Opera House

In de amusante verbolgen brief van ir. R.D. Bleeker (NRC HANDELSBLAD, 9 november), waarin hij “zonder vreugde” tot de conclusie komt dat hij inzake de Erasmusbrug gelijk heeft gekregen en “Nederland zich in de internationale ingenieurswereld voorgoed belachelijk gemaakt heeft”, wordt het geval van het Opera House in Sydney aangehaald als voorbeeld van architectonische grootschaligheid en onbezonnen dadendrang.

Bleeker vergist zich als hij meent dat de architect niet bij de opening van het gebouw aanwezig mocht zijn, omdat het veel te duur was geworden. De werkelijke toedracht was dat J⊘rn Utzon, de Deense architect die eind jaren vijftig als winnaar van een daartoe uitgeschreven internationale architectenwedstrijd de opdracht kreeg het operagebouw te bouwen, zich na een aantal jaren verbitterd terugtrok, omdat hij bijkans bezweek onder de voortdurende kritiek waaraan hij in Australië werd blootgesteld. Die kritiek betrof in hoofdzaak het ongebruikelijke karakter van zijn nu alom bewonderde en wereldberoemd geworden ontwerp, alsmede de torenhoge kostenoverschrijdingen die de bouw met zich meebracht.

Nadat Utzon Australië had verlaten onder het zweren van de eed dat hij nooit meer één voet in het land zou zetten, werd het Opera House onder leiding van andere architecten en gefinancierd door de opbrengsten van een daarvoor speciaal in het leven geroepen loterij voltooid. Utzon hield woord: toen zijn meesterwerk in 1973 door koningin Elizabeth werd geopend, schitterde hij in gekrenkte trots door afwezigheid.