Oud-aanklager beschuldigd; 'Di Pietro seponeerde corruptiezaak'

ROME, 14 NOV. In Italië is een nieuw justitieel onderzoek begonnen tegen Antonio Di Pietro, de gangmaker achter de smeergeldonderzoeken en nu minister van Openbare Werken. Het parket van Brescia, dat eerder beschuldigingen tegen Di Pietro onderzocht, voert het onderzoek uit.

Die eerdere zaken zijn geseponeerd. Het parket wilde geen enkele mededeling doen over het nieuwe onderzoek, waarover journalisten zijn getipt door justitiële bronnen. Vermoed wordt dat het nieuwe onderzoek de beschuldiging betreft dat oud-officier van justitie Di Pietro een paar verdachten in het corruptie-onderzoek 'Schone Handen' een voorkeursbehandeling zou hebben gegeven en zelfs vrijuit zou hebben laten gaan.

Di Pietro heeft zich de afgelopen weken herhaaldelijk beklaagd dat er een campagne aan de gang is om hem onschadelijk te maken. Die campagne zou worden gevoerd door mensen die er belang bij hebben alle corruptiezaken uit het verleden te vergeten.

Voormalige collega's in het Paleis van Justitie in Milaan hebben gesuggereerd dat er tegelijkertijd een wraakactie aan de gang is van de Guardia di Finanza, de financiële politie. Die zou een lastercampagne op gang hebben gezet omdat bij de smeergeldonderzoeken ook een aantal prominente leden van de Guardia di Finanza wegens corruptie in de beklaagdenbank terecht zijn gekomen.

Een centrale figuur in dit web van intriges en verdachtmakingen is de bankier Chicchi Pacini Battaglia. Deze is betrokken bij een aantal duistere affaires. Hij was ook een verdachte in het Schone Handen-onderzoek, maar is vrijuit gegaan nadat hij informatie heeft gegeven aan het Milanese parket.

Door afgeluisterde telefoongesprekken van deze bankier bij stukjes en beetjes openbaar te maken, heeft een speciale onderzoekseenheid van de Guardia di Finanza de indruk gewekt dat Di Pietro deze verdachte zou hebben beschermd. “We hebben betaald,” zei Pacini Battaglia bijvoorbeeld in een telefoongesprek.

Uit de volledige tekst, die later openbaar is gemaakt, blijkt dat de bankier doelde op de informatie die hij had gegeven en zelfs expliciet uitlegde dat hij 'betalen' niet letterlijk bedoelde.