Acht basta's van lastpost Antonio Di Pietro

ROME, 15 NOV. De lastpost is weg, voorlopig. Antonio Di Pietro kon niet meer tegen het niet-aflatende spervuur van halve waarheden, laster en onbewezen veronderstellingen waaraan hij al maanden blootstaat. De man die een nieuwe moraal in Italië wilde vestigen, schrijft: “Men zal geen last meer van mij hebben.”

Ondanks alle vraagtekens rondom zijn besluit om af te treden als minister van Openbare Werken, is duidelijk dat dit een overwinning is voor zijn tegenstanders. Dat is een heterogeen gezelschap. Magistraten die jaloers zijn. Fiscale inspecteurs die wraak willen nemen omdat hij ook de corruptie binnen hun korps heeft blootgelegd. Veroordeelde verdachten en verslagen advocaten die hun gram willen halen. Mensen die iets te verbergen hebben en niet willen dat het smeergeldonderzoek Schone Handen doorgaat.

Dit zou allemaal niet zijn gebeurd als we ons onderzoek hadden gestopt, zei Gerardo D'Ambrosio, een voormalige collega van Di Pietro in de Milanese smeergeldgroep. “Basta, vooral, met wie mijn persoon wil gebruiken om aan de ene kant het onderzoek Schone Handen en aan de andere kant de regering en de staatsinstellingen te delegitimeren”, zo besluit Di Pietro zelf zijn rijtje van acht basta's.

Afgelopen voorjaar leek Di Pietro te hebben gewonnen. Een onderzoek tegen hem door het parket van Brescia moest worden geseponeerd omdat het gebaseerd bleek te zijn op roddel en achterklap - het onderzoek naar de vraag of mediamagnaat Silvio Berlusconi de indirecte aanstichter was van die campagne, loopt nog. Het seponeren gebeurde net te laat voor Di Pietro om nog met een eigen partij deel te nemen aan de verkiezingen, maar hij kon daarna als niet-gebondene zitting nemen in het kabinet.

Als minister heeft Di Pietro zich, behalve door zijn werklust, onderscheiden door twee zaken: zijn drang om snel een aantal belangrijke infrastructurele werken te beginnen, wat hem regelmatig in botsing bracht met de Groene partij, en zijn voorstellen om corruptie met nieuwe wetgeving te bestrijden. Zo wilde Di Pietro de vermogenssituatie van ambtenaren in kaart brengen, om te achterhalen wie zich onder tafel laat betalen voor verschillende diensten.

Dat tweede element heeft ongetwijfeld een rol gespeeld in de intriges die daarna tegen hem zijn gesponnen, op een manier waarvan het in de Renaissance beruchte geslacht van de Borgia's nog zou kunnen leren. Het parket van de havenstad La Spezia was begonnen met een onderzoek naar oliefraude en kwam daarna terecht bij wapenhandel en bij de duistere bankier Francesco Pacini Battaglia. De fiscale recherche kreeg opdracht diens telefoon af te luisteren. In een van zijn gesprekken refereerde Pacini Battaglia aan verhoren door Di Pietro, toen die nog in Milaan werkte als officier van justitie. Hij zei daarin dat hij had “betaald” om uit de smeergeldschandalen te blijven. Dat werd doorgespeeld aan de kranten, die het met enorme koppen brachten. Dat Pacini Battaglia in vrijwel dezelfde zin uitlegde dat dit betalen niet letterlijk genomen moest worden, werd pas een paar dagen later naar buiten gebracht.

Di Pietro reageerde met een reeks van aanklachten wegens laster en zei dat de justitie maar een breed onderzoek moest instellen. “Laten we er niet omheendraaien”, zei Di Pietro eerder deze maand. “Of ik of de andere officieren van justitie hebben met opzit Pacini Battaglia een voorkeursbehandeling gegeven, en misschien onszelf verrijkt, óf iemand is een monstrueuze wraakactie tegen ons aan het opzetten.”

Hij voegde daaraan toe dat hij van zichzelf wist dat hij onschuldig was, maar dat hij niet kon instaan voor alle medewerkers die de smeergeldgroep ooit heeft gehad. In dat verband is de naam gevallen van de echtgenoot van Alessandra Mussolini, die gisteren besloot uit de Nationale Alliantie te stappen, de voormalige neofascistische partij. Haar man heeft tot 1993 bij de financiële politie gewerkt. Later zou Pacini Battaglia de echtgenoot van Mussolini bijna een ton hebben geleend om de verkiezingscampagne van diens vrouw te financieren. Maar hij zou zich ook hebben beklaagd dat Mussolini's man niet te koop was.

Veel Italianen kijken ontredderd toe en begrijpen niet goed waarom Di Pietro nu is afgetreden. Omdat hij vindt dat een minister geen verdachte kan zijn? Onwaarschijnlijk, want er is geen aanklacht. Omdat er echt iets is? Veel mensen kunnen dat niet geloven, gezien ook het feit dat een eerder onderzoek is geseponeerd. Of omdat, wat sommige vrienden suggereren, Di Pietro niet meer tegen de psychologische druk kan? In opiniepeilingen heeft Di Pietro de voorkeur van het volk. Het laagste percentage wat hij de afgelopen maanden heeft behaald, is 51 procent. Maar veel Italianen vragen zich nu vertwijfeld af of voor iemand als Di Pietro wel ruimte is in hun land.