonlijsten van rivaliserende bendes, de artsen emigreren).

Regenboognatie

Het zijn gedachten die ik telkens moet onderdrukken, wil ik nog iets van Mabandla's optimisme begrijpen. Good news out of Africa? Twee jaar na de eerste vrije verkiezingen is de euforie grotendeels weggeëbd, er heerst verwarring en ontgoocheling, met name onder liberale, voorheen ANC-gezinde intellectuelen. Ze zien in de 'nieuwe bedeling' een voortzetting van het oude: de autocratische manier van optreden, het gekonkel, het geweld - geen politieke, maar een particuliere aangelegenheid nu, net als in de ether - kortom, het opportunisme en de stuurloosheid van het vorige bewind. 'It's their turn at the trough', is een veelgehoorde mening als het over zwart bestuur gaat. Of, met typisch Zuidafrikaanse achterdocht 'de regenboognatie is een optische goocheltruc, een dooddoener, bedoeld om alles wat niet zwart is van tafel te vegen'.

Ik deel niet graag in die sentimenten. De vrees voor herhaling lijkt als twee druppels water op de al te vertrouwde angst voor die swart gevaar van vroeger, ditmaal ingegeven door de scherpere kanten van positieve discriminatie, en door de machtsstrijd rondom de opvolging van Nelson Mandela. Maar zittend tegenover Brigitte Mabandla ga ik aarzelen: een vooraanstaand feministe, van huis uit Sotho sprekend, geboren en getogen in Soweto, als activiste begonnen bij SASO (de South African Students Organization), in ballingschap vanuit Botswana en Zambia betrokken bij de strijd van het ANC. Hoe is ze juist op dit departement terechtgekomen? Vriendelijk en bezield en nu - zoveel is duidelijk - door haar partij op een post geparkeerd waar weinig eer valt te behalen.

'Many cultures, one nation', was Mandela's opdracht bij zijn inhuldiging. Het werd op straat al gauw verbasterd tot: 'Many nations, no culture'. Mabandla doet haar best om te overtuigen. Toch blijft het klinken naar een legalistische versie van: laat duizend bloemen bloeien. Er zal één nationale identiteit moeten worden geschapen, herhaalt ze (het woord 'mainstreaming' valt opnieuw). Intussen is op de begroting voor 1997 zeven keer zoveel geld gereserveerd voor het 'Oorlogsmuseum van die Boererepubliek' als voor het instituut dat de verwoesting van een gemengde wijk in het centrum van Kaapstad moet markeren, het Distrik Ses Museum. Wat te doen met de lastige boedel van de Afrikaner-stam?

“Wij willen een erfgoed voor het hele volk bewerkstelligen, inclusive heritage. Dat wil zeggen, op een beheersbare manier.”

Is het wel logisch dat uw ministerie het Voortrekkersmonument, het Afrikaanse Taalmuseum en andere Afrikaner gedenktekens blijft financieren?

Mabandla kijkt op, alsof ze het in Stellenbosch hoort donderen. “De Voortrekkerhoogte met de grond gelijkmaken lijkt ons niet het juiste pad voorwaarts”, zegt ze voorzichtig.

U zou het aan zijn lot kunnen overlaten.

“Wij kiezen voor een uitgebalanceerd besef van de geschiedenis. Daarnaast zal iets aan het huidige tijdperk moeten worden gedaan, natuurlijk.” De staatssecretaris vertelt in afgemeten bewoordingen dat de struggle tot op heden ongememoreerd is gebleven. Alsof MK en APLA (de gewapende takken van ANC en PAC) nooit betrokken waren in een heus conflict, en de democratie het volk eenvoudigweg in de schoot is gevallen. Het Oorlogskerkhoven-comité beheert bijna uitsluitend graven uit de Anglo-Boerenoorlog. Dat zal veranderen. “Er bestaat een overweldigende behoefte aan een vrijheidsmonument, een beeld. In feite is dit nog maar het topje van de ijsberg. Er is een commissie in het leven geroepen die het hele probleem van het herstel van ons eergevoel zal bekijken. Wij willen het landschap van het verleden radicaal herzien.”

