Marktwerking wassen neus in nieuwe WAO

DEN HAAG, 14 NOV. Warme gevoelens had staatssecretaris De Grave (Sociale Zaken) bij het woord Pemba. Niet omdat het een tropisch eiland is voor de kust van Tanzania, nabij het eiland Mafia, maar omdat het de naam is van een cruciaal wetsvoorstel om de WAO te vernieuwen. De verdediging ervan geldt als vuurproef voor de onlangs aangetreden staatssecretaris.

Handenwrijvend stond de opvolger van de deze zomer afgetreden Linschoten zich enkele weken geleden te verheugen op een stevig debat over die nieuwe WAO. Toen was hij getuige van een emotionele twist tussen de Kamerleden Schimmel (D66) en CDA'er Biesheuvel over de gevolgen van de geprivatiseerde Ziektewet. Dat wordt nog wat, dacht hij, als het menens wordt bij de behandeling van het wetsvoorstel 'Premiedifferentiatie en markwerking bij arbeidsongeschiktheidsregelingen', Pemba. Maar wat de staatssecretaris als opwarmertje voor het Pemba-debat beschouwde bleek ook het hoogtepunt in de discussie over zieke en arbeidsongeschikte werknemers.

Ze scherp als de regeringsfracties de oppositie de maat namen in het korte debatje over de Ziektewet, zo tam was de sfeer deze en vorige week bij de behandeling van Pemba. De oppositiepartijen gaven daartoe alle aanleiding. Alleen Rosenmöller van GroenLinks gaf de nieuwe staatssecretaris weerwerk bij diens eerste grote debat.

In de wetenschap dat 'Pemba' het hart is van het in 1994 gesloten paarse regeerakkoord, moet De Grave met zulke geringe tegenstand van de ene in de andere verbazing zijn gevallen. Zeker ook gezien de voorgeschiedenis van het wetsvoorstel. Het gedoe rondom de WAO leidde sinds 1990 immers bijna tot kabinetscrises en het resulteerde in de grootste werknemersdemonstratie ooit. Het 'WAO-trauma' bezorgde de PvdA het grootste verkiezingsverlies in de geschiedenis van die partij.

Premiedifferentiatie en marktwerking staan zowel in het regeerakkoord als in de naam van het wetsvoorstel centraal. Premiedifferentiatie krijgt de steun van vrijwel de gehele Kamer. Een werkgever van wie veel personeel in de arbeidsongeschiktheidsregeling terechtkomt moet als gevolg daarvan een hogere WAO-premie betalen dan een werkgever die relatief minder arbeidsongeschikten ziet vertrekken. De invulling van het tweede begrip, marktwerking, is voor alle fracties, met uitzondering van de coalitiepartijen, reden steun aan het totale wetsvoorstel te onthouden. De marktwerking bestaat eruit dat werkgevers voor een periode van maximaal vijf jaar het risico op arbeidsongeschiktheid particulier kunnen verzekeren. Zij dragen een zogenoemd eigen risico.

In de vier eerdere voorstellen die sinds het regeerakkoord door de VVD'ers De Grave en diens voorganger Linschoten zijn gepresenteerd is het element marktwerking steeds meer op de achtergrond geraakt. En dat terwijl privatisering zo belangrijk is voor de liberalen. Het was immers de VVD die het in juni 1990 als eerste aandurfde de begrippen WAO en privatisering te koppelen. Onder voorzitterschap van D. van Leeuwen, de latere voorzitter van het CTSV (toezichthouder op de uitvoering van de sociale zekerheid) opperde het wetenschappelijk bureau van de VVD “de WAO te vervangen door particuliere verzekeringen tegen inkomstenderving”.

Vernietigende commentaren van de Sociaal-Ecomische Raad en vooral de Raad van State droegen ertoe bij dat het uiteindelijke voorstel een uitgeklede versie is van wat het regeerakkoord beoogde. Niettemin bleek de oppostitie, gesteund door onder andere de vakbeweging, nog steeds bevreesd dat met de marktwerking in het door De Grave verdedigde voorstel de particuliere verzekeraars vooral aantrekkelijke werkgevers, met een geringe kans op arbeidsongeschiktheid dus, in de armen zullen sluiten. De 'kneusjes' zouden overblijven voor de publieke verzekeraars, zoals GAK en SFB, die nu ook al de WAO uitvoeren.

De Grave deed zijn best deze vrees weg te nemen. Hij begon zelfs de publieke verzekeraars aan te prijzen als 'het beste dat Nederland te bieden heeft', daarmee het laatste restje marktwerking uit Pemba relativerend “Er ìs helemaal geen prikkel voor werkgevers om het publieke bestel te verlaten en naar het private bestel te gaan”, zei hij enkele malen.

De staatssecretaris acht het onmogelijk dat een particuliere verzekeraar goedkoper kan werken dan een publieke, simpelweg omdat de laatste voor grote bedrijven een premie van nul procent kan berekenen als er geen arbeidsongeschiktheidsrisico is. Dat zou een verzekeraar als Nationale-Nederlanden nooit kunnen doen.

Voor de verzekeraars is de lol er af. Als dit marktwerking is, dan hoeft het voor hen niet meer. Tegen publieke verzekeraars die, niet markt-conform, zulke lage tarieven berekenen kun je niet concurreren, vinden ze. Overigens wisten ze dat al van de vorige staatssecretaris van Sociale Zaken. Linschoten had hun immers verteld dat hij de mogelijkheid uit het publieke bestel te stappen alleen in het wetsvoorstel had opgenomen om de publieke verzekeraars scherp te houden.

Om tegengestelde redenen stellen oppositie en private verzekeraars dan ookvoor het woord 'marktwerking' overal uit het Pemba-voorstel te schrappen. De oppositie vindt premiedifferentiatie alleen al genoeg om werkgevers ertoe te dwingen de arbeidsongeschiktheid terug te dringen.

Aan de andere kant vinden de verzekeraars de marktwerking onvoldoende om er nog iets aan te kunnen verdienen. Pemba kan wat hen betreft beter Pba heten: premiedifferentiatie bij arbeidsongeschiktheidsregelingen.

Hun missie is kansloos. De steun voor Pemba van uitsluitend de coalitiefracties zal aanstaande dinsdag voldoende zijn om het wetsvoorstel tot wet te maken.

    • Robert Giebels