Allochtonen hebben vaker succes op de arbeidsmarkt, becijferde het Planbureau. Twee voorbeelden: 'Beste uit twee werelden kiezen maakt je sterk'

Naam: Ileen Purperhart

Leeftijd: 34 jaar

Land van herkomst: Suriname

Beroep: directrice kinderdagverblijf Zaza in Amsterdam

Opleiding: Pedagogische Academie, propedeuse psychologie

“Dertig jaar geleden vloog ik Amsterdam binnen. We kwamen van Saba op de Antillen, mijn vader was daar drie jaar hoofd van de lagere school. Het eiland benauwde mijn moeder. Iedereen kende iedereen en eens in de zes weken kwam de boot. Goed, zei mijn vader, dan ga ik met jou en onze vier kinderen naar Nederland, psychologie studeren. We trokken in bij een tante, op een benauwde driekamerwoning in Amsterdam-Zuid. Paramaribo op 25 vierkante meter.

Na een jaar verhuisden we naar Amsterdam-Noord, mijn vader vond werk als onderwijzer. Ik kreeg door dat Nederland niet alleen koud was. Al na de eerste schooldag haatte ik mijn kroese vlechten. Vreselijk. Wit wilde ik zijn, net als al mijn klasgenootjes. Met wit engelenhaar zoals mijn Barbie. Maar ik was een bruine, zeiden ze op straat. En tot overmaat van ramp vroeg de meester me zwartepiet te spelen toen ik tien was. Ik heb 't gedaan, maar hem inwendig vervloekt. Met een Surinaams straatversje: 'Witte pier, zonder manier, je schuurt je bil met karrenspier.' Zo'n ervaring kwetst, maar het wakkert ook trots aan. Het maakte me weerbaar.

Nog niet genoeg, bleek later op de Mavo. Het was 1975, de onafhankelijkheid dreef een stroom Surinamers naar Nederland. Ik had nog nooit zoveel Surinamers bij elkaar gezien. Ook op school. Eindelijk thuis. Maar tot mijn schrik viel ik erbuiten. Ik sprak Nederlands, geen Surinaams. Ook niet met mijn ouders. En mijn moeder had geen 'voorkind'.

Pas toen zijn we thuis over Suriname gaan praten. Mijn zus en ik lazen het ene boek over Suriname na het andere. En om er bij te horen bedachten we dat een goede vriend onze halfbroer was. Elk weekend gingen we naar een Surinaamse disco, Club 66. Zingen, dansen, leven vooral.

Ik ontdekte dat ik Surinamer was, was verliefd op het sociale, flexibele, zorgeloze en spontane. Geen agenda's trekken, meer van 'we zien wel'. Niet bij ruzie alles confronterend uitpraten, maar elkaar negeren. Niet na één koekje de trommel weer bovenop de kast zetten, maar de hele koektrommel leegeten. Één keer ging ik nog op de Hollandse toer. Een wit vriendje. Na twee weken was het over. Zijn moeder wilde me etiquette bijbrengen. Servet op schoot en meloen met ham als voorgerecht. Want dat hebben jullie toch niet in Suriname?

Achteraf realiseer ik me dat ik telkens het beste uit twee werelden heb moeten kiezen. Ik trek wel een agenda, praat wel ruzies uit, maar doe liever Surinaams sociaal dan aan etiquette. Heb ook een broertje dood aan dat oeverloze vergaderen in Nederland, met veel woorden en nul inhoud anderen proberen te overrompelen. Briljant ben ik niet. Na de pedagogische academie ben ik gaan lesgeven, en ben ik directeur geworden, op een school in Zeewolde en nu een kinderdagverblijf. Ik houd van kinderen. Dom of slim, engelenhaar of kroeshaar. Respect, daar gaat het om.''

    • Wubby Luyendijk