Diouf houdt voedseltop vooral sober

ROME, 15 NOV. Met de Wereldvoedseltop in Rome wil Jacques Diouf, de directeur-generaal van de FAO, op twee manieren een visitekaartje afgeven. Hij wil de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties en zichzelf in het zonnetje zetten, en tegelijkertijd laten zien dat een top niet per se handenvol geld hoeft te kosten.

Ook sommige deelnemende landen zijn skeptisch over de noodzaak van deze top, ook al omdat er al van tevoren overeenstemming was bereikt over een actieplan. Maar de gangbare kritiek dat er met geld is gesmeten, ontbreekt dit keer.

De FAO heeft een sobere top georganiseerd. Dat die in eigen huis wordt gehouden, betekent al een forse besparing, al moesten er wel wat tenten worden bijgezet en is de postkamer omgebouwd tot perszaal. Er wordt niet met vaak nutteloze presentjes gesmeten - eindelijk eens geen verrassingspakket met tassen en pennen voor journalisten. De deelnemende landen is uitdrukkelijk op het hart gedrukt geen kostbare recepties en diners te organiseren. Wie daar al een budget voor had, is gevraagd dat geld te storten in een speciaal programma voor arme landen die zelf niet voldoende voedsel produceren.

Volgens eigen schattingen kost de top de FAO ongeveer twee miljoen dollar. De Italiaanse regering heeft ongeveer de helft van dat bedrag uitgetrokken om de top mee in goede banen te leiden. Ter vergelijking: de recente wereldbevolkingsconferentie in Kairo heeft volgens diplomaten ongeveer zestig miljoen gulden gekost.

De top moet helpen de FAO een nieuw elan te geven. Het is qua personeel de grootste gespecialiseerde VN-organisatie, met bijna drieduizend stafleden. De kracht van de organisatie ligt in de technische adviezen, al wordt de FAO regelmatig verweten daarbij op dezelfde koers te zitten als grote multinationale ondernemingen. Daarnaast voert zij een aantal projecten uit.

Als in alle VN-organisaties woekeren ook hier bureaucratisering en geldverspilling, al zeggen FAO-medewerkers trots dat Washington welwillender naar hun organisatie kijkt dan naar het kinderfonds Unicef of naar de VN in New York. Maar sommige landen, waaronder Nederland, vragen zich hardop af waarom er in Rome alleen al drie VN-organisaties moeten zitten die zich ieder op hun eigen manier met voedsel bezig houden. De FAO voor de technische kant, het Wereldvoedselprogramma voor de noodhulp, en het IFAD (Internationale Fonds voor Landbouwontwikkeling) voor projecten met de armste boeren.

Nadat Edouard Saouma in een ambtstermijn van achttien jaar veel Westerse landen tegen zich in het harnas heeft gejaagd met zijn autoritaire en soms naar corruptie riekende optreden, kreeg de twee jaar geleden aangetreden Jacques Diouf de taak een afslankingsoperatie door te voeren.

De organisatie is wat minder topzwaar geworden, een paar honderd mensen is ontslagen, er is fors bezuinigd op reiskosten en stafleden worden met enige aandrang aangespoord van Rome te verhuizen naar 'het veld', goedkoper en dichter bij het werkterrein.

“Natuurlijk heeft Diouf vijanden gemaakt, dat is niet te vermijden als je zoveel moet bezuinigen,” zegt een Europese diplomaat. “Maar hij luistert goed naar de lidstaten.” Hij noemt de opzet van de top als voorbeeld. Aanvankelijk lag daarbij sterk de nadruk op produktieverhoging, op een tweede Groene Revolutie. Nu onderstreept Diouf dat de fouten uit het verleden niet herhaald moeten worden.”

Stafleden van de FAO zijn overigens minder stellig over de luistervaardigheden van Diouf en klagen over diens vele reizen en matige management. “Hij luistert in mijn ogen onvoldoende naar zijn eigen mensen,” zegt een stafmedewerker. “Er is geen open discussie, mensen zijn bang om iets te zeggen waarmee ze de baas voor het hoofd zouden kunnen stoten. Als je iets wilt opmerken, krijg je van hem te horen: ik vraag het wel als ik je advies nodig heb. Dat is niet erg stimulerend.”

De FAO heeft 174 leden, die contributie betalen op basis van hun bruto nationaal produkt. Iedere twee jaar wordt een begroting vastgesteld. Voor de lopende periode is die 650 miljoen dollar.

Een andere geldbron zijn de zogeheten Trust Funds, speciale projecten waarom landen kunnen inschrijven. Nederland is veruit de grootste Trust Fund donor van de FAO.

    • Marc Leijendekker