Voedseltop

HET DRAMA IN Midden-Afrika stelt de wereldvoedselconferentie die deze week in Rome wordt gehouden in een wrang daglicht. De FAO, de VN-organisatie voor voedsel en landbouw, doet een oproep om het aantal mensen dat hongerlijdt in de wereld de komende twintig jaar te halveren.

Intussen tonen de dagelijkse beelden uit Oost-Zaïre dat niet het gebrek aan kunstmest, maar burgeroorlog en sociale ontreddering de directe oorzaken van hongersnood zijn. Waarbij in het geval van het grote-merengebied in centraal Afrika ook de beschikbaarheid van vruchtbaar land en de bevolkingsdruk een belangrijke rol spelen.

Toen in 1974 de eerste wereldvoedseltop werd gehouden, lag alle nadruk op meer hulp voor het bereiken van de doelstelling om binnen tien jaar de honger uit de wereld te bannen. Dergelijke irreële oproepen behoren tot het verleden. De ontwikkelingsdiscussie speelt zich allang niet meer af op het ideologische niveau van de Noord-Zuidtegenstelling. Verbeteringen in de landbouwmethoden hebben bijgedragen aan verhoging van de agrarische produktie, inkomensstijging in een groot aantal ontwikkelingslanden tot hogere bestedingen aan voedsel. Dit zijn spectaculaire successen.

ONDERVOEDING is daarmee niet verdwenen - volgens de verklaring die de FAO-conferentie zal aannemen beschikken meer dan 800 miljoen mensen in de wereld over onvoldoende voedsel om in hun basisbehoeften te kunnen voorzien. Maar de complexiteit van de oorzaken is inmiddels veel duidelijker. Het gaat enerzijds om problemen van distributie, overbevolking, ongelijkheid van inkomen en van toegang tot land. En anderzijds om macro-economisch beleid waarbij boeren door prijsprikkels worden aangespoord om hun produktie te verhogen en waarbij de nationale en internationale markten voor landbouwprodukten worden geliberaliseerd. Ook, om dicht bij huis te blijven, de nog altijd afgesloten markt van de Europese Unie met haar dirigistische gemeenschappelijke landbouwbeleid.

Dit gaat niet over tractoren maar over politiek. De voedselhulp die het Westen verstrekt, heeft in veel gevallen tot gevolg gehad dat de lokale landbouw is weggevaagd. De (gedwongen) invoering van collectieve landbouweenheden en van staatsbureaus voor de inkoop van agrarische produkten, met hulp van Westerse ontwikkelingsdeskundigen, hebben de afgelopen decennia vooral in Afrika dramatische gevolgen voor de voedselproduktie gehad. En waar burgeroorlogen woeden, of boeren van hun land worden verdreven, bestaat al helemaal geen mogelijkheid om land te bewerken, om in te zaaien en te oogsten.

BINNENLANDS BELEID van de betrokken landen heeft dus alles te maken met voedselzekerheid, maar dat ligt grotendeels buiten het bereik van de FAO. Landen kunnen worden aangespoord om een behoorlijk beleid te voeren en technische hulp is van betekenis. Maar de werking van prijsprikkels en sociale vrede op het platteland kunnen niet op een wereldvoedselconferentie worden afgedwongen. Daarvan moeten landen zelf overtuigd zijn.