Als ik Garbo's gezicht zie, hoor ik muziek; Gesprek met filmcomponist Carl Davis

De Amerikaanse componist Carl Davis schrijft nieuwe muziek bij klassieke zwijgende films. Vanavond dirigeert hij in Groningen zijn 'score' bij Intolerance, het geruchtmakende melodrama van D.W. Griffith uit 1916. Daarna volgen nog drie andere steden. “Intolerance met orkestbegeleiding is als een opera zonder stemmen.”

Intolerance van D.W. Griffith (1916). Muziek: Carl Davis, live uitgevoerd door het Noord-Nederlands Orkest. Vanavond om 19u30 in De Oosterpoort, Groningen; 16 nov. Theater aan de Parade, Den Bosch; 18 nov. Philipszaal, Den Haag, 19 nov. Vredenburg, Utrecht. De cd met muziek van Intolerance is verschenen bij Prometheus (PCD 105).

“Toon me een beeld en ik maak er muziek bij”, zegt Carl Davis, als hij met overborrelend enthousiasme de hoogtepunten van zijn carrière heeft opgesomd. De zestigjarige dirigent en filmcomponist is trots op alles wat hij gedaan heeft, of het nu de muziek is die hij schreef voor Pride and Prejudice en tientallen andere televisieseries, de scores die hij maakte voor films als Anne Frank Remembered en The French Lieutenant's Woman, of het Liverpool Oratorio dat hij in 1991 samen met de ex-Beatle Paul McCartney componeerde. Maar het meest houdt Davis van zijn werk voor de zwijgende cinema. Sinds 1980 voorzag hij ongeveer veertig vroege klassieken uit de filmgeschiedenis van nieuwe muziek. De oude partituren zijn meestal niet bewaard gebleven, in andere gevallen hebben ze nooit bestaan; de bioscooporkesten improviseerden bij de beelden. Om te verhinderen dat Davis filmsscores na een eenmalige herpremière weer in de kluizen verdwijnen, reist hij de wereld af om als dirigent de live-uitvoeringen van zijn scores te begeleiden.

Als ik Davis op een druilerige maandagmorgen spreek in een Groningse broodjeszaak, is hij nog maar net in Nederland; een dag eerder dirigeerde hij in Tel Aviv een film-met-orkestuitvoering van Chaplins City Lights - een van de weinige films waarvoor hij geen nieuwe muziek hoefde te schrijven. Chaplin schreef voor deze film zelf de muziek. De omschakeling voor Davis is compleet: behalve met een ander klimaat en een andere cultuur heeft hij in Nederland ook te maken met een andere film: bij het Noord-Nederlands Orkest dirigeert hij zijn score bij de acht jaar geleden gerestaureerde versie van Intolerance, het geruchtmakende historische melodrama van D.W. Griffith uit 1916.

Een handelsreiziger in zwijgende films, zo zou je Carl Davis oneerbiedig kunnen karakteriseren. Zoals in zijn curriculum vitae staat: 'hij componeert en dirigeert en doet al het andere dat nodig is om zijn muziek bekendheid te geven.' “Let's sell some tickets”, zegt hij slechts half schertsend wanneer hij aanschuift voor het interview. Het zijn dezelfde woorden die hij 's ochtends in de mond nam toen hij na zijn eerste repetitie met het NoordNederlands Orkest uitgebreid en in soms clowneske posities poseerde voor de fotograaf. Davis wil iedereen duidelijk maken dat films van vóór 1930 ook buiten het museum of het gespecialiseerde festival bestaansrecht hebben. “Natuurlijk staan we mijlenver af van de manier waarop er in het tijdperk van de stomme film geacteerd en vooral gemoraliseerd werd. Maar als er één ding is dat die kloof kan overbruggen, dan is dat muziek. Zelfs de bijbels aandoende, meestal zeer pompeuze tussentitels in Intolerance zullen niemand hinderen als de muziek maar goed genoeg is.”

Wagenrace

In maart van dit jaar liet Davis in de Nederlandse concertzalen zien wat voor effect nieuwe muziek op oude klassieken kan hebben. Onder zijn leiding begeleidde het Orkest van het Oosten toen Ben-Hur uit 1925. Scènes als de zeeslag met galeien en de wagenrace met vierspannen - vooral bekend van de remake met Charlton Heston uit de jaren vijftig - waren zo overweldigend georkestreerd dat je van tijd tot tijd vergat dat je zat te kijken naar een stomme film. Met zijn muziek voor Intolerance wilde Davis hetzelfde bereiken, maar hij onderstreept dat dat een zwaardere taak was.

