Het verhaal bij de covertekst

Rob van Vuure: De arrogantie van het buikgevoel. Anthos, ƒ 29,90.

In het Express Stylebook uit 1930, waarin de do's en don'ts voor het maken van de Engelse Daily Express, had de hoofdredacteur het zo geformuleerd: “Stop de essentie van het verhaal in de kop, maar onthoud dat de ideale kop wel het verhaal vertelt maar de lezer ook doet verlangen het verhaal zelve te lezen. Maak, met dit doel voor ogen, kwistig gebruik van woorden als mysterie, geheim, tragedie, komedie, schandaal en menselijk.”

Wie met enige aandacht de pers volgt, weet dat dit advies school heeft gemaakt, en niet alleen in Engeland. Het geeft ook aan dat (hoofd-)redacteuren sinds jaar en dag nadenken over hun vak, waarbij vooral de presentatie van het nieuws zich in hun warme aandacht mag verheugen. Wat eenmaal werkt, werkt veelal ook ten tweede male, en zo ontstaat de Heilige Wetenschap die ter redactie van oud op jong wordt doorgegeven. In de Angelsaksische wereld worden die do's en don'ts met regelmaat in boeken vastgelegd, waarbij vooral de Amerikanen uitblinken in een didactische presentatie van de weetjes. Denk aan de vijf W's! Pas op voor de Zeven Dwergen van het proza! Eerbiedig de Tien Geboden voor het interview!

In Nederland wordt dit Amerikaanse model het dichtst benaderd door de VNU, minder een uitgeverij dan een bladenindustrie. Sinds mensenheugenis kent men daar interne opleidingen waar de cursisten worden doordrongen van de bestaande formules en gehanteerde technieken. Hoofdredacteuren heten daar ook geen journalisten, maar bladenmakers.

Na Dick Hendrikse (Libelle, Story) en Gerard Vermeulen (Panorama) geldt nu Rob van Vuure (Libelle, Margriet, Viva, Avenue en Panorama) als de Man Die Weet Hoe Het Moet. De tovenaarsleerling doet het zelfs beter dan de oude meesters: hij flikt zijn kunstje vijf keer! Hij is bovendien bereid het mysterie voor ons te ontrafelen.

Het geheim van zijn succes is verrassend eenvoudig, zo blijkt uit De arrogantie van het buikgevoel; de tragedie en komedie van het leven, de schandalen van menselijke makelij, ze zijn allemaal terug te brengen tot 'Honderd boerenkoolvoorbeelden', zoals hoofdstuk veertien leert. Bij het bladen maken draait het allemaal om variëren en plagiëren, om de 'vertaalslag' van het oude en bekende naar het nieuwe en ongehoorde. Het toverwoord is: kannibaliseer! Of, in Van Vuure's woorden: Libelliseer, Vivaviseer, Panoramiseer. Alles kan eindeloos worden herhaald voor ongeacht welke titel, afhankelijk van invalshoeken en sleutelwoorden, tot het 'taanmoment', zoals Van Vuure de uiterste houdbaarheidsdatum van onderwerpen noemt. Maar daarom niet getreurd, het oude keert altijd terug in een nieuw jasje. ('Het homo-huwelijk als kiwi van de negentiger jaren.') De bladenmaker leeft naar het woord van Bloem: “Altijd november, altijd regen.”

Als succes berust op een formule, op weetjes en woordjes, waarom lukte het Van Vuure dan wel bij Libelle, Margriet, Viva en Panorama, maar niet bij Avenue? (De titel overleed onder het mes van de bladendokter.) Het antwoord is: omdat Avenue een totaal ander blad was dan de andere vier. Het succes van Avenue in zijn beste dagen berustte op vernieuwing en verandering, op journalistieke inventie, niet op herkauwen onder gewijzigde verpakking. (Dat werd uiteindelijk de ondergang.)

In de wereld volgens Van Vuure is alles vertrouwd en opgedeeld in overzichtelijke segmenten; mannen zijn Mannen en vrouwen zijn Vrouwen (and never the twain shall meet). Een en hetzelfde idee kent verschillende uitvoeringen; de Nacht-Revu (misdaad, lingerie, prostitutie); de Nacht-Margriet (souper, dekbedovertrekken, wekkers, droomuitleg). Sociologisch gezien hoogst interessant: als de vrouwen naar bed gaan, gaan de mannen naar de hoeren.

Het universum van de bladenmaker is naadloos behangen: Viva is voor de oudste dochter, Yes voor de jongste, Margriet voor moeder, Libelle voor oma en Panorama voor papa. De oplagen illustreren zijn gelijk, maar met journalistiek heeft dat niets van doen. Het zijn vijf manieren om boerenkool klaar te maken.

Leerzaam is in dit verband wat in Van Vuure's alfabet te lezen staat onder de 'J van Journalistiek': “Dé journalistiek. Natuurlijk, daar draait het om. Als het bij tijdschriften maar samengaat met 'entertainment'. Vraag aan sollicitant: 'Waar werkte u de afgelopen jaren?' Antwoord: 'Bij Endemol.' 'Aangenomen'.”

De journalistiek van Van Vuure verhoudt zich tot de Journalistiek als de publieke omroep tot de commerciële; in dat milieu bestaat geen informatie, alleen maar 'infotainment'. Er wordt door Van Vuure ook niet gesproken over 'verhalen' of 'artikelen', maar over 'producties'.

Onthullend is het kijkje dat hij biedt op zijn métier: “Bedenk een verkopende covertekst en maak er dan een goed verhaal bij!” Het is een late echo van de (apocriefe) woorden van Hearst: U levert het verhaal, dan lever ik de oorlog.

Typische Panorama-coverwoorden zijn, zo leren we: Ajax, miljonair, bed, lingerie, ontsnapping, mafia, Heineken-ontvoerder, stewardess-callgirl, gigolo. Daaruit volgt dat het ideale Panorama-verhaal zou zijn: Ajax-miljonair in bed met gigolo ontsnapt aan mafia van Heineken-ontvoerders in lingerie van stewardess-callgirl. De covertekst is er al, nu de productie nog.

    • Ron Kaal