Melkert wijst OESO op 'sociaal pragmatisme'

PARIJS, 14 NOV. Minister Ad Melkert is een te ervaren politicus om met vormen van tevredenheid te koop te lopen. Maar als voorzitter van de OESO-conferentie over 'de nieuwe sociale agenda' stelde hij de afgelopen twee dagen vast dat de meeste landen, die lid zijn van deze organisatie van ontwikkelde economieën, de zelfde problemen hebben.

En hij ziet een weg tussen extreem marktdenken en de oude verzorgingsstaat. Zoals Nederland die met enig succes ontdekt, ondanks nog steeds te veel mensen in WW plus WAO.

“Een Nederlands model bestaat niet”, zegt de minister van sociale zaken na afloop van de conferentie in Parijs, maar de denktrant die Melkert op de agenda van de OESO probeert te krijgen is doordesemd van het soort sociaal-pragmatisme dat Nederland op het ogenblik qua trends in werkloosheid en economische groei gunstig doet afsteken bij het gemiddelde van de Europese Unie.

“Laat iedereen zijn model maar houden, of het nu Rijnlands of Angelsaksisch heet. Waar het mij om te doen is dat we afstappen van het zwart-wit-denken. Iedereen blijkt een harde kern van lange termijn werkloosheid te hebben, een toenemende vergrijzing en een onderbenutting van bepaalde groepen burgers, vrouwen en laag gequalificeerde werkers. Het gaat er niet om nu te zeggen: dan maar meer verzorgingsstaat. De grotere nadruk op marktdenken, die overal de laatste tien, vijftien jaar te zien is geweest, heeft anderzijds de harde kern van de werkloosheid ook niet kunnen oplossen.

“Waar het nu op aankomt is dat we verkennen in welke opzichten de verzorgingsstaat een economisch nuttige rol kan spelen. Waar de markt het niet doet moet de publieke sector door bijvoorbeeld extra scholing, belastingprikkels en andere middelen mensen aan het werk zetten. Niet alleen om morele redenen maar omdat het economisch zinnig is. Ook in landen als Nederland, met een aanzienlijke banengroei, voorzie ik krapte op de arbeidsmarkt, terwijl veel te velen buiten het arbeidsproces staan.”

Hoewel bijvoorbeeld de Britse minister van sociale zaken Lilley de markt- triomfen van het op terugtreden van de overheid gebaseerde beleid van de Conservatieve regering aanprees, viel het de conferentie-voorzitter op dat ook die regering het nodig acht overheidsgeld in te zetten om mensen die tegen een extreem laag loon werken een soort minimumloon te bezorgen. Melkert: “In wezen zie je ook daar een zelfde soort agenda, ondanks alle verschillen. Het komt allemaal neer op het zoeken van de functionaliteit van de welvaartsstaat.”

Op de dag waarop de OESO - de club van rijke landen waarin de VS, delen van 'Australasië' en Japan even goed deelnemen als Scandinavische landen en West-Europa - zich voorneemt gericht te gaan zoeken naar veel flexibeler scholen, zorgen en pensioneren, delen Renault en PSA Citroën, de twee overgebleven Franse autoconcerns mee binnen tien jaar 40.000 man kwijt te willen. De betrokkenen zijn boven de vijftig en dus te duur. Of de staat het pre-pensioen maar voor zijn rekening wil nemen. Het contrast kon niet groter zijn met zo'n OESO-bijeenkomst die nieuwe wegen uitzet. Melkert, zonder commentaar op de situatie in Frankrijk te willen geven: “Overal gelden twee vragen: Is er voldoende bereidheid door institutionele barrières heen te breken? En: Is er voldoende draagvlak bij de sociale partners om te hervormen?” Goede vragen in een land waar het begrip sociale partners bijna niet bestaat.

    • Marc Chavannes