Duitse vakbonden moeten kiezen: Marx of de markt

BONN, 14 NOV. Marx of de markteconomie? Voor die vraag staat de Duitse vakbeweging die in Dresden een buitengewoon congres houdt over de toekomst. De vierdaagse bijeenkomst begon gisteren met vrolijke Tiroler volksmuziek in het troosteloze Cultuurpaleis. Vaststaat dat dezer dagen een verbitterde richtingenstrijd zal worden uitgevochten.

Het congres van de Deutsche Gewerkschaftsbund (DGB), waarbij vijftien bonden zijn aangesloten, speelt zich af in een sociaal klimaat waar inmiddels een harde wind is opgestoken. De Duitse concurrentiepositie is verslechterd. De economische groei trekt voorzichtig aan, maar levert nauwelijks nieuwe banen op. De werkloosheid heeft met vier miljoen mensen een recordhoogte bereikt. De sociale lasten voor het bedrijfsleven zijn zwaar. En het sociale stelsel wordt voor de overheid te kostbaar. Aanpassen is het devies. Voor werknemers staan tal van verworvenheden op het spel.

“De hete herfst is begonnen. De winter zal bitter worden als er niets verandert”, zei DGB-voorzitter Dieter Schulte gisteren bij de opening van het congres. Hij doelde op het al maandenlang durende conflict tussen werkgevers en werknemers in de metaalindustrie over de korting van het ziekengeld. Sinds in september de wet over vermindering van de ziekteuitkering van honderd naar tachtig procent door de Bondsdag werd aangenomen is het onrustig in Duitsland. In een aantal bedrijfstakken zijn werkgevers en werknemers het intussen eens geworden over toepassing van de wet, die er in voorziet dat bij vijf dagen ziekte ook één van de dertig vakantiedagen kan worden ingeleverd. Maar in de trendsettende metaalindustrie staan beide partijen lijnrecht tegenover elkaar.

Tegen deze achtergrond wil de DGB in Dresden het verouderde beginselprogramma aanpassen dat niet meer is uitgerust voor problemen die de toenemende internationale concurrentie met zich meebrengt. Het programma uit 1981 streeft nog de nationalisering van sleutelindustrieën na en noemt de tegenstelling tussen kapitaal en arbeid als verklaring voor alle maatschappelijke misstanden.

De Duitse vakbeweging staat onder druk. Sinds de recessie in 1993, die ontslagen en faillissementen met zich meebracht, is haar ijzeren greep op de arbeidsverhoudingen verzwakt. Het ledenaantal is in één jaar geslonken van 9,7 tot 9,3 miljoen in 1995, wat niet alleen aan vakbondspolitiek te wijten is, maar ook aan het grote aantal bedrijven dat over de kop ging. Zo verdwijnen jaarlijks in de metaalindustrie 140.000 banen als gevolg van de hevige concurrentie, zodat de machtigste vakbond IG Metall zijn ledenaantal sinds 1991 dramatisch zag teruglopen van 3,