Aangelengd met poëzie; Een uitmarkt voor fotografie in Parijs

De Mois de la Photo in Parijs wil met 98 tentoonstellingen een overzicht geven van de stand van zaken in de hedendaagse fotografie. Eén immense tekortkoming valt daarbij op: de foto-journalistiek ontbreekt bijna helemaal. In Parijs kan een foto niet zonder poëtische lading.

Mois de la Photo. T/m 30 nov. Maison Européenne de la Photographie, 00-33-1-44787508, Internet: www.pictime.fr/maison-europeenne/

De omgeving van het zaaltje is deprimerend - het slenterparadijs waar eens de Hallen van Parijs stonden -, de fotografie is er lang niet altijd even bijzonder, maar de tentoonstelling blijft uit het beeldenarchief in mijn hoofd tevoorschijn komen. De Moeders is de titel. Dochters over hun Moeder was beter geweest want het zijn foto's (met een korte tekst) waarin tachtig dochters laten zien hoe zij hun moeder in hun hart hebben vastgelegd.

Annie Leibovitz vermeed iedere dramatiek en nam een foto die zij van haar ouders maakte op de dag waarop zij vijftig jaar getrouwd waren. Ze kon of wilde haar moeder niet als een zelfstandig persoon zien, hoewel de vader en de moeder er betrekkelijk neutraal ten opzichte van elkaar bij staan. Dat is kennelijk zoals zij aan haar denkt.

De moederstudies variëren van een snapshot met bijschrift tot het grote, professionele portret. Bijna allemaal zijn het korte romans uit het voltooid onbereikbare, waar de schrijfster veel meer weet dan de oningewijde, maar naar haar eigen smaak lang niet genoeg. Het zijn duidelijke wanhoopskreten, tekenen van aanhankelijkheid of een overpeinzing die minder onschuldig is dan de eerste aanblik verraadt. Bij anderen gaat het hoogstens om een verzuchting: je holde altijd voorbij toen ik jong was, maar je was wel lief.

Het is een project dat iedereen kan ondernemen die nog een moeder heeft (of een vader, of iemand anders die te bijzonder is voor een foto). Niemand hoeft het te laten om de kosten. Dat is het verwarrende: iedereen kan fotograferen, maar bijna niemand kan het. De fotolaborant na de vakantiehausse moet het denken, de bezoeker van de negende Parijse Moi de la Photo schiet het ook wel eens door het hoofd. Het verschil zit in het idee, een ondefinieerbaar sfeerverschil, de techniek, de keus van dat ene moment dat de eeuwigheid recht doet. Schilders kunnen nog eens wat veranderen, een fotograaf schiet raak, of niet.

Daarom is de opdracht aan de tachtig dochters zo mooi. Weinig onderwerpen staan hen zo na: vang de essentie in één honderdste seconde. Sommige fotografes hadden kennelijk een makkelijke relatie: hun moeder was bereid op hoge leeftijd naakt te poseren. Moet dat? Goed dan. In een stad waar semi-anorexia bij amper twintigjarigen het modebeeld bepaalt, doorbreken rimpels en vellen onmiskenbaar een taboe, maar het boeiende van die foto's is dat ook ouder naakt niet per se onthullend is.

Het grootste geheim blijft de intimiteit tussen moeder en dochter. Die wordt zelden zichtbaar, maar soms wel voelbaar, bijvoorbeeld op de familiefoto met jonge ouders waarop Gisèle Freund zich als meisje van tweeëneenhalf naast haar moeder heeft neergezet. Of op die schijnbaar zorgeloze kiek van een stralende vrouw, waarbij de dochter schreef: 'Op deze foto is mijn moeder jonger dan ik nu ben' - verzet tegen de biologische klok, omgezet in een vleug jaloezie om de jongere vrouw die de moeder bleef in de herinneringen van de dochter.

Modder

Lang niet alle tentoonstellingen komen zo dicht bij de huid van de fotograaf. Eén zaaltje verder in het Hallen-complex hebben twee diepe denkers hun foto's uitgestald, Pierre Minot en Gilbert Gormezzano. De Hemel, de Aarde heet hun bijdrage bescheiden. Ook daar de nodige rimpels, maar dan bewust aangebracht, op mensen die met modder of sneeuw zijn bedekt, voor de foto. Het deed me denken aan die Cinemascope-film De Woestijn Leeft, waarin de modder af en toe een bel blies, heel indrukwekkend, maar dat was echt.

Laat ik het maar eerlijk zeggen: de Mois de la Photo is om gek van te worden. 98 tentoonstellingen op 90 verschillende plekken door heel Parijs, ondanks drie thema's in feite zonder lijn, volgorde of rangschikking. Allemaal zaaltjes met foto's, sommige beeldschoon, andere hopeloos kunstzinnig. Een chaos, en daarom misschien een redelijke impressie van de stand van zaken in fotoland. Althans een deel daarvan.

Eén immense tekortkoming valt namelijk op: de hedendaagse foto-journalistiek ontbreekt bijna helemaal. Waarschijnlijk is dat geen toeval. Bij de opening van het Parijse Maison Européenne de la Photographie in april vertelde directeur Jean-Luc Monterosso, die ook verantwoordelijk is voor de Mois de la Photo, al dat hij meer is geïnteresseerd in verzonnen of gearrangeerde werkelijkheid dan in actuele fotografie: “Tonen de oorlogsfoto's die men ons voorhoudt de realiteit van de oorlog? (-) Iedereen is gewend geraakt aan oorlogsjournaals op de televisie. Artiesten laten ons zien wat we nooit zien. Zonder artistieke fotografen zijn we een beetje blind.”

