Kunst is economisch gezien net vriendschap

Nederland telt 14 universiteiten waar een ontelbaar aantal colleges wordt gegeven door 2.450 professoren. Wie zijn zij? Waar hebben zij het over? En wat kunnen wij van ze leren? Twee nieuwsgierige academici terug in de collegebanken. Aflevering 6

“Een goeie vriend die door zijn vriendin net het huis is uitgegooid, komt bij je langs om uit te huilen. Je laat hem binnen, geeft hem een stoel en loopt naar je bureau om je stopwatch te pakken. Daarna ga je tegenover hem zitten, drukt de startknop in en zegt: 'Steek maar van wal'.

“Na een half uur vol pijn en verdriet heeft hij alles eruit gegooid. Je zet de stopwatch uit en zegt tegen je nog steeds betraande vriend: 'Zo, dat was 30 minuten van mijn tijd, even rekenen ... dat is ƒ 10. Oh nee, wacht even, gisteren gaf je me zo'n aardig compliment, dat moet er nog vanaf, dus ik krijg van jou ƒ 7,50'.

“Ik zie u denken: een vreemd verhaal. Maar ja, als je het nuchter bekijkt is 33 cent per minuut voor een goede vriendschap niet echt duur. Toch doen we dat liever niet: zaken als vriendschap of liefde kil uitdrukken in geld. Desondanks is dat wat economen het meest bezighoudt - het exact meten van de waarde van dingen en die vervolgens uitdrukken in geld. Of dat nu een auto, een opleiding of een schilderij betreft.”

Aan het woord is professor Arjo Klamer die van huis uit econoom is en sinds 1995 de enige leerstoel in de wereld bekleedt met het onderwerp 'de economie van kunst en cultuur'.

Bij de Rotterdamse Erasmus Universiteit moet men even zijn geschrokken na het aanstellen van Klamer. Men dacht een conventioneel econoom te hebben binnengehaald die net als andere economen de waarde van kunst gelijkstelt aan de prijs die op de vrije markt ervoor betaald wordt. Maar men kreeg een enfant terrible die er juist op wijst hoe beperkt de economische kijk op kunst is.

Student: “Ja, maar wacht 'ns even, als ik zo met mijn vrienden zou omgaan, hield ik er geen één over. Vriendschap per minuut is helemaal geen vriendschap!”

Klamer: “Ik ben het helemaal met u eens. Voor een vriendschap betaal je niet, anders verliest ze haar waarde. Vriendschap laat zich niet in geld uitdrukken.”

Student: “Precies, dat zei ik.”

Klamer: “Goed, maar soms ontkomen we daar niet aan. Hier in Rotterdam willen we een nieuwe brug. Een sterke, veilige brug kost veel geld. Een niet zo sterke brug kost natuurlijk minder, maar dat betekent wel dat de kans op instorten wordt verhoogd. Er kunnen zelfs doden vallen. Hoe denkt nu de econoom?”

In collegezaaltje LB 74 denkt men na.

Klamer: “De econoom wijst op de kosten en baten. Hij berekent het risico dat de minder sterke brug in elkaar dondert en de schadevergoeding voor de eventuele slachtoffers. Bij de kosten van de goedkope brug staat dan ook de post 'mensenlevens'.

“Een pijnlijke kwestie, maar zo doen we het. We calculeren op deze manier aan de lopende band. Desalniettemin wil ik u vandaag leren dat we bij veel van onze transacties het calculeren vermijden omdat die transacties devalueren als we ze tóch een prijs geven. Ik doel hier dus niet op kortstondige transacties, zoals een brood kopen, maar op langdurige interacties, zoals vriendschap. Zo moet je wat mij betreft ook naar kunst kijken.”

Student: “Dat je de waarde van een mensenleven niet kan meten begrijp ik. Maar dat kan je toch niet vergelijken met de waarde van kunst? De waarde daarvan is toch wat de koper wil betalen? Gewoon vraag en aanbod.”

Klamer: “Heel goed, als doorgewinterd markt-econoom heeft u helemaal gelijk, de waarde van iets is gelijk aan de prijs die op de markt ontstaat als vraag en aanbod elkaar ontmoeten. Maar dat vind ik bij kunst nogal beperkt, daar is meer aan de hand. Kunst communiceert meer dan alleen de arbeid die erin gestoken is en die meerwaarde zou bij een directe afrekening kapot gaan.”

Student: “Maar een schilderij heeft toch gewoon een prijs?”

Klamer: “Ja, maar in tegenstelling tot een nieuwe auto, is de prijs van dat schilderij niet gelijk aan de waarde. Vooral bij nieuwe kunst is de waarde onbepaald, moeilijk te meten. En daarom vraagt kunst, net als vriendschap, niet om een directe afrekening, maar om een interactie, een situatie van vertrouwen waarin de werkelijke waarde tot haar recht kan komen.

“Bij hogere zaken als het goede, het ware en het schone willen we niet direct afrekenen. Dat vermijden we omdat we een relatie met elkaar aangaan. Bij directe afrekening ontstaat geen relatie.”

Student: “Het lijkt wel of u het over religie heeft. Ook in de kerk wordt niet afgerekend voor het bijwonen van een mis, maar ook daar willen we een relatie. De kerken leven bij de gratie van donateurs die door middel van giften individueel uitdrukken hoeveel religie hen waard is.”

Klamer: “Precies, en dat is exact de waarde van religie. Want als mensen geven, dan drukken ze met hun gift hun directe betrokkenheid en vertrouwen uit. Voor mij zou het voor kunst ook zo moeten zijn. Dus door middel van giften uitdrukking geven aan die betrokkenheid waardoor de werkelijke waarde van kunst pas duidelijk wordt. Dat kan nu niet met ons huidige systeem van kunstsubsidies.”

Student: “Dus geen subsidie meer voor kunst?”

Klamer: “Nou, inderdaad, ik pleit voor een sterke vermindering van subsidie. Want subsidie vertroebelt de werkelijke waarde, het gaat erom dat mensen die om kunst geven er zelf ook echt iets voor over hebben, dat ze hun ware betrokkenheid tonen. Dan weten we wat de werkelijke waarde van kunst is. En het zal de kunst zeker ten goede komen.”

    • Jim van der Hoeven En François de Waal