Loopt u niet het risico om enigszins in het voetspoor te treden van uw voorganger, die na háár vrijheidsstrijd te pas en te onpas gedenktekens oprichtte?

“We zijn niet van plan om op die manier geld over de balk te gooien. Er bestaat behoefte aan zeer krachtige symbolen, al was het alleen maar om het evenwicht te herstellen en de bestaande symbolen in het land aan te vullen. De mensen geven gehoor aan monumenten, want die vertellen een verhaal.”

Zou een fonds, een bibliotheek of een kunstverzameling, opgezet om de strijd te herdenken, geen respons krijgen?

“Daar is aan gedacht. Toch is niets minder dan een nationaal symbool aan de orde. Weet u, wanneer toeristen hier uit het buitenland aankomen, is hun eerste vraag: maar waar is nu de zwarte cultuur?”

Was het maar simpel. Het is niet simpel. Dat het overgangsbewind in enkele opzichten een voorbeeld neemt aan blank tribalisme uit het verleden mag curieus maar begrijpelijk heten. Wie een kijkje neemt in de keuken van de Zuidafrikaanse cultuurpolitiek moet bovendien niet uit het oog verliezen dat de sluimerende strijd, de 'low intensity civil war' nog voortwoekert. Mabandla trekt een vergelijking met het Westen die voor haar land negatief uitvalt: ze hoopt dat het in Zuid-Afrika mogelijk wordt om vredig in de rij te staan voor een museum of theater 'zoals in Europa'. Daarvoor zullen in de steden meer beveiligde gebieden (free zones) moeten komen.

Bandieten

Geweld en cultuur - of tegenwoordig: culturele identiteit en criminaliteit - zijn hier strange bedfellows gebleven. Onlangs trok een stoet van drieduizend gekleurde bandieten en bendeleden door het centrum van Kaapstad om in het openbaar voor het parlement te demonstreren (overigens met politiebegeleiding). Samengedromd onder de oude en de nieuwe vlag kwamen de bendeleiders van 'The Firm', 'The Hard Living Kids' e.a. erkenning opeisen. Ze voelen zich verwaarloosde slachtoffers van de apartheid, en beklagen zich over de arrogantie van Mabandla's regering: 'Ons is gatvol - we zijn het zat - dat ook dit zwarte bewind zich van de gekleurden niets aantrekt.' Het zou me niet verbazen als zij onder welke banier dan ook aan de volgende verkiezing deelnamen. In een land waar de generaals en machthebbers van het ergste uur nog vrijuit gaan is dat minder bizar dan het lijkt.

Kan cultuurpolitiek wonden helen? Ik geloof er niks meer van.

Ziet uw ministerie het als haar taak om het lont uit de zogeheten 'cultuur van geweld' te halen?

De staatssecretaris, correct, ontwijkend: “Wij vinden dat zwarte cultuur een aanzienlijke bijdrage kan leveren aan 'nation-building'. Bijgevolg zal het ook het hoofd bieden aan geweldpleging in alle mogelijke vormen. Wat er aan de samenleving gezegd wordt is: mensen, geef het een kans, help mee aan het genezingsproces.”

Wat moet ik verstaan onder 'het hoofd bieden'? Zal zij culturele toenadering tussen Afrikaners en gekleurden afdwingen, bijvoorbeeld? Nee, Mabandla zou graag barrières willen slechten, niet alleen waar het de kloof tussen bruin en minder bruin Afrikaanssprekenden betreft. Maar politieke interventie in een culturele gemeenschap, daar staat ze niet voor. Ze hoopt dat de kunsten een rol zullen spelen. Meer dan hoop is het niet.