Monterosso zet met die kijk op de fotografie zijn stempel op dit festival, zowel in zijn eigen Maison Européenne (5-7 Rue de Fourcy) als in de andere musea en galeries die meedoen. 'Gewone' fotografie, zonder bijmengen van poëtische lading, is in de minderheid. Nieuwsfotografie wordt in het Parijs van de wereldberoemde foto-agentschappen niet gezien als interessante verslaggeving van de werkelijkheid. Er was een expositie in het warenhuis Bon Marché van De Landschappen van Magnum; die is al weer dicht.

De Afrika-foto's van Raymond Depardon (FNAC Montparnasse, 8 Rue de Rennes) laten door pure schoonheid en betrokkenheid-zonder-gironummer zien dat deze zware voorkeur voor artistieke fotografie onrecht doet aan hele scholen fotografen die dagelijks op pad zijn door de wereld. Zijn nieuwe film Afrique: comment ça va avec la douleur? draait in Parijs; iedere donderdagavond gaat de maker in discussie met het publiek.

Ook enkele andere 'gewone' fotografen met een lange staat van dienst krijgen de aandacht die zij verdienen. Van Willy Ronis (70 jaar klikken, Pavillon des Arts, Les Halles, Porte Rambuteau) en Frank Horvat (Paris-Londres, 1952-1962, Musée Carnavalet, 23 Rue Sévigné) zijn grote tentoonstellingen te zien waarop hun milde oog zegeviert. In de realistische traditie het meest pakkend vond ik Sabine Weiss, de in 1924 in Zwitserland geboren Parisienne wier foto's uit de jaren 1947-1993 een zeer persoonlijk karakter hebben. Of zij immigranten in het Val de Marne of bijna even grote armoede in Bangla Desh ontmoet, feestvierende gewone mensen op het zilverpapier vangt of kunstenaarsportretten maakt (Dubuffet, Braque, Bacon, prachtig), het humanisme is overal zichtbaar, de fotografe nooit. Dat is anders bij Ed van der Elsken, die met zijn gevoel en zijn omgeving vaak onderwerp was van zijn eigen werk. Aan hem wijdt het Institut Néerlandais (121 Rue de Lille) een postume tentoonstelling, die in verschillende Franse kranten speciale aandacht krijgt. 'Zou meer verdiend hebben dan een dag of twintig in de kelder van het Institut Néerlandais', schreef Le Monde meer vleiend voor de fotograaf dan voor het instituut dat hem toch maar presenteert in Parijs.

Tweelingen

De organisatoren werken niet met de tegenstelling tussen realisme en artistieke fotografie. Zij hebben als overkoepelende thema's aangehouden: Elders, Gedeeld Leven (tweelingen, duoportretten, spiegelbeelden) en Buitenlandse bijdragen (in de buitenlandse culturele instituten in Parijs). Elders biedt ruimte aan de verbeelding van allerlei zieleroerselen, al of niet in een ver land gesitueerd.

Het meest verrassend is de veelheid aan invallen die uit het 'duo'-thema naar voren komen. De centrale tentoonstelling is te zien bij de Fondation Cartier (261 Boulevard Raspail). Alles en nog meer blijken mensen te hebben bedacht om gelijkenissen te vinden, te creëren en weer zoek te maken. Met de computer wordt alles zichtbaar gemaakt, ook wat niet bestaat. Ronald Reagan wordt Nancy. Maar opnieuw, de gewone foto's blijven het langst hangen. Van de Chrysler-dealers Harold en Norman Weaver in Galesburg, Illinois bijvoorbeeld, en van twee blinde zusjes die elkaar voor de foto zo stevig vasthielden dat de fotografe noteerde: 'Ik fotografeerde alleen hun handen, de rest was bijzaak'.

Een vrolijke voetnoot in deze vrij serieuze uitmarkt van fotografen en beeldpoëten is het werk van Mïrka Lugosi en Gilles Berquet (Défense d'ouvrir, Galerie Les Larmes d'Eros, 58 Rue Amelot). Hij fotografeert haar, zij schildert zijn foto's van haar, en samen wordt het kunst in een sfeer van kinky seks en ritsloos leder. Deze erotische vakhandel had het meeste werk na enkele dagen al verkocht.

Fotografie is een verwarrende kunst. Nieuwe muziekstukken of moderne beeldende kunstwerken kunnen 'interessant', 'niet zo boeiend', 'knap', 'belangrijk' of zelfs 'mooi' zijn, maar meestal doet een leek ze niet even na. Fotograferen doet iedereen, meer en makkelijker dan ooit. En net nu de massificatie een feit is verovert de fotografie zich een vaste plaats in museum en galerie, vreemd genoeg pas een ruime eeuw nadat de opkomst van het mechanisch vastgelegde beeld het bestaansrecht van de schilderkunst ingrijpend had veranderd. Nu fotograferen een kunst is, zijn er geen beperkingen meer. Stijlen en stromingen, technieken en tradities, die bij de schilderkunst eeuwen de tijd hadden om zich te ontwikkelen, vliegen allemaal tegelijk uit de donkere kamers. Alles kan, alles mag, maar wat een blijvende foto onderscheidt van al die kiekjes blijft een even groot geheim als bij van de schilderkunst, ook nadat die bevrijd was van het uitbeelden van de werkelijkheid.

    • Marc Chavannes