'Moeder, u stelt me teleur'

'Achter een lachend gezicht', had Ireen van Ditshuyzen haar documentaire voor de KRO over ouderen en depressies genoemd. Veel ouderen zouden hun neerslachtigheid verbergen achter een façade van opgewektheid en vriendelijkheid. Dat zal wel waar zijn - ik vermoed overigens dat het ook opgaat voor nogal wat depressieve jongeren - maar toch was de titel het minst geslaagde onderdeel van de documentaire, want er werd bitter weinig in gelachen.

We zagen vooral sombere, tobbende bejaarden, mijmerend over hun eenzaamheid en verwijlend bij een ver verleden dat opgetast lag in lijvige familiefotoalbums. Er zat voor de generatie van de vijftigers - om het maar even zo globaal aan te duiden - ongetwijfeld veel herkenbaars in deze film. Het blijft een verpletterende ervaring om je ooit zo vitale vader of moeder weg te zien zinken in een put van moedeloosheid. Eén kind van een bejaarde in deze film had zelfs gezegd: “Moeder, u stelt me teleur.”

Met zo'n opmerking zijn de rollen definitief omgekeerd: ma is het kind geworden dat met een mengeling van bezorgdheid en meewarigheid wordt geobserveerd. De moeder om wie het hier ging, was een intelligente, nog altijd goed formulerende dame die zich steeds meer afsloot van de buitenwereld. Ze verwisselde weinig van kleren, ze sliep niet meer in haar bed, maar op een bank in de kamer, ze belde nooit meer op en ze werd korzelig als haar problemen werden aangeroerd. Men had haar overgebracht naar een bejaardentehuis, maar dat had weinig geholpen.

Andere bejaarden leefden juist weer op door het contact met leeftijdgenoten via de dagopvang die de Riagg had geregeld. Wat die dagopvang precies inhield, bleef onduidelijk. Er werd veel aan 'speltherapie' gedaan, maar wat ik daarover vernam maakte in mij nog niet het verlangen wakker naar zo'n dagelijks samenzijn.

Een oude man die het verder wel gezellig vond, klaagde over 'het huiswerk' dat hij opkreeg, en een begeleidster vroeg hem 'of hij wat van de psycho-educatie opstak'. Hij knikte, hoewel we hem net steels op zijn horloge hadden zien kijken. “Die therapeuten moeten ook wat om handen hebben”, mompelde hij.

Dat was wel eerlijk, maar minder aardig tegenover de Riagg die zich over hem ontfermd had. Sterker nog: de hele documentaire was in opdracht van de Riagg vervaardigd. Ik blijf dat een bedenkelijke opzet vinden, ook als het gaat om een documentarist als Ireen van Ditshuyzen, van wie we mogen aannemen dat ze zich niet de wet zal laten voorschrijven door haar opdrachtgever.

Je ziet het bij de pubieke omroepen steeds vaker gebeuren: documentaires die mede gefinancierd worden door belanghebbenden. Het is een vorm van informatievervuiling. De KRO kan toch nog wel zo'n documentaire uit eigen middelen financieren? Laat Nuis het niet merken. (Hád Nuis het eigenlijk al niet moeten merken?)

Gelukkig hoefden we gisteravond niet in mineur naar bed. Aansluitend aan 'Achter een lachend gezicht' legde schrijfster en ex-columniste Cri Stellweg (74) in Teevee studio uit, dat de ouderdom ook voordelen heeft: “Je doorziet de zaken beter, je denkt: het zal wel.”

Van onveiligheid op straat wilde ze niets weten, en een bejaardentehuis hoefde voor haar niet. “Ik vind het allemaal niks. Ik hou niet van die indelingen, ik woon in een hofje met veertigers en vijftigers.” Haar laatste vriend (81 jaar) was juist overleden, ze leek zich niet wanhopig vast te klampen aan het leven (“het is in orde als het afgelopen is”), maar ze wilde toch nog wel eerst dat boek afmaken.

Voorlopig zie ik haar nog niet onder de vleugels van de Riagg in de psycho-educatie belanden. Des te beter.

    • Frits Abrahams