“Wij scheppen ruimte voor creativiteit, en verder is er vanzelfsprekend een politieke verplichting om de vertekenende gezichtspunten van de apartheid aan te pakken. Dat betekent: frontaal. Daar valt niet over te onderhandelen. Dat is een mandaat.”

Mabandla slaat, om het te benadrukken, een vuist in de vlakke hand. Ik zwijg.

“Over dertig jaar zullen wij kunnen zeggen: ja, wij zijn multicultureel, wij zijn divers, we spreken een keur aan talen, we houden er verschillende eetgewoontes op na, en toch zijn we één geworden.”

Na drie kwartier kijkt de staatssecretaris op haar horloge en zegt zachtjes: “O jee, ik ben laat.” Ze dooft haar sigaret, maar een teken dat het gesprek moet worden beëindigd blijft uit. Ik vraag nog of zij zich kan voorstellen dat een zwarte schrijver als Lionel Abrahams geen deel wil zijn van een smeltkroes van culturen - hij vindt het begrip bedreigend voor zijn persoonlijke visie, en ageert tegen het 'politiek correcte' in de Zuidafrikaanse letteren van het ogenblik, het Afrikaniseren en de positieve discriminatie op het gebied van cultuur.

Ze glimlacht: “Ik ken zijn werk niet. Het lijkt mij dat hij niet goed begrepen heeft wat wij voorstaan.”

In het parlementsgebouw, waar ik op een wenk van Brigitte Mabandla ga rondkijken, is schooljeugd uit Khayelitsha op bezoek. De kamer is op reces. Een spichtige onderwijzeres legt hen met veel omhaal van woorden de werking van het meerpartijenstelsel uit. Godzijdank, denk ik, is dit mogelijk gebleken; al scharniert het land tussen verlicht bestuur en shady deals, al kleeft er bloed aan de deurposten - dit is tenminste geen droom: zwarte kinderen schuifelen weinig bedremmeld in de groene bankjes van het staatsapparaat, drentelen in het gangpad, maken zich vrolijk.

Weinig van mijn welgestelde kennissen gaan ooit naar het uitgestrekte bidonville van de Kaapse Vlakte, waar deze kinderen vandaan komen. Of naar andere zwarte wijken. Alexandra, Soweto, Khayelitsha? Namen van miljoenensteden die angst inboezemen, één onafzienbare no go area. Toch ligt daar de toekomst: stof, kak, stank en zwart entrepeneurschap op de meest hartverwarmende schaal. Cultuur is er schamele nering bedrijven, n'importe hoe of met wie. En wat verbazing wekt: het wemelt er van de Zaïrezen, Mazambikanen en Nigerianen - illegale immigranten, niet de armsten, veelal de hoogst opgeleiden die het gelukt is aan de onzekerheid van het noorden te ontsnappen. Niemand kan vertellen hoeveel het er zijn (schattingen lopen uiteen van 3 tot 9 miljoen). Het land van Mandela dreigt te bezwijken onder druk van zijn eigen succesverhaal, ga je vermoeden; buiten de deur staat de rest van Afrika te trappelen. Wie openheid van bestuur en een doorzichtige samenleving voorstaat - en ook werkelijk implementeert - krijgt poreuze grenzen. Geen wonder dat het nationale ethos in zwevende toestand verkeert, als je je bij een volk tenminste een persoonlijkheid kan voorstellen.

Is Khayelitsha chaotisch? Nee, vreemd genoeg niet, voorzover ik het kan beoordelen. Het leeft volgens de regels van de armoede, die toch deels ook de regels van de kunst zijn: spaarzaamheid, vernuft, diefstal - ach, noem het toeëigening - en die rare mengeling van nederigheid, gemeenschapszin en charisma waar je in het Xhosa Ubuntu of Seliti tegen zegt. De ziel der natie kent hier meer kleuren dan er talen zijn. En het verleden gaat er vanzelf wel naar de toekomst overhellen.

    • Henk van Woerden