Sluiers verhullen en vertellen; Meer dan een lapje stof

Hoofddoeken of sluiers worden hier vaak beschouwd als een onderdrukkingsmiddel van - islamitische - vrouwen. Dat het kledingstuk meer is, laat een tentoonstelling in het Leidse Rijksmuseum voor Volkenkunde zien. 'Onzichtbaar zijn kan zelfs verslavend werken.'

'Sluiers ontsluierd', Rijksmuseum voor Volkenkunde, Steenstraat 1, Leiden. Inl 071-5168800. Di t/m vr 10-17u, za, zo en feestdagen: 12-17u. T/m medio mei 1997. De catalogus kost ca. ƒ 50,-.

Tenminste vanaf de verdrijving uit het paradijs is de mens bezig met het verhullen van zijn lichaam, inclusief het aangezicht. Dat geldt vooral voor vrouwen. Voor hen zijn sinds de verre oudheid sluiers een vast kledingattribuut. In het Westen vooral tijdens bijzondere rituelen (doop, huwelijk, begrafenis), maar elders zijn sluiers, hoofddoekjes, maskers of bedekkende shawls een dagelijkse of verplichte dracht.

In ons topless tijdsgewricht wordt soms vergeten dat sluiers een bijzondere betekenis hebben. Sluiers verbergen (de verlokkende nek van huwbare meisjes), verleiden (Mata Hari deed niet voor niets haar sluierdans), maar zijn ook openbarend. Zo gaven de discussies omtrent de hoofddoekjes van moslimmeisjes tijdens zwemles een scherp inzicht in de complexiteit van de multiculturele samenleving. En even verhelderend is het dilemma nu de Taliban in Afghanistan vrouwen hebben verplicht hun lichaam van top tot teen te bedekken. Het zegt veel over de veranderende verhoudingen in de wereld dat in het Westen de sluier niet langer staat voor het opwindende oriëntalisme van buikdanseressen, maar voor de onderdrukking van moslimvrouwen, en misschien wel voor de zorg omtrent de expanderende Islam in het algemeen.

Dat de sluier meer is dan een onschuldig lapje stof, blijkt ook uit de tentoonstelling 'Sluiers ontsluierd' in het Rijksmuseum voor Volkenkunde te Leiden. Aan de hand van een honderdtal kledingstukken worden hier tot en met mei 1997 de laatste mode-trends en de enorme variëteit in gezichts-, hoofd- en kostuumsluiers in de islamitische wereld gepresenteerd. Overal ontwikkelde de sluier zich verschillend: van de zwarte, sombere chador uit Saoedië-Arabië, favoriet bij moslim-fundamentalisten, tot het rijk gedecoreerde sluierkostuum uit Jemen met Indiase invloeden. Het assortiment aan gezichtssluiers, maskers, hoofddoekjes en gezichtsornamenten is duizelingwekkend; de museale presentatie ervan op westerse, blauwogige etalagepoppen werkt bevreemdend.

De bedekking van het aangezicht was van oudsher in het Nabije Oosten een praktische bescherming tegen zon en woestijnzand. Dat het ook werkte ter onderdrukking van seksuele driften was mooi meegenomen. Bovendien was de sluier een kledingstuk waarmee rijke vrouwen zich konden onderscheiden van slavinnen en prostituées. Het feit dat de Islam in deze streken de sluier overnam, had dan ook meer te maken met oeroude kledingsstijlen dan met Koranteksten. De meningen over de kledingvoorschriften in de Koran lopen trouwens bijzonder uiteen - zowel in de islamitische wereld als daarbuiten.

