Horloges van Doensen in Schoonhoven; Een miljard maal bij de tijd

Tentoonstelling 'Bij de tijd', Design en techniek van het moderne horloge. Goud-, zilver- en klokkenmuseum, Kazerneplein 4, Schoonhoven. T/m 5 januari 1997.

Boegbeelden van de horloge-industrie als Blancpain, IWC en Patek Philippe fascineren de consument door de kolossale bedragen die voor hun uurwerkjes moeten worden betaald. Die variëren van luttele duizenden guldens tot meer dan een half miljoen gulden. Tientallen speciale horlogetijdschriften volgen elke beweging van deze fabrikanten. Die aandacht is omgekeerd evenredig aan wat de 'bulkfabrikanten' produceren. Het aantal horloges immers dat jaarlijks wordt verkocht, schommelt rond de magische grens van één miljard. In de westerse wereld schaft één op de drie mensen zich elk jaar een nieuw horloge aan. Wereldwijd zet de horloge-industrie zestien miljard Zwitserse franken om. En van die miljard horloges zijn er slechts zo'n 125 miljoen mechanisch, dus door een veer aangedreven. De overgrote meerderheid loopt dankzij een elektrische of elektronische voeding.

Het was tot voor kort lastig om iets te vinden, waarin die ontwikkeling van doordeweekse uurwerken in een historisch perspectief werd gezet. Onbegrijpelijk, omdat ten minste 85 procent van de horloges die tegenwoordig worden gedragen, op batterijen lopen.

De fysicus Pieter Doensen heeft dat gat gedicht met zijn boek Watch, history of the modern wrist watch. Hij heeft de geschiedenis beschreven vanaf het eerste electro-dynamische produktiehorloge dat in de jaren vijftig door de Hamilton Watch Company werd ontwikkeld tot en met de laatste Junghans uurwerken, die radiografisch worden gecontroleerd door een satelliet. Naast de strak gedocumenteerde technische evolutie heeft hij de ontwikkeling van de designerswatch in kaart gebracht. Swatch introduceerde in 1983 een tweede generatie van dit soort horloges, die nog wel een biograaf zal krijgen.

Doensens eigen collectie staat centraal op de tentoonstelling 'Bij de tijd' in het Goud-, zilver- en klokkenmuseum in Schoonhoven. Het eerste elektrische polshorloge dat in de jaren vijftig in de VS op de markt kwam, was de 'Ventura' van de Hamilton Watch Company. Het was een ontwerp van Richard Arbib, die ook cruiseschepen, vliegtuigen en zonnebrillen tekende. Het werd een geweldig succes, al wilde het niet lukken om dezelfde techniek ook in een dameshorloge te krijgen.

Voorgangers van dat eerste elektrische horloge behoren tot de permanente collectie van het Schoonhovens Klokkenmuseum. Er liggen twee zakhorloges die gemaakt zijn vóór 1910, hoogstwaarschijnlijk de oudste oorspronkelijk elektrische horloges - die niet van mechanisch tot elektrisch zijn omgebouwd. Doensen vermeldt in zijn boek een Finse soldaat - horlogemaker van beroep - die in 1944 zijn vrije tijd gebruikte om een elektrisch horloge in elkaar te fröbelen. Eenzelfde soort geschiedschrijving als die van het elektrische horloge geeft Doensen van het kwartsuurwerk en van de horloges met LED en LCD. Het boek Watch vormt een meer dan omvangrijke catalogus bij de tentoonstelling, waar een nauwkeurig en compleet historisch overzicht wordt gegeven.

Voor de minder gedreven verzamelaar zijn boek en tentoonstelling ook interessant. Alledaagse gebruiksvoorwerpen lijken vaak te triviaal voor museale expositie, maar krijgen juist in dergelijke verstilde ruimten een heel eigen status. Wie het geheel overziet, moet vaststellen dat de meeste van deze horloges zeer gedateerd zijn en juist daarom zo leuk. De Hamiltons bijvoorbeeld, stralen iets van de jaren vijftig uit, de horloges van de Franse fabriek Lip daarentegen hebben veelal een tijdloze lijn, elegant en discreet als het logo van de fabriek zelf.