Twijfels Kamer over organisatie USZO

DEN HAAG, 14 NOV. De Tweede Kamer betwijfelt sterk of de organisatie die zorgt voor de uitvoering van de sociale zekerheid voor overheidspersoneel op haar taak berekend is. Dat bleek gisteren bij de bespreking van een kwartaalrapportage over de Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs (USZO).

Dit jaar ontvangen 220.000 mensen die bij de overheid werken via USZO één of meerdere uitkeringen met een totaalbedrag van 7,4 miljard gulden.

De grote partijen betwijfelen of het kabinet de doelstelling kan waarmaken om het overheidspersoneel per 1 januari 1998 onder dezelfde sociale wetgeving te laten vallen als de werknemers van bedrijven. Het gaat daarbij om uitkeringen als WW, Ziektewet en WAO, vermeerderd met de aanvullingen die ambtenarenbonden met hun werkgevers overeenkomen.

De Algemene Rekenkamer heeft in rapportages de afgelopen jaren dezelfde twijfels geuit over het functioneren van de USZO als de Kamer gisteren. Er is sprake van ordelijkheid noch controleerbaarheid bij de uitvoerder. De organisatie is het resultaat van een samengaan van vier departementale diensten die zich bezighielden met de uitvoering van uitkeringen aan ambtenaren van onder meer de ministeries van Onderwijs en Binnenlandse Zaken.

Minister Ritzen (Onderwijs) aarzelde lang voordat hij het onderwijspersoneel in de USZO liet opgaan. Volgens de Rekenkamer was de afdeling die op zijn ministerie de uitkeringen en wachtgelden regelde allesbehalve op orde.

Sinds 1994 oordeelt de controleur van de rijksfinanciën dat het ministerie zich schuldig maakt aan onrechtmatige uitgaven.

Vergelijkbare verwijten kreeg dezelfde dienst bij het ministerie van Binnenlandse Zaken waarbij bovendien grote achterstanden zijn opgelopen bij de incasso van vorderingen.De woordvoerders van VVD en D66 onderstreepten gisteren de problemen die USZO heeft met het nieuwe automatische systeem.Er wordt rekening mee gehouden dat per 1 januari 1998 nieuwe gevallen handmatig verwerkt moeten worden.