Zes graden van leukte

Herman van Veen onthulde onlangs dat de Eskimo's “wel duizend woorden” voor sneeuw hebben. Het zal u niet verbazen dat wij wel honderd woorden voor humoristisch hebben.

Maar daarvan zijn er maar zeven werkelijk in gebruik, omdat daarmee alle benodigde schakeringen uitgedrukt kunnen worden. Natuurlijk vinden we in het woordenboek vóór geestig ook de woorden amusant, boertig, drollig en bestaan in het alfabet achter leuk de woorden lollig, luimig, moppig, potsig, schalms, snaaks, vermakelijk, maar wij putten onze humor-woorden toch slechts uit het traject tussen geestig en leuk, dat eenvijfde van het woordenboek beslaat. Van belang is steeds of de humor bewust, of zelfs beroepsmatig, bedoeld was, of niet. En een tweede dimensie wordt geleverd door de lach, die soms als effect vereist is, soms kan ontbreken. Hier is het zevental.

GEESTIG kan onbedoeld zijn en er hoeft geen lach te volgen. Om beide redenen ziet men dit wel als hoogste graad van leukte.

GEINIG is wel bedoeld, maar lachen is nog net niet verplicht. Voor de consument staat vast dat de gein door de geinponem bedoeld werd en daarom is zijn voldoening iets minder dan bij een geestigheid die hij misschien zelf ontdekt.

GRAPPIG is neutraal wat betreft de opzet, maar lachen is verplicht, al is een glimlach voldoende. Wie grappig wilde zijn, maar geen lach opwekt, was slechts geinig en zeker niet geestig.

HILARISCH Hier zijn we zeker van de lach, de gier, de brul. De klassieke bananenschil demonstreert dat van opzet geen sprake hoeft te zijn. Overigens is Arthur Koestler de enige mens die ooit over die schil is uitgegleden.

HUMORISTISCH Lachen is onverplicht en opzet ook niet. Men hanteert het vooral voor geschreven humor. Vroeger was dit het overkoepelende bijvoeglijk naamwoord, zoals het zelfstandig naamwoord humor nog steeds niet is vervangen door leukte

KOMISCH We zijn hier zeker van de voorbedachte rade en ook wel van de onvermijdelijke straf die schateren, grinniken, schuddebuiken heet. Er wordt aan de consument weinig keus gelaten en daarom is komisch dikwijls ook tragisch, bij de afgesleten moppentapper.

LEUK (van lauw - Engels luke - kalm, niet-laten-merken, doodleuk) Dit is nu het overkoepelende woord. Wordt door hoog gebruik minder pregnant gevonden en zal binnen vier jaar vervangen moeten worden (lollig?). Het is het enige van de zeven dat graag ironisch gebezigd wordt (leuk hoor = niet leuk).

Veertig jaar geleden schreef professor Hellinga: “Huygens kan voor ons pueriel viezig en onaangenaam grof zijn, als hij kennelijk meent dat hij leuk en geestig is”, waaruit blijkt dat woorden als pueriel en viezig sneller heenglijden dan woorden als leuk en geestig. Wat aan al deze woorden knaagt is dat zij, en vooral komisch, grappig en leuk, worden gebruikt in de zin: “Hij denkt leuk (grappig, komisch) te zijn.” Daarom zijn de woorden geestig en humoristisch van een langere toekomst verzekerd, zij hebben niet zo'n geschiedenis van mislukkingen.

Geestig is de tegenhanger van lichamelijk, zodat bekkentrekkerij en valpartijen uitgesloten worden. Humoristisch is een geleerde term uit de historie van de geneeskunde en wordt daarom door theoretici graag gebruikt.

Hoewel leuk, zoals gezegd, bijna niet meer kan, is het op dit moment het enige neutrale woord zonder bijzondere effecten van lachen of van aannames omtrent bedoeling. Het krijgt zozeer de betekenis 'prettig, welkom, positief', dat het niet lang meer als overkoepelaar voor grappig, geestig, geinig, grollig, guitig, gekkig, giphartig, gesmijdig kan dienen. Zijn opvolger zal echter dezelfde betekenisdevaluatie ondergaan en dus na een eeuw weer vervangen moeten worden. Ik zal u daar te zijner tijd over inlichten.

    • H. Brandt Corstius