Van Duin grappigste Nederlander

ROTTERDAM, 14 NOV. De humorist A. van Duin is de grappigste Nederlander. In een representatieve steekproef die het marktonderzoekinstituut NIPO in opdracht van NRC Handelsblad heeft gehouden, werd zijn naam het vaakst genoemd.

Y. van 't Hek reikte bij deze steekproef naar de tweede plaats en H. Finkers behaalde de derde plaats. De resultaten van het onderzoek zijn vandaag bekendgemaakt. In totaal werden 266 namen genoemd op vraag wie de grappigste Nederlander is.

Het NIPO onderzocht ook wie de flauwste Nederlander is. P. de Leeuw haalde hierbij de meeste stemmen, gevolgd door respectievelijk Y. van het Hek en F. de Jonge. In deze categorie gaven de respondenten 237 namen op.

Van Duin (André) reageerde opgetogen maar beheerst op zijn uitverkiezing. “Ik vind het wel grappig”, zei hij desgevraagd. “Maar enquêtes zijn natuurlijk altijd betrekkelijk. Ze zeggen iets over een bepaalde periode in het jaar. Op het moment dat de televisiekijkers mogen kiezen wie de Televizierring wint, moet je wel in die tijd op tv zijn, anders maak je geen kans. Zoals Paul de Leeuw nu overkomt.”

De nu 49-jarige André van Duin werd als Adrianus Marinus Kyvon geboren in Rotterdam. Hij volgde een opleiding tot machinebankwerker, maar zijn carrière kreeg een radicale wending toen hij in 1964 de televisie-talentenjacht Nieuwe Oogst won, wat hem onder meer een optreden in de show van Willy en Willeke Alberti opleverde. Ook trad hij dat jaar op in het voorprogramma van de Rolling Stones in Scheveningen.

Van Duin begon als bandparodist, maar ontplooide later diverse andere activiteiten in de amusementssector, zowel in het theater, op de radio, op tv als in de film. Hij creëerde typetjes als Willempie, Flip Fluitketel, Simon Naaigaren, Jaap Aap en Joep Meloen.

Dat Van Duin ook hoog, op de vierde plaats, is geëindigd in de categorie flauwste Nederlander, deert hem nauwelijks, zo liet hij weten. “Je kan geen voorstanders hebben als je geen tegenstanders hebt.” Opvallend is dat hij in alle leeftijdscategorieën het meest werd genoemd als grappigste Nederlander. “Maar ik denk dat de echte jonkies er toch anders over denken”, merkte Van Duin op. De jongeren tot en met 34 jaar zijn in elk geval verdeeld. Zij bezorgden Van Duin in hun leeftijdscategorie de eerste plaats zowel bij de grappigste als bij de flauwste Nederlanders.

De Leeuw weigerde elk commentaar op zijn uitverkiezing tot flauwste Nederlander. Hij onthoudt zich volgens zijn woordvoerster V. Ypma “principieel van commentaar in de media op zijn eigen programma's en zijn doen en laten”. Dat gold bijvoorbeeld ook voor de verkiezing tot 'irritantste man van Nederland' in het weekblad Nieuwe Revu, aldus Ypma. Zelf gaf zij blijk van haar ongenoegen dat kranten zich “met dit soort fratsen” en “kletspraat” bezighouden.

De 34-jarige Paul de Leeuw, eveneens in Rotterdam geboren, scoorde ook hoog (vierde plaats) bij de vraag wie de grappigste Nederlander is. Hij brak in het theater al snel door nadat hij in 1983 zowel de persoonlijkheidsprijs als de aanmoedigingsprijs van het Delftse cabaretfestival Cameretten had gewonnen. Ook op radio en tv werd De Leeuw, met vaak taboe-doorbrekende programma's, al spoedig een bekende persoonlijkheid, vooral geliefd onder jongeren. Dit jaar kreeg hij voor Filmpje! de Rembrandt voor de beste Nederlandse speelfilm.

Het NIPO-onderzoek bevestigt het vermoeden dat over smaak in het algemeen en over humor in het bijzonder valt te twisten. Zo bleek S. Gaaikema door hoger opgeleiden het vaakst te worden genoemd als flauwste of minst grappige Nederlander, gevolgd door Van Duin. Van 't Hek veroverde onder de hoger opgeleiden de eerste plaats als grappigste, gevolgd door H. Finkers. Onder de laagst opgeleiden scoorde Van Duin het beste als grappigste, met op grote afstand Finkers op de tweede plaats. Zij vonden Van het Hek het minst grappig.

Over de vraag wie de flauwste Nederlander is bleek de bevolking trouwens minder uitgesproken dan over wie de grappigste is. De meest genoemde naam in de categorie 'minst grappig' werd door twaalf procent genoemd, in de categorie 'grappigst' door 25 procent.

Het NIPO had de deelnemers aan de steekproef de volgende vraag voorgelegd: “In Nederland zijn veel mensen die dingen doen om anderen aan het lachen te maken. Als u aan deze mensen denkt, wie vindt u dan de grappigste Nederlander? Het gaat hierbij om mensen die met opzet komisch zijn en die algemeen bekend zijn door boeken, kranten, radio en televisie.” Ondanks de beperking dat de uitverkorenen 'met opzet komisch' moesten zijn, werden ook twee politici (Kok en Bolkestein) enkele keren genoemd.

Ook werd de respondenten het volgende gevraagd: “Er zijn ook mensen die hun best doen komisch te zijn maar die u misschien helemaal niet grappig vindt, maar eerder flauw, kwetsend of irritant. We bedoelen hierbij ook weer mensen die met opzet komisch proberen te zijn en die algemeen bekend zijn door boeken, kranten, radio of televisie.” Politici werden vervolgens niet genoemd, wel sportjournalisten.

Het onderzoek bracht verder aan het licht dat maar weinig vrouwen tot de grappigste Nederlanders worden gerekend (Tineke Schouten scoorde het beste) en dat deze vrouwen vaker door vrouwen grappig worden gevonden dan door mannen.

In de categorie 'flauwste Nederlander' werden vrouwen evenmin vaak genoemd. Brigitte Kaandorp nog het meest, vrijwel uitsluitend door mannen.

De steekproef werd gehouden in het weekeinde van 26 en 27 oktober onder 1.039 Nederlanders van 18 jaar en ouder. Zij wonen verspreid over heel Nederland en maken deel uit van het zogenoemde NIPO Telepanel. Deze Nederlanders beantwoorden wekelijks met behulp van een personal computer en een modem vragen die het NIPO hun stelt.