“Intolerance is niet alleen een lange, maar ook een moeilijke film - onhandelbaar zou je bijna zeggen. Dat was al zo toen hij in 1916 in première ging, om na korte tijd weer uit de bioscopen te verdwijnen. Net als in zijn immens succesvolle The Birth of a Nation uit 1915 experimenteerde Griffith met wat je de grammatica van de filmtaal zou kunnen noemen. Close-ups, wisselende camerabewegingen, dramatische belichting, parallelmontage - veel van de trucs waar geen film tegenwoordig zonder kan, zijn in Intolerance al te zien. Wat de bioscoopbezoekers uit Griffiths tijd vooral afschrikte, was de avantgardistische structuur van de film. Intolerance bestaat uit vier historische episodes die elkaar telkens afwisselen en die, zoals Griffith het zelf formuleerde, 'laten zien hoe haat en onverdraagzaamheid door de eeuwen heen strijd hebben geleverd met liefde en barmhartigheid.' De film is nog het best te beschouwen als een stilistisch revolutionaire preek over de menselijke onmenselijkheid.

“Anno 1996 kijken we misschien niet meer op als een flits van het Passieverhaal wordt gevolgd door beelden van een twintigste-eeuwse arbeider die onschuldig tot de galg wordt veroordeeld, of als de bestorming van Babylon in 539 voor Christus wordt afgewisseld met de afslachting van de Hugenoten in de Bartholomeusnacht van 1572. Maar ook de moderne kijker zal zich als gevolg van de drastische scènewisselingen minder snel gewonnen geven aan Intolerance dan aan het rechtlijnige Ben-Hur of het sentimentele City Lights. De begeleidende muziek is dus van nog groter belang dan gewoonlijk. Sommige zwijgende-filmvoorstellingen met levende muziek kun je zien als een concert waarin de film de solist is; bij Intolerance zijn de rollen gelijkwaardiger verdeeld.”

Banjo

De muziek bij Intolerance, onder leiding van Davis in 1990 door het Luxemburgs Radiosymfonieorkest op cd gezet, is indrukwekkend: melodieuzer dan die bij Ben-Hur, minder overdadig dan Davis' veelgeprezen score voor Napoléon van Abel Gance, die in het midden van de jaren tachtig eenmalig in Den Bosch werd uitgevoerd. Voor Intolerance liet Davis zich in de eerste plaats inspireren door de instrumenten en de muzikale tradities uit de tijden die Griffith onder de loep nam: “Het uitgangspunt was dat de filmkijker zelfs met ogen dicht zou moeten weten welke episode op het scherm te zien is. Zo maak ik in het twintigste-eeuwse gedeelte gebruik van de typische bezetting van een bioscooporkest, met banjo, piano en weinig strijkers; terwijl in de begeleiding van het Renaissanceverhaal een belangrijke rol is weggelegd voor fluiten en gitaar. Soms heb ik me vrijheden veroorloofd: in het bijbelse gedeelte wordt de etnische midden-oostenmuziek al gauw vervangen door passiemuziek die op Bach geïnspireerd is.”

Omdat één thema door verschillende verhalen ('stemmen') wordt uitgewerkt, is Intolerance wel 'de enige fuga in film' genoemd. Heeft Davis zich daardoor laten leiden bij het componeren?

“In een fuga worden de verschillende stemmen tegelijkertijd gecombineerd. Dat is in Intolerance niet het geval, want anders dan Abel Gance in Napoléon maakte Griffith geen gebruik van split-screen of van schermen naast elkaar. Wel wisselen de verhalen elkaar tegen het eind van de film steeds sneller af. Bij de parallelmontage van de kruisiging van Jezus, de slachting onder de Parijse Hugenoten, de verwoesting van Babylon en de op het nippertje verijdelde ophanging van een onschuldige is het dan ook onvermijdelijk dat de verschillende muziekstijlen door elkaar gaan lopen. Maar een fuga zou ik dat niet willen noemen. Als je dan toch een muzikale kenschets wil geven van Intolerance met live orkestbegeleiding, dan zou ik kiezen voor 'opera zonder stemmen'. Dit ter onderscheid van de komedies van Harold Lloyd en Buster Keaton waarvoor ik muziek heb geschreven. Die vallen meer in de categorie ballet, en zijn door hun precieze timing ook veel moeilijker van muziek te voorzien dan het gemiddelde melodrama.”

20 beeldjes

Carl Davis was van jongsaf zowel een film- als een muziekliefhebber; toch was het nooit zijn droom om als componist en dirigent vroege Hollywoodfilms te begeleiden. “Daar hàd ik niet eens van kunnen dromen, want na de doorbraak van de geluidfilm werden zwijgende films alleen nog voor een gespecialiseerd publiek vertoond, in filmhuizen met een minimale pianobegeleiding. Ik kreeg in 1980 de opdracht om de score voor de herpremière van Napoléon te maken doordat de restaurateur, Kevin Brownlow, enthousiast was over de muziek die ik had geschreven voor zijn televisieserie over de geschiedenis van Hollywood. Toen Napoléon een succes bleek, vroeg de directeur van Channel Four ons om op een regelmatige basis zwijgende films af te stoffen. Zo ontstond de 'Thames Silents Series', korte en lange klassieken waarvan de print zo volledig mogelijk - inclusief de originele kleuring - wordt gerestaureerd, en die worden vertoond met live-muziek en de correcte snelheid van twintig beeldjes per seconde.”

