'Schone' stroom uit afval kan voor doorbraak zorgen

AMSTERDAM, 14 NOV. Als het even meezit beschikt Nederland over anderhalf jaar als eerste land in de wereld over een elektriciteitscentrale die draait op biovergassing. De Koninklijke Schelde in Vlissingen werkt hard aan toepassing van deze doorbraaktechnologie op het terrein van duurzame energie, die geen extra CO2 (broeikasgas) in de atmosfeer brengt. Gesteund door het Energie Onderzoek Centrum Nederland (ECN), dat momenteel in het Noordhollandse Petten met een kleine onderzoeksvergasser proeven verricht met verschillende soorten biomassa.

Ir. Willem van Breen van De Schelde vertelt op de vakbeurs Energy Economy in de Amsterdamse RAI enthousiast over zijn project: een centrale van 33 megawatt waarmee een kleine stad van 'schone' elektriciteit kan worden voorzien door materiaal dat volop in de natuur en in afvalstromen aanwezig is, te vergassen. Het biogas drijft vervolgens een gasturbine en een stoomturbine aan, die generatoren laten draaien. “We hopen volgend jaar met de bouw te beginnen en het jaar daarop elektriciteit te leveren”, aldus Van Breen. Zijn opdrachtgevers, het Energiebedrijf Noord-West, stroomproducent Una (Utrecht en Amsterdam), het provinciebestuur van Noord-Holland, ECN en de Vereniging van Afvalverwerkers, zijn druk bezig de financiële middelen bijeen te brengen.

Ze hopen daarbij op steun van de ministeries van Economische Zaken en VROM, omdat biovergassing uitstekend past in het streven naar een schonere energievoorziening die geen aanslag doet op de grondstoffenvoorraden.

Sloophout, snoeihout uit bossen en plantsoenen, bepaalde soorten afval, het is een relatief goedkope brandstof die in de toekomst door het telen van snelgroeiende bomen kan worden aangevuld als er meer van deze centrales worden gebouwd. “Dat zal afhankelijk zijn van onze landbouwpolitiek”, zegt Van Breen.

Biomassa kan ook vrij voordelig in grote bulk-hoeveelheden worden geïmporteerd, bijvoorbeeld uit de Baltische republieken. Maar kolenstook is nu nog voordeliger, zij het veel meer vervuilend. Van Breen: “Of we een doorbraak krijgen, hangt af van wat de consument en producent van elektriciteit over hebben voor 'groene stroom'. Op de langere termijn voorzie ik dat biovergassing zeker voor tien procent van de totale Nederlandse energievoorziening kan zorgen.”

Biovergassing kan volgens Van Breen al concurreren met windmolens en zonne-energie en zal op den duur goedkoper worden. “Je haalt met vergassing een rendement van 40 procent en dat kan meer dan 80 procent worden bij een combinatie van zowel warmte- als stroomproduktie. Veertig procent is het dubbele dat je bereikt bij direct verbranden van hout of afval, zoals dat nu gebeurt door het bijstoken met hout in elektriciteitscentrales. Dat heeft trouwens milieubezwaren, want er komen allerlei schadelijke stoffen in het overblijvende vliegas terecht.”

Duurzame, schone energie en een zuinig gebruik van brandstoffen staat centraal op de beurs Energy Economy. De nieuwste zonnepanelen, zonnecollectoren, mini-warmte/krachtcentrales voor bedrijven of instellingen, windmolens, brandstofcellen en systemen voor het perfectioneren van de procesindustrie zijn tentoongesteld.

Maar ook toepassing van de warmtepomp, die laagcalorische warmte omzet in hoogcalorische, komt steeds meer in de belangstelling, zo blijkt op de beurs. “Dubbel duurzaam is een koppeling tussen biovergassing en de warmtepomp”, zegt ir. O. Kleefkens van de Nederlandse onderneming voor energie en milieu (Novem). “Ik verwacht dat de doelstelling van minister Wijers: 10 procent duurzame energie in het jaar 2020, door toepassing van die combinatie heel wat sneller te bereiken is.”

Een warmtepomp werkt als een omgekeerde koelkast: in plaats van koele lucht zorgt hij voor warmere lucht dan de omgeving. Bij dat proces is een compressor nodig, en als die met duurzame elektriciteit uit bio-vergassing wordt opgewekt onstaat er een keten van schone, duurzame energie. Warmtepompen voor grootschalige toepassing zijn al jaren concurrerend, want ze zijn onder andere bij Shell Pernis, Arco en Hoechst in de Botlek geïnstalleerd, bij Hoogovens en bij Unichema in Gouda en bij enkele zuivelfabrieken in het land. Allemaal industrieën die veel proceswarmte nodig hebben.

“Maar het potentieel voor toepassing van warmtepompen is veel groter, meent ir. Kleefkens. “Eigenlijk zijn we vijftien jaar te laat met deze technologie. De energietarieven zijn een hindernis, ze zijn gebaseerd op toepassing van veel warmte/krachtcentrales. Die krijgen het voordelige aardgastarief van de grootverbruikers. Als een onderneming eenmaal zo'n centrale heeft gebouwd, meestal op basis van de vraag naar warmte voor het industrieel proces, dan zijn de warmtepomp en andere methoden om energie te besparen economisch moeilijk haalbaar geworden.”

Kleefkens' ervaring is dat wanneer een onderneming eerst haar proces en de daarbij behorende energievraag goed laat bestuderen, grote besparingen op het gebruik mogelijk zijn. “We hebben herhaaldelijk gezien dat er dan een veel kleinere warmte/krachtcentrale nodig is, of dat zelfs een kleine warmtepomp aan de vraag naar warmte kan voldoen.”

    • Theo Westerwoudt