Pensioengigant ziet niets in plan AOW-spaarpot

ZEIST, 14 NOV. Het plan voor een apart spaarfonds om de AOW in de toekomst betaalbaar te houden, waarover een meerderheid in de Tweede Kamer deze week overeenstemming heeft bereikt, is onnodig. Dat vindt directievoorzitter drs. D. de Beus van pensioenfonds PGGM, met bijna 60 miljard gulden belegd vermogen het een na grootste Nederlandse pensioenfonds.

De Beus sprak gisteren op een congres over pensioenbesparingen van verzekeraar Royal Leven: “Extra sparen nu vind ik niet overtuigend. In de Kamer bestaat verwarring over de betaalbaarheid van de oudedagsvoorziening, die geen groot probleem is, en de manier waarop de premie wordt geïnd. Door de ongelukkige manier van inning schiet de AOW-premie in de eerste belastingschijf omhoog.”

De Tweede Kamer wil jaarlijks een bedrag van 1 miljard tot 1,5 miljard gulden opzij zetten in een aparte spaarpot. De opbrengst ervan kan over een jaar of vijftien gebruikt worden voor de AOW-uitkeringen. De verwachting is dat de vergrijzing de AOW-uitkeringen sterk zal opdrijven. Deze uitkeringen moeten worden opgebracht door de dan werkzame bevolking.

De Beus heeft de indruk dat de regering de afgelopen week in de Kamer wat gas heeft teruggenomen bij haar pogingen het Nederlandse pensioensysteem ingrijpend te wijzigen. Het kabinet hield eerder een pleidooi om de basisvorm van het pensioensysteem, een pensioenuitkering gekoppeld aan het laatst verdiende salaris (eindloon), om te zetten in een stelsel dat gebaseerd is op het salaris dat gemiddeld tijdens de hele loopbaan is verdiend. Daarmee moet de pensioenvoorziening betaalbaar blijven.

De Beus nam gisteren stelling tegen de veronderstellingen die ten grondslag liggen aan de becijferingen van het kabinet over de hoge kosten van het eindloonsysteem. Die berekeningen gaan ervan uit dat pensioenfondsen, die samen meer dan 500 miljard gulden beheren, hun hele vermogen in obligaties met een vaste rente investeren. “Het kabinet hanteert heel eenzijdige opvattingen over het beleggingsbeleid van de pensioenfondsen.”

In werkelijkheid zijn de pensioenfondsen juist bezig hun beleggingen in obligaties (relatief) te reduceren ten gunste van aandelen. PGGM heeft vorig jaar besloten zijn beleggingen in aandelen op te voeren van 30 naar 50 tot 60 procent van het belegd vermogen. Op langere termijn geven aandelen een substantieel hoger rendement dan obligaties, al zijn de schommelingen in de beurskoersen ook groter.

De hogere rendementen op aandelen zorgen voor extra inkomsten, zodat de premiestijging een stuk gematiger verloopt dan de prognoses van het kabinet, aldus De Beus. In plaats van een stijging van de pensioenpremie (als percentage van de loonsom) van 8 nu naar 26 in 2040, komt een groei tot 14 procent uit de bus. “Statistiek is natuurlijk geen garantie voor de toekomst, maar het kabinet moet de betaalbaarheid van de pensioenregelingen niet ophangen aan zo'n simpel denkraam.”

Of de pensioenfondsen extra bedragen in aandelen mogen blijven investeren, of zelfs nog meer in aandelen kunnen beleggen, is nog maar de vraag. Directeur dr. G. Boender van het adviesbureau Ortec, dat de meeste grote Nederlandse pensioenfondsen adviseert bij hun financiële planning, kritiseerde op het congres de Verzekeringskamer, de toezichthouder op de pensioenfondsen, wegens het gebrek aan helderheid over de normen voor extra aandelenbeleggingen.

Boender: “Laat de Verzekeringskamer duidelijk maken welke omvang van de aandelenbeleggingen zij accepteert. Dan kunnen de pensioenfondsen daar hun beleggingsbeleid op afstemmen.” Zonder helderheid blijft volgens hem de kans bestaan dat de Verzekeringskamer zich zal keren tegen de groei van de aandelenbeleggingen door pensioenfondsen.

Ook prof.dr. E. Bomhoff, directeur van het onderzoeksinstituut Nyfer en hoogleraar aan de universiteit Nijenrode, nam de Verzekeringskamer op de korrel. Hij pleitte voor concurrentie in het toezicht op pensioenfondsen en verzekeraars. “Of breng de hele zaak onder bij De Nederlandsche Bank, die het bankentoezicht uitoefent. Dat toezicht heeft een verschil: banken kunnen hun activiteiten naar het buitenland verplaatsen als de centrale bank het met de regels te bont maakt, pensioenfondsen niet. ”

    • Menno Tamminga