Oude Cineac-bioscoop is filmrestaurant geworden; Zoete bonbon vermomd als een macrobiotisch hapje

AMSTERDAM, 14 NOV. De wanden hebben, evenals de vloeren, een zebrapatroon, het balkon is eiergeel, onder het donkerblauwe plafond hangen een heks, een groot zeilschip en een reusachtige bh en bij het filmdoek staat een leger hoofden van Amerikaanse filmsterren opgesteld.

Waar ooit in de Amsterdamse Cineac de sobere vormen van de machine-esthetiek regeerden, heersen nu de glitter en glans van de sterrenwereld. Al enkele weken doet het monument van het Nieuwe Bouwen nu dienst als filiaal van Planet Hollywood, de internationale restaurantketen die het eigendom is van de filmsterren Arnold Schwarzenegger, Sylvester Stallone, Bruce Willis en Demi Moore. Gisteravond luisterde mede-eigenaar Willis de officiële opening op van Planet Hollywood in Amsterdam, in gezelschap van internationale en Nederlandse collega-sterren als Melanie Griffith, Katja Schuurman, Antonio Banderas, Gerard Joling, Gloria Estefan, Jean-Claude van Damme en Leontien Ruiters. Ze liepen over een rode loper door de Reguliersbreestraat naar het restaurant om daar een besloten feest bij te wonen. Bruce Willis trad op het Rembrandtplein op voor iedereen die zijn middelmatige rock wilde horen.

Zoals elk Planet Hollywood-restaurant is ook de Nederlandse vestiging volgehangen en -gezet met decorstukken, kleding en andere spullen uit beroemde en minder beroemde films. Hollywood-films wel te verstaan: in Amsterdam hangen in vitrines onder meer wapens uit Kevin Costners Waterworld, de jurk die Jane Russell droeg in Gentlemen Prefer Blondes, het uniform van Forrest Gump en de paarse jas waarin de toen nog Prince hetende musicus gekleed was in Purple Rain. Van Nederlandse acteurs die in Hollywood-films hebben gespeeld, zoals Rutger Hauer en Jeroen Krabbé, is geen spoor te bekennen.

Elke vierkante meter van het kleine maar beroemde bioscooptheater is benut. Het balkon is veranderd is twee duistere terrassen, waar door een zware, bruine namaakmetalen constructie de sfeer hangt van grimmige science-fiction. Alleen op de plek waar zich vroeger de vanaf de straat zichtbare projectiecabine bevond, kan men ook bij daglicht eten. Maar het nadeel van deze ruimte is dat men het doek achter in de zaal niet kan zien en dus de fragmenten uit Hollywoodfilms en beelden van filmpremières moet missen. Wel schalt, net als in de hele gebouw (tot de wc's aan toe), ook hier Amerikaanse rock en soul uit de luidsprekers. Al net zo Amerikaans is het eten dat men in het restaurant kan krijgen. Sandwiches met patat en sla, hamburgers in allerlei variaties, pasta's en pizza's prijken op de kaart en onder de dranken valt de grote keuze aan cocktails op. Goedkoop is het eten overigens niet: voor een broodje met een droog stuk kip en wat patat en sla erbij moet achttieneneenhalve gulden worden betaald.

Nergens in Nederland is de tegenstelling tussen interieur en exterieur van een gebouw zo groot als nu in de door Jan Duiker ontworpen Cineac uit 1934. Een scherper contrast dan dat tussen de Hollywoodkermis binnen en het gladde glas en staal van de buitenkant is niet denkbaar: de Amsterdamse Planet Hollywoodvestiging is een mierzoete bonbon verpakt als streng macrobiotisch hapje.

Toch moet Amsterdam de filmsterren uit Hollywood dankbaar zijn. Want het is dank zij hun voortvarende aanpak dat Duikers bioscoop in ieder geval van buiten niet langer meer de vieze doos is, waarin alleen architectuurkenners een hoogtepunt van het Nieuwe Bouwen herkenden. Jarenlang leidden alle plannen om de Duikers Cineac te redden tot niets. Zelfs de plaatsing op de lijst van Rijksmonumenten in 1993 leek geen uitkomst te bieden. Integendeel, het filmbedrijf MGM wilde van het gebouw af en verkocht het een jaar later aan de bekende Amsterdamse onroerend-goedmagnaat Caransa op voorwaarde dat het nooit meer als bioscoop dienst zou doen. Caransa haalde vervolgens in samenwerking met Planet Hollywood een oud, door architect Cees Dam ontworpen restaurantplan uit 1989 van stal. Moeilijkheid hierbij was dat Planet Hollywood altijd gebruik maakt van een eigen huisarchitect, de Rockwell Group in New York, zodat ten slotte twee architecten zich met de Cineac gingen bezighouden: Cees Dam namens eigenaar Caransa en Marco Govers namens exploitant Planet Hollywood.

Het exterieur van Duikers Cineac is onder leiding van Cees Dam voorbeeldig gerestaureerd. Terug zijn de originele ramen met de dunne, blauwe raamprofielen die de gebouwen van het vooroorlogse Nieuwe Bouwen zo'n ijl aanzien geven. Terug is ook de staalplaten gevelbekleding in het oorspronkelijke, merkwaardige grijs waarvan pas na het afkrabben van vele verflagen vast kwam te staan dat het in de plaats moest komen van de vale crème-kleur. Terug is zelfs de grote lichtreclameconstructie oftewel 'het wasrek', dat, hoewel het een essentieel onderdeel van het gebouw was, al eind jaren zeventig werd gesloopt. Alleen is het woord Cineac in grote schreefloze neonletters vervangen door de dynamische pretletters van Planet Hollywood.

Ook de toegang is gewijzigd. In plaats van een in- en een uitgang aan weerszijden van een gebogen stalen wand is er één entree in een glazen wand gekomen. Binnen zijn de veranderingen groter. Hier laat zich slechts met grote moeite iets van het oorspronkelijke interieur herkennen. De schuine bioscoopvloer is een rechte restaurantvloer geworden en ook het schuin aflopende balkon is geschikt gemaakt voor eters en dus veranderd in twee rechte terrassen. Maar doordat de keuken in een aangrenzend, oud pand aan de Amstel is ondergebracht, waren verder al te grote veranderingen in de bioscoop niet nodig. Bovendien kunnen alle interne verbouwingen, precies zoals Monumentenzorg het bij Rijksmonumenten wil, weer gemakkelijk ongedaan worden gemaakt. De nieuwe inrichting bestaat hoofdzakelijk uit decorstukken: de Hollywood-overdaad is dit keer letterlijk oppervlakkig en kan desgewenst gemakkelijk worden verwijderd.