Kritiek Kamer op beleid met mensenrechten

DEN HAAG, 14 NOV. Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) moet voortaan “meer zichtbare betrokkenheid” vertonen bij het uitdragen van Nederlandse opvattingen over mensenrechten.

Hij moet op dit gebied een voorbeeld nemen aan zijn voorgangers Van der Stoel en Kooijmans. Daartoe heeft het Tweede-Kamerlid Van Traa (PvdA) de minister opgeroepen in de gisteravond begonnen behandeling van de begroting van buitenlandse zaken. Namens de oppositionele CDA-fractie liet ook Verhagen kritiek horen op het “bleke beleid” van Van Mierlo, met Van Traa vindt hij bovendien dat de minister zich duidelijker moet manifesteren als eerstverantwoordelijke voor het buitenlands beleid.

Van Mierlo's partijgenoot Van den Bos (D66) zei in een interruptiedebat “in het algemeen wel tevreden te zijn” over de manier waarop hij “zo effectief mogelijk” en dus ook vaak via “stille diplomatie” schendingen van mensenrechten aan de orde stelt. De VVD'er Hessing bleek het uitdrukkelijk eens met de manier waarop Van Mierlo op dit gebied opereert, hij was ook overigens positiever over de minister dan de VVD de afgelopen jaren was.

De minister had vorige week in een interview met het Algemeen Dagblad al kwaad gereageerd op verwijten dat hij mensenrechtschendingen te weinig openlijk aanvalt. “Ik ga niet op een zeepkist staan, ook niet als de Kamer dat wil”, had hij gezegd en gesproken over een “Nederlands papagaaienconcert”, waartoe naar zijn smaak nu ook Van Traa is gaan behoren.

Volgens Van Traa moet Van Mierlo echter niet boos reageren op de kritiek op zijn aanpak maar “zijn woede daarover omzetten in energie ten aanzien van de mensenrechten”. “Van der Stoel en Kooijmans waren en zijn ook geen schuimbekkende zeepkistsprekers”, zei hij. De PvdA-fractie zou bijvoorbeeld graag zien dat Den Haag openlijk opkomt voor de in China vervolgde dissident Harry Wu en bij Indonesië voor de oppositionele politica Megawati en de vakbondsman Pakpahan. In een debatje met Hessing, Van den Bos en Verhagen erkende hij wèl het belang van effectiveit, dat van geval tot geval anders gediend moet worden. Maar, zei hij, daarna nog: “het gaat om de zichtbaarheid voor de mensen in Nederland en de mensen die het aangaat daarbuiten”.

Van Mierlo werd tijdens het debat gewaarschuwd voor een te laag ambitieniveau als Nederland per 1 januari aanstaande het roulerende voorzitterschap in de Europese Unie op zich neemt. De minister moet zich van de PvdA ook duidelijker manifesteren als eerstverantwoordelijke voor het Nederlandse buitenlandse beleid. Van Traa riep hem op “niet alleen commentator te zijn maar ook de beleidsmaker op wie paars wacht” en beter te waken voor gezagsverlies wegens “lekkages” uit zijn ministerie. De minister zou later vandaag antwoorden.