Turkije is eerste schrik over Erbakan te boven

De eerste fundamentalistische premier van Turkije, Erbakan, uit zich een stuk minder radicaal dan vroeger. De realiteit van de dag speelt hem en zijn Welvaartspartij parten.

ANKARA, 14 NOV. Ruim vier maanden na zijn aantreden komen er uit de mond van de Turkse moslim-fundamentalistische premier, Necmettin Erbakan (70), nauwelijks meer radicale uitspraken. De utopie van zijn Welvaartspartij dat Turkije onder haar leiding zou uitgroeien tot een islamitische staat gebaseerd op het principe van Adil Duzen (gerechtigheid) lijkt steeds meer naar de achtergrond te verdwijnen. “Erbakan is van identiteit veranderd”, aldus Mehmet Keçeciler van de rechts-liberale Moederlandpartij en voormalig aanhanger van de politieke islam. “Zijn partij heeft een U-bocht gemaakt.”

De Turkse banden met het Westen zijn niet verbroken, evenmin is de Turkse lira vervangen door een islamitische dinar. Onder aanvoering van Erbakan is er geen economisch verbond van islamitische landen opgericht en er is bovendien geen sprake van de door hem aangekondigde samenwerking van de militaire industrieën in deze staten. De Turkse premier reisde weliswaar naar islamitische republieken als Iran en Libië die door de internationale gemeenschap worden geïsoleerd, maar hij tekende eveneens een overeenkomst met het door hem verguisde Israel voor de modernisering van de Turkse F-4 gevechtsvliegtuigen. Tevens stemde de regering in met een verlenging van het mandaat voor de door de Amerikanen geleide, geallieerde luchtmachtoperaties (Provide Comfort) boven Noord-Irak, terwijl de politieke islam eerder toch aangaf deze “imperialistische macht” uit de regio te willen weren.

“Fundamentalistische partijen doen het goed in de oppositie”, meent Sencer Ayata, hoogleraar sociologie aan de universiteit van het Midden-Oosten in Ankara. “Maar zodra er moet worden geregeerd, komt de realiteit van de dag om de hoek kijken.” Volgens Ayata is de Welvaartspartij zich er in de afgelopen maanden van bewust geworden dat men slechts het mandaat heeft van ruim 20 procent van het Turkse electoraat. “En dat is te weinig om op eigen houtje radicale veranderingen door te voeren.”

De schrik sloeg de seculiere meerderheid in Turkije om het hart toen de Welvaartspartij bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 1994 een groot aantal burgemeestersposten, waaronder die in de metropolen Ankara en Istanbul, veroverde. De partij bestendigde die positie met 21,3 procent van de stemmen bij de algemene verkiezingen in december 1995 en werd de grootste partij. Het duurde evenwel nog tot juli voordat de coalitieregering van de Welvaartspartij en de conservatieve Partij van het Juiste Pad (DYP) tot stand kwam. Het leger, de bewaker van het seculiere karakter van Turkije, en de toonaangevende ondernemers in Istanbul meenden toen dat het op de lange duur schadelijker zou zijn om de Welvaartspartij buiten de regering te houden. Bovendien had mevrouw Çiller, de leider van de DYP, een coalitiepartner nodig om de parlementaire onderzoeken naar corruptie waarvan ze wordt beticht, in de doofpot te laten verdwijnen.

Gleed Turkije af naar een islamitische staat? De seculiere oppositie verhief haar stem. De Turkse Vereniging ter bescherming van het gedachtengoed van Atatürk, de Turkse hervormer en oprichter van de republiek, groeide sinds 1994 uit tot de grootste burgerorganisatie in Turkije, met een kleine 40.000 leden. De organisatie voert op drie fronten strijd: men spoort de oppositiepartijen aan om de handen ineen te slaan en zich gezamenlijk tegen de politieke islam te weren; binnen de DYP van mevrouw Çiller wordt gelobbyd voor het opzeggen van de coalitie, terwijl de publieke opinie met de boodschap wordt bestookt dat de politieke islam geen oplossing biedt voor de problemen.

Het hoofdkwartier van de vereniging bevindt zich in een ruime flat in het centrum van Ankara. Er heerst een bedrijvige onrust. “De meerderheid van de leden is vrouw”, aldus Nilgun Ersoy van de jongerencommissie. “Zij voelen zich nog sterker dan mannen bedreigd door de opkomst van de fundamentalisten. De politieke islam tast de vrijheden en rechten aan die vrouwen gedurende de republikeinse periode hebben verworven.”

