Moderne verf bevat minder oplosmiddel

De meest gangbare verven voor de bescherming van hout en metaal in woningen zijn nog steeds de alkyd-harsverven. Ze kwamen eind jaren dertig in de plaats van de oude lijnolie-verven die veel bezwaren hadden: ze droogden langzaam, vergeelden, werden onvoldoende hard en bezaten een geringe buitenduurzaamheid.

Alkyd (een samentrekking die naar alkohol en zuur verwijst) heeft als filmvormer ('bindmiddel') een kunsthars waaraan onverzadigde vetzuren zijn gebonden, niet zelden van plantaardige oorsprong (uit soja- of lijnolie). Het slecht vloeibare produkt wordt verdund met het aardoliedestillaat terpentine ('peut' of 'white spirit') om het verwerkbaar te maken. De traditionele huisschilderverf bevatte 40 tot 50 procent terpentine. Naast bindmiddel en oplosmiddel zijn pigmenten en kleine hoeveelheden hulpstoffen aanwezig.

De alkydhars-verven drogen door verdamping van de terpentine, maar vooral ook door een chemische reactie tussen het bindmiddel (de vetzuurstaarten van de alkydhars) en zuurstof uit de lucht. Deze zogeheten 'oxydatieve droging' wordt tegenwoordig altijd versneld met een katalysator: het siccatief. Vaak zijn dat kobalt-, mangaan- of zirconiumverbindingen.

Omdat verdampte organische oplosmiddelen bijdragen aan de vorming van ozonrijke smog besloten overheid en bedrijfsleven tot het consensus-project KWS2000 dat beoogt de uitstoot van vluchtige organische stoffen uit raffinaderijen, benzinestations, verf, schoensmeer, e.d. in 2000 terug te brengen tot de helft van de waarde in 1981. Dat is een zware taak voor de verfindustrie omdat er steeds meer geverfd wordt. Maar het recente inzicht dat sommige oplosmiddelen in verf ook direct gezondheidsgevaar voor beroepsschilders opleveren (organisch psycho syndroom) is een stimulans om het programma door te zetten.

De inspanning heeft geleid tot de ontwikkeling van high-solids verven die met minder oplosmiddel toekunnen dan voorheen. De kunsthars-vetzuur verbindingen in alkydhars-verven zijn zó verkleind dat ze met minder oplosmiddel toch goed vloeibaar zijn en later evengoed uitharden. In moderne alkydharsverven is het gehalte terpentine teruggebracht tot zo'n 30 procent, experimenteel zelfs tot 15 procent.

Rigoureuzer is de vervanging van het organische oplosmiddel door water. Dat gebeurt in de moderne waterverdunbare (watergedragen) dispersieverven die ook wel emulsieverven worden genoemd. Bindmiddel en pigment zweven er - dankzij emulgatoren - als microscopisch kleine bolletjes vrij in het water en kitten aaneen als dat water verdampt.

In deze verven, waarvan de acrylaat-dispersieverf tegenwoordig de bekendste is, is het gehalte organisch oplosmiddel (dat vooral in de bindmiddelbolletjes zit) nog maar vier procent. Een pas opgebrachte acrylaatverf glanst minder dan een verse alkydverf, maar hij bewaart zijn glans beter. Na twee jaar streeft hij de alkyd voorbij.

De klassieke lijnolieverven vertonen overeenkomst met alkyd-hars verven. Lijnolieverven waren high solids verven avant la lettre. De uit vlaszaad gewonnen lijnolie (een verbinding van glycerol met linolzuur, linoleenzuur en oliezuur) is van zichzelf zó vloeibaar dat het nauwelijks oplosmiddel nodig heeft voor een goede verwerkbaarheid. Maar omdat de droogtijd van zulke lijnolie vaak meer dan twee dagen beliep is de gewoonte ontstaan de olie te laten voorpolymeriseren door deze te beluchten of te verhitten, een Hollandse vinding. Het produkt wordt daarvan zó stroperig dat toch weer veel oplosmiddel nodig is om het verwerkbaar te maken, zeker als terwille van de droogtijd en de latere hardheid harsen in de verf worden opgelost. Traditioneel werd lijnolieverf verdund met allerlei soorten terpentijn, tegenwoordig kiest men met het oog op de arbeidsomstandigheden liefst de zuivere gomterpentijn of de modernere citrusolie (D-limoneen).

De lijnolieverven van Auro zijn min of meer klassiek van samenstelling, zij het dat men ze - met tegenzin - van een modern siccatief voorziet om de droogtijd aanvaardbaar te houden. De harsen die worden toegevoegd bestaan uit het herwinbare colofonium (dennehars) of de Sumatraanse damar. De gomterpentijn is zeer recent geheel door citrusolie vervangen. Voor de gevaarlijke pigmenten van weleer zijn onschuldiger verbindingen in de plaats gekomen. Daarmee verdwenen ook het Bremergroen (koperhydroxyde) en de loodmenie (loodoxyde).

Wat betreft gezondheidsrisico's en uitputting van grondstoffen staan de moderne lijnolieverven tamelijk sterk, maar aan de emissie van vluchtige organische stoffen verbeteren ze niet veel zolang nog zoveel citrusolie of terpentijn wordt gebruikt. Omdat bovendien veel van de oude technische bezwaren nog bestaan, met als pijnlijkste de zogeheten donkervergeling binnenshuis en de geringe duurzaamheid buiten, slaat de milieubalans volgens experts toch door in het voordeel van de modernere verven.

Ook in Nederland worden sinds enige jaren weer lijnolieverven geproduceerd door Aquamarijn in Zaandam. Aquamarijn mengt zijn buitenverven terwille van de duurzaamheid met alkydharsverf. Ook Aquamarijn gebruikt moderne kobalthoudende siccatieven en zowel gomterpentijn als citrusolie als oplosmiddel.