Di Pietro weg als minister wegens 'laster'

ROME, 15 NOV. Antonio Di Pietro, die als officier van justitie was betrokken hij smeergeldonderzoeken en daarna zijn moraliseringscampagne wilde doorzetten als bewindsman, is gisteren afgetreden als minister van Openbare Werken omdat er een nieuw justitieel onderzoek tegen hem is geopend.

In een brief aan premier Romano Prodi schrijft Di Pietro verbitterd dat hij het slachtoffer is van een lastercampagne die tot doel heeft het corruptie-onderzoek 'Schone Handen' te stoppen. Prodi heeft Di Pietro gevraagd aan te blijven, maar deze had in een postscriptum al geschreven dat dit geen zin heeft. Om dat te onderstrepen had Di Pietro het PS apart ondertekend.

Zijn advocaat heeft gezegd dat tegen Di Pietro “een dossier is geopend” door het parket van Brescia. Dat heeft al eerder onderzoek naar Di Pietro verricht, maar moest dat in maart seponeren. Het is onduidelijk waarvan Di Pietro precies wordt verdacht. Er wordt gespeculeerd op corruptie en machtsmisbruik. Die speculaties vloeien voort uit suggesties dat Di Pietro een belangrijke verdachte in het Schone-Handenonderzoek, de duistere bankier Francesco Pacini Battaglia, zou hebben beschermd, mogelijk zelfs tegen betaling.

Een getergde Di Pietro schrijft dat hij al jarenlang het mikpunt is van allerlei verdachtmakingen “omdat ze mij koste wat het kost willen laten betalen voor het enige waar ik schuld aan heb (en waar ik bovendien trots op ben): dat ik koste wat het kost en tot het eind mijn plicht heb willen doen. Op dit punt zeg ik: BASTA.”

Het hele woord staat met hoofdletters en komt zeven keer terug in de brief. Di Pietro eindigt met: “Men zal geen last meer van me hebben en ik zal niet meer op enige provocatie reageren. Een goede toekomst.”

Voor het centrum-linkse kabinet van premier Romano Prodi betekent het besluit van Di Pietro, veruit de populairste figuur in de Italiaanse politiek, een gevoelig verlies. Massimo D'Alema, leider van de Democratische Partij van Links, de belangrijkste pijler onder het kabinet, zei dat Di Pietro politiek gezien niet had hoeven aftreden omdat er geen aanklacht tegen hem is geformuleerd. Binnen de partij van mediamagnaat Silvio Berlusconi, die terecht staat wegens corruptie en hard in aanvaring is gekomen met Di Pietro, heerst een nauwelijks verholen jubelstemming.