Recent onderzoek heeft uitgewezen dat 26,7 procent van de Turkse bevolking de invoering van de shari'a, het islamitische recht, voorstaat. Dat is ruim 5 procent meer dan in 1990. Het is verrassend om te zien dat deze voorstanders zich ook binnen de conservatieve partijen bevinden: de Moederlandpartij met 9,5 procent, de DYP met 7,8 procent en de extreem-rechtse Partij van Nationale Actie (MHP) met 5,9 procent. De Welvaartspartij scoort met 52,3 procent het hoogst. Toch zegt slechts rond de helft van hen de shari'a om puur islamitische redenen te ondersteunen. De rest hoopt op die manier een rechtvaardiger samenleving te creëren. Zonder machtsmisbruik en corruptie in ambtelijke en politieke kringen en zonder economische ongelijkheid.

De Welvaartspartij met 4 miljoen leden bestaat uit naar schatting 25 procent radicale moslims die de totale islamisering van Turkije nastreven. De partij heeft geen vrouwelijke afgevaardigden en vrouwelijke bestuurders, ondanks de 25 procent vrouwelijke leden. Er bestaan sterke banden met de Koerdische gemeenschap in het door oorlog geteisterde zuidoosten van het land. Daarnaast zijn grote groepen leden afkomstig uit de religieuze secten, de ondernemerswereld en het midden- en kleinbedrijf. Opvallend is dat in december een belangrijk deel van de mensen die op de Welvaartspartij stemden tussen de 18 en 20 jaar oud was. Zij wonen veelal in de snelgroeiende buitenwijken van de grote steden en behoren volgens Nur Vergin, hoogleraar politieke sociologie aan de Marmara-universiteit in Istanbul, tot de radicaalste stroming. “De mate van invloed die de Welvaartspartij deze jongeren toestaat is bepalend voor het toekomstige karakter van de partij”, meent zij.

Niettemin lijken veel seculier georiënteerde Turken de aanvankelijke schrik over het aan de macht komen van de politieke islam langzaam van zich af te schudden. Het bewustzijn groeit dat er genoeg sectoren in de samenleving zijn, zoals de Westers georiënteerde ondernemers, het leger, de seculiere midden- en hogere klasse en de ambtenarij, die willen voorkomen dat de fundamentalisten in staat worden gesteld het overheidsapparaat op grote schaal te infiltreren.

“Bovendien is Turkije een complexe samenleving”, meent zowel Vergin als Ayata, “met een bevolking van 65 miljoen die verre van homogeen is. Met verschillende sociale klassen en etnische achtergronden.” Al deze verschillen weerspiegelen zich ook in de Welvaartspartij, en het is vrijwel onmogelijk de diverse belangen met elkaar in overeenstemming te brengen. “Kijk bij voorbeeld maar naar het vraagstuk van de Koerden”, aldus de socioloog Ayata. Binnen de Welvaartspartij vind je Koerdische en Turkse nationalisten. Hoe breng je die twee partijen ooit op één lijn?”

“Daarnaast zijn er de religieuze verschillen”, meent Firat Dayanikli, parlementariër van de Linkse Democratische Partij (DSP) voor Tekirdag in het Europese deel van Turkije. Hij wijst op de groep van 15 tot 20 miljoen alevieten, niet-orthodoxe shi'itische moslims die de pluriforme, Westerse democratie als een garantie zien voor de vrijheid van godsdienst. “Al die krachten in de samenleving hebben de politieke islam tot een gematigder opstelling gedwongen”, aldus Dayanikli, “wat er onvermijdelijk toe leidt dat de eenheid binnen de Welvaartspartij wordt aangetast. Het is de vraag hoe lang de mensen die het minst van het huidige beleid van de Welvaartspartij profiteren Erbakan trouw zullen blijven.”

Uit de berichtgeving in de populaire pers klinkt evenwel nog steeds verontrusting door, met name over de rol van mevrouw Çiller. Zij heeft zich in zijn ogen ontpopt tot het meest onbestemde element in het krachtenveld tussen de politieke islam en de seculiere meerderheid. Tegen de achtergrond van de beschuldiging van corruptie tegen haar lijkt Çiller bereid om de Welvaartspartij vergaand tegemoet te komen in ruil voor stopzetting van de parlementaire onderzoeken. De eerste vrouwelijke premier van Turkije, die zichzelf ooit afschilderde als het boegbeeld van het seculiere, wereldlijke karakter van de republiek, zou zelfs haar steun al hebben gegeven aan het streven van de Welvaartspartij om de islamitische hoofddoek op universiteiten en in overheidsdienst toe te laten. De invloed van de politieke islam in de ambtenarij zou daarmee een belangrijke vlucht nemen, wat de grootste angst is van veel seculiere Turken. Voor hen is de hoofddoek niet zozeer een islamitisch gebod maar het symbool van de radicale islam. “Ik heb de indruk”, aldus Ayata, “dat zelfs het leger Çiller niet langer ziet als bondgenoot in de regering.”

    • Froukje Santing