De Thames-serie omvat inmiddels bijna veertig titels. Gevraagd naar zijn favorieten, noemt Davis - goed koopman die hij is - eerst de twee films die hij komend voorjaar met Het Brabants Orkest en het Symfonie Orkest van Maastricht in de Nederlandse concertzalen brengt: City Lights (“om Chaplins verrukkelijke sentimentaliteit”) en de Rex Ingram-film Four Horseman of the Apocalypse (“om het sublieme chiaroscuro en de sensuele tangoscène die Rudolph Valentino tot een ster maakte”). Ook Greed, het zes uur durende epos van Erich von Stroheim, ligt hem na aan het hart, “al was het alleen maar om de onvergetelijke slotscène in Death Valley”. Maar als Davis één film moest kiezen, dan was het een willekeurig Greta Garbo-vehikel. “Garbo is mijn idool; niet alleen omdat ik erg hou van de sombere, gedoemde personages die ze speelde, maar ook omdat ze voor mij de enige ster is met letterlijk magische kwaliteit. Als ik haar gezicht zie, komt de begeleidende muziek vanzelf bij me op.”

Racistisch

Een van de weinige zwijgende Hollywoodklassieken die in Davis' curriculum ontbreken, is Griffiths andere, controversiële meesterwerk The Birth of a Nation, de film over rassenstrijd in het negentiende-eeuwse Amerikaanse Zuiden die door velen wordt beschouwd als de stilistisch invloedrijkste uit de geschiedenis. Wordt The Birth of a Nation een van Davis' volgende projecten?

“Nee. Een jaar of wat geleden werd me uit Amerika gevraagd of ik de oorspronkelijke, deels overgeleverde muziek van The Birth of a Nation wilde reconstrueren en uitvoeren; maar ik heb ervan afgezien. De film is me tè racistisch, zelfs als je hem zoals het cliché wil 'in zijn tijd plaatst'. Griffith was een meesterlijk propagandafilmer en The Birth of a Nation is een belangrijk document van de vroeg-twintigste-eeuwse angst van blanke Amerikanen voor hun zwarte medeburgers, maar het is een moreel verachtelijk product. Ik zou me zeer onprettig voelen om te dirigeren met mijn gezicht naar een film die aanzet tot rassenhaat. Net als de propagandafilms van de nazi's moet je The Birth of a Nation niet als een gezellig of stichtelijk avondje uit brengen.

“The Birth of a Nation kreeg trouwens in 1915 al veel kritiek. Tot schrik en naar verluidt zelfs verdriet van Griffith, die zich haastte om te verklaren dat hij het allemaal niet zo bedoeld had. En zo kwam hij tot het maken van Intolerance, een film die tolerantie, menselijkheid en pacifisme verheerlijkte. Zelden zal een film zo slecht getimed in de bioscopen zijn gekomen. Toen Intolerance bijna klaar was, maakte Amerika zich op om mee te vechten in de Eerste Wereldoorlog. Griffiths collega's werden gestimuleerd om films te maken die het patriottisme en de anti-Duitse gevoelens aanwakkerden; Erich von Stroheim speelde de gemene Pruisische officier in een hele reeks films en maakte zo furore als 'The Man You Love To Hate'. Twee maanden na de première van Intolerance verklaarden de Verenigde Staten Duitsland de oorlog. Het was de doodklap voor Intolerance, dat door het experimentele karakter toch al weinig populair was. Griffith, die zijn eigen kapitaal geïnvesteerd had in de peperdure productie, werd geruïneerd en had de rest van zijn leven problemen om zijn projecten te financieren. Zonder Intolerance zou hij waarschijnlijk veel meer films op zijn naam hebben gehad. Maar mij hoor je niet klagen: iets mooiers dan Intolerance had hij waarschijnlijk toch niet gemaakt.”

Voordat Davis weer teruggaat naar zijn Groningse hotel, vraag ik hem voor welke zwijgende film hij dolgraag nog eens de muziek zou willen schrijven. Het antwoord komt direct. “The Wedding March van Von Stroheim, een zwart-romantisch drama zonder weerga. Tenminste, voor zover dat valt na te gaan bij een film waarvan alleen maar het eerste deel is overgeleverd. Het is mijn droom om ooit deel twee terug te vinden en dan het geheel van muziek te voorzien. Misschien kunt u uw lezers vragen om eens goed tussen de filmblikken op zolder te kijken.”

    • Pieter Steinz