Landelijk tableau voor stedelingen

Van Sabben Tile Auctions. Hotel 'Lion d'Or', Kruisweg 34-36 in Haarlem. Veiling: 17 november vanaf 12.30. Kijkdagen: 15 nov. 14-18, 16 nov. 10-18, 17 nov. 9.30-10.30. Catalogus ƒ 40.

De kat en de hond blijven bij elkaar, evenals het paard en de koe. Dat geldt ook voor de twee vogelkooien en de twee prachtige rijtuigjes met hun pittige paardjes en comfortabele banken waarin dames met Biedermeier luifelhoeden zich laten vervoeren. De acht tegelpendanten maken deel uit van een schoorsteenbekleding uit een boerderij in Bergambacht die omstreeks 1820 werd gebouwd. De uit 600 tegels bestaande schouw wordt op zondag 17 november in één koop in Haarlem geveild. Tijdens het weekeinde van de wandtegelverkoping staat de schoorsteen in het veilinglokaal in volle glorie opgesteld. Foto's laten zien hoe de vroegere situatie in die Zuid-Hollandse boerderij was. Als prijs-indicatie noemt de catalogus een bedrag tussen ƒ 28.000 en ƒ 55.000.

Het is niet zo vreemd dat dit landelijke tableau juist in een boerderij werd geplaatst. In de zeventiende eeuw waren het vooral de deftige stedelingen die zich een tegelwand veroorloofden. Later, toen stenen panden de houten stadshuizen vervingen, prefereerde men andere wandbekledingen voor de woonvertrekken, zoals textiel of papieren behang, en bleven de tegelvelden alleen in keukens en dergelijke voortbestaan. Op het wat conservatiever platteland is men dan nog niet zo ver. Daar leven de bewoners zich in de negentiende eeuw nog uit in grote tegelvelden voor de mooie kamers, met als blikvangers zulke 'schilderijen' als in Bergambacht.

De ruim driehonderd nummers van de veiling geven een goed beeld van wat er in de periode van 1600 tot de jaren omstreeks 1930 is geproduceerd aan wandtegels. Kleurige bloemtegels, in monochroom blauw of paars uitgevoerde vogeltegels, tegels met bijbelse scènes, met spelende kinderen, met onpraktisch geklede krijgslieden of wandelende echtpaartjes moeten in honderdduizenden uitvoeringen en varianten zijn gemaakt. Bovendien is er in het zeevarende Nederland een encyclopedische verzameling schepen-op-tegels gefabriceerd, onveranderlijk met de wind in de zeilen. Gewaagder, want bloot, zijn de voorstellingen van zeemeerminnen en Venussen die uit het water opduiken.

Tegen 1880 veranderen de onderwerpen. De schilder en zijn opdrachtgever gaan met hun tijd mee. De voorstellingen worden vrijer en de reclame wint aan belang. Bakker P. Veldhuizen wijst op zijn brood en beschuit via een smakelijk tegeltableau dat een neogotische nis met een vroeg Jugendstilrandje combineert. In 1922 spoedt de brandweer zich in een waarschijnlijk pas aangeschafte ladderwagen naar een brandend pand en ook de sport doet zijn intrede. In plaats van de hinkelende en tollende kinderen van vroeger zijn drie aankomende topsporters in de weer met korfbal, springt een jongen over een boktoestel en hebben de zwoegende vissersschepen het veld geruimd voor een zeilwedstrijd.

Er lijkt iets niet te kloppen in die recente tableaus. Tegels en tegeltableaus associeer je met de pre-industriële tijd, waarin het tempo lager lag en de genoegens eenvoudiger waren. Daarom overtuigt een fraai blauwgekleurd twintigste-eeuws stuk met een schaatsende heer die zijn dame op een slee voortduwt, wél. Louter voor je plezier de ijzers onderbinden, dat deden we al ver voor de wandtegel werd uitgevonden.

    • Hetty Terwee