Vast staat dat de sluier geen puur islamitische uitvinding is. In het antieke Griekenland droegen respectabele dames al een soort mantel die hoofd en lichaam geheel bedekte. Vanaf de zesde eeuw voor Christus gingen vrouwen ook gezichtssluiers dragen, misschien onder de 'oriëntaliserende' invloed van Griekse kolonies in Ionië (het huidige Turkije). Nog in de eerste eeuw na Christus vroeg de Griekse schrijver Plutarchus zich af: “Waarom hebben de Ionische vrouwen van Chalkedon de gewoonte hun gezicht gedeeltelijk te verhullen, als zij vreemdelingen en magistraten ontmoeten?”

Het oudste stukje textiel in Leiden komt overigens niet uit Griekenland, maar uit het Egyptische Quseir al-Qadim, een middeleeuwse nederzetting aan de Rode Zee. Daar groef archeologe en kostuumhistorica Gillian Vogelsang-Eastwood vijftien jaar geleden drie gezichtssluiers uit 1300 na Christus op. Sindsdien werden de diepere achtergronden van dergelijke artefacten voor haar een wat zij zelf noemt 'mini-obsessie'. Vooral een rode zijden sluier, versierd met kralen, intrigeerde haar: “Temeer omdat dit piepkleine exemplaar gevonden was in de barakken van Turkse soldaten en rood vaak gerelateerd wordt aan prostitutie.”

Nog steeds verraadt elke gezichtsbedekking de identiteit van de draagster, vertelt Vogelsang-Eastwood, die de Leidse tentoonstelling samenstelde. “Het type sluier geeft informatie over de nationaliteit van de vrouw, of ze getrouwd is en of ze kinderen heeft.” Het gaat volgens haar soms om subtiele verschillen, die aan de meeste westerlingen voorbijgaan. Snit, materiaal en decoratie van de sluier kunnen zeer persoonlijk zijn en ook rijkdom aangeven. Zo dragen Palestijnse Bedoeïenvrouwen rijen munten, kralen en kettingen op en om de neus. Hiermee tonen zij aan iedereen hun bruidsschat onder het motto: 'Ik heb geld, ik heb status.'

Ronduit spookachtig op de expositie zijn de archaïsche kostuumsluiers uit Afghanistan en Pakistan, ook wel chadri of burqa geheten. Niet alleen zijn hier gezicht en lichaam met tientallen meters stof omhuld, zelfs de ogen worden met tule of een raampje van haakwerk bedekt. Wie de chadri aantrekt, ondergaat in eerste instantie de benauwdheid en strakheid van het kostuum. Maar opvallend is dat de draagster, ondanks de bijna hermetische afsluiting van de buitenwereld, door de gehaakte tralies veel meer van anderen kan zien dan andersom het geval is. Bovendien veroorzaakt het kledingstuk, paradoxaal genoeg, een prettig gevoel van anonimiteit. Het lichaam verbergen achter een sluier kan een zekere mate van vrijheid geven, meent Vogelsang-Eastwood. “Sommige vrouwen vinden het oprecht fijn. Het is een bescherming tegen de wereld, en het 'onzichtbaar zijn' kan zelfs verslavend werken.”

Vandaag de dag maken exclusieve modehuizen in het Nabije Oosten ook vooruitstrevende sluier-ontwerpen van kostbare stoffen. Zo zijn in Leiden enkele haute-couture modellen van de Omaanse ontwerpster Kefah Sadiq Abduwani te bewonderen, waarbij de nadruk ligt op een moderne toepassing van het traditionele kostuum. De getoonde creaties vallen op door hun knallende zuurstokkleuren en een veelheid aan glitterende pailletten en borduursels.

“Die kleurenrijkdom is niet zo verwonderlijk”, aldus Sadiq Abduwani, “want Omaanse vrouwen dragen van oudsher schreeuwende tinten, waarvan je als westerling niet zou verwachten dat ze bij elkaar passen.” In haar collectie wordt de sluier niet meer gebruikt om de lichaamsvormen te verhullen, maar veeleer als een modieus kleding-element waarmee gespeeld kan worden. “Door het gebruik van een soepelvallende sluier kan een vrouw de schoonheid van haar gezicht en ogen juist accentueren.”