Moskou viert terugkeer van verboden opera

MOSKOU, 14 NOV. Toegegeven, het kost wat om erbij te zijn. Negenhonderd gulden per plaats om precies te zijn. Maar de opwinding in Russische muziekkringen is er niet minder om. Zestig jaar nadat hij door Stalin werd verboden, wordt de bekendste opera van Dmitri Sjostakovitsj, Lady Macbeth van Mtsensk, voor het eerst weer in Moskou opgevoerd.

Dirigent bij het evenement, morgen en overmorgen in de grote zaal van het conservatorium, is de man die als meest geliefde musicus van Rusland mag worden omschreven: Mstislav Rostropovitsj. De opbrengst van het concert gaat naar de restauratie van de Kathedraal van Christus de Verlosser, een reusachtige 19de-eeuwse kerk die in 1931 op last van Stalin is gesloopt en die nu wordt herbouwd.

Volgens Rostropovitsj hebben opera en kathedraal wel wat gemeen. “Met de ene hand vernietigden ze het spirituele centrum van Rusland, met de andere de opera van een genie”, zei de vermaarde cellist/dirigent deze week over het Sovjet-optreden tegen kerk en kunst. “Nu de Kathedraal van Christus de Verlosser wordt herbouwd en Ruslands geestelijke leven weer tot bloei komt, lijkt het me een perfect moment om deze briljante 20ste-eeuwse opera terug te geven aan het volk.” Hij heeft er drie Russische koren met in totaal 270 zangers voor bij elkaar gebracht.

Daarmee worden deze benefietconcerten weer zo'n moment waarop Russen kunnen geloven in hun renaissance, een doel waarvoor Rostropovitsj zich al enkele jaren inzet. Hij heeft concerten gegeven met als pianist de zoon van schrijver Aleksandr Solzjenitsyn. Hij heeft het werk van de geëmigreerde componist Alfred Schnittke weer onder de aandacht gebracht. In zijn ijver voor de kathedraal is hij er niet voor teruggeschrokken op te treden op het Rode Plein en één keer ook in de bouwput zelf.

De opera Lady Macbeth van Mtsensk heeft een geschiedenis die typisch Sovjet kan worden genoemd. Toen Sjostakovitsj (1906-1975) het werk schreef was hij, hoewel nog geen dertig, al een veelbesproken componist. Experimenten en avant-garde werden in de jaren twintig nog als deel van de revolutie gezien. Zijn Eerste symfonie was in 1926 warm ontvangen. Toen op 22 januari 1934 Lady Macbeth in Leningrad in première ging, wisten de recensenten bijna niet hoe ze hun lof moesten uitdrukken.

'Een overwinning voor muzikaal theater', schreef de toonaangevende krant Sovjet Kunst. De redactie besliste dat het hier om niets minder ging dan 'de eerste grote, werkelijk getalenteerde opera in de zestien jaar van de Oktober Revolutie.' Sjostakovitsj werd vergeleken met Tsjaikovski en alleen al in de Sovjet-Unie werd het muziekstuk 177 keer opgevoerd.

Op een kwade dag in 1936 kwam zelfs Jozef Stalin luisteren. Hij vond het niet mooi. Althans, daags nadat de Sovjet-leider de voorstelling in het Bolsjoj-theater had bijgewoond, bracht de Pravda een artikel onder de kop: Chaos in plaats van Muziek.

Pag.11: Artistiek leven onzeker

Andere journalisten hebben na die ene recensie 'Chaos in plaats van muziek' hun smaak meteen aangepast. Vanaf dat moment was Sjostakovitsj zijn artistieke leven niet meer zeker. Hoewel de componist zich in 1937 kon rehabiliteren met zijn Vijfde symfonie en hij van 1939 tot 1948 bestuurslid was van het genootschap van Sovjet-componisten, was het met de opera Lady Macbeth, in eigen land althans, gedaan. In 1962 bracht Sjostakovitsj nog wel een herziene versie van de opera uit, onder de titel Katerina Izmailova.

Morgen wordt dit dan eindelijk rechtgezet. “De componist heeft de herziene versie slechts geschreven onder druk van de autoriteiten. Kostelijke woordjes en uitdrukkingen zijn eruit verwijderd”, zei Rostropovitsj dinsdag in de krant Izvestija over het verschil tussen de oorspronkelijke en de aangepaste opera. Voor hem kan Katerina Izmailova nu in de galerij van Sovjet-curiosa worden bijgezet. Lady Macbeth is terug. Muziek in plaats van chaos, voor twee avonden in elk geval.

    • Hans Nijenhuis