Variant op ernst

Als de Duitser lacht, trilt de wereld - en niet altijd van het lachen, luidt een oud gezegde. Duitsers houden geweldig van humor (Klamauk), maar dan liefst in groepsverband, bijvoorbeeld in hun Stammkneipe, en georganiseerd, zeg bij carnaval, het verjaarsfeest of het jaarlijkse bedrijfsuitstapje.

Ook qua gevoel voor humor is Duitsland een onrustig land, tobbend met zijn reputatie als verspätete Nation, waarin het burgerlijke ontzag voor meerderen, de macht, de overheid langer bewaard bleef dan elders.

Grappen liggen vaker in de hoofdgroep 'verwoed leedvermaak' dan in de sector 'zelfironie', zoals Britten die kennen. Net als een Hollander houdt een Duitser, zoals Wim Kan het zei, vooral van “komische humor”. Dat wil zeggen: grappen mogen een pointe hebben die er redelijk dik opligt.

De grens met lol is nogal eens vaag, een zekere boertigheid, waarin onderlijf en alcohol mogen meedoen, is zelden ver weg. Wat wellicht mede verklaart waarom de aardse grappen van mensen als Rudi Carrell en Lou van Burg zaliger in Duitsland méér succes hadden dan in hun eigen land. Dat Herman van Veen het bij onze oosterburen ook goed doet, is daarmee niet in strijd omdat hij gevierd wordt als romantische exoot, en dan nog vooral door een selecter en jonger publiek.

“Will keiner trinken, keiner lachen? Das liegt an Dir: Du bringst ja nichts herbei, nicht eine Dummheit, keine Sauerei.” Zo citeerde Der Spiegel begin dit jaar somber uit Goethes Faust I (1808) in een artikel over humor in Duitsland. Wie komisch sind die Deutschen?, luidde de enigszins retorische vraag van het Hamburgse weekblad, dat constateerde dat in het buitenland het antwoord nagenoeg eenstemming luidt: niet zo erg.

Zelfs humor is voor veel Duitsers een ernstige zaak, althans een zaak waaraan met de nodige toewijding moet worden gewerkt. De publicist Johannes Gross beschrijft de traditionele Duits gelegenheidshumorist zo: “Hij moet vaak 'proost' tegen zijn buurman roepen, want wie vaak genoeg 'proost' roept heeft zeker gevoel voor humor. (...) Onder Duitsers moet een Duitser humor hebben, en meestal heeft hij die ook, maar het is humor van een type dat de stelling dat Duitsers geen humor hebben niet uitsluit.”

Er is tot op het hoogste Duitse niveau nagedacht over humor. “Lachen is een affect dat ontstaat uit de plotselinge overgang van een gespannen verwachting tot niets”, definieerde Kant voor zijn landgenoten. Hegel zag het komische als “het contrast tussen het eigenlijke en de vorm, tussen het doel en het middel”. En voor Max Weber was ironie eigenlijk slechts een variant op de ernst, namelijk Schalksernst.

De afgelopen halve eeuw gold voor Duitse intellectuelen dat er sinds Auschwitz eigenlijk niet meer kon worden gelachen. Cabaretgroepen als de Stachelschweine uit Berlijn en de Lach- und Schiessgesellschaft uit München specialiseerden zich dan ook in een bijtend-somber soort vermaak. Van Dieter Hildebrandt, ster van de laatste groep, is een grap als: “Een paar duizend overtuigde nazi's hebben destijds miljoenen Duitse verzetsmensen bang gemaakt.” Maar ook op dat gebied is er wat aan het veranderen. In eerder bedoeld artikel in Der Spiegel werd bijvoorbeeld een grap aangehaald uit een recent show-programma op de televisie: “Wat hebt u in de oorlog gedaan?” “Piloten naar beneden gehaald!” “Uit de lucht?” “Nee, van mijn zuster.”

Het dreunende van de Duitse humor bij carnaval, de uitgelatenheid op feesten, het verbetene, het ernstig vermanende van Duitse politieke cabarets hebben te maken met een neiging tot perfectionisme. Of het nu om oorlog, spijt over de oorlog, het juiste socialisme (in de DDR bijvoorbeeld), de hoge vlucht van de filosofie, het bouwen van auto's en machines, het componeren van opera's of de (seksuele) revolutie gaat: “De Duitsers willen altijd alles het beste doen”, zoals de Keulse tv-presentator Alfred Biolek het ooit zei ter verklaring van het verschijnsel. Over het ontbreken van zelfironie zei hij, instemmend aangehaald door de Britse Duitsland-kenner David Marsh: “Hoe kan ik me nu vrolijk maken over mijn keuken als ik tegelijkertijd de beste restaurants van de wereld wil hebben?”

    • J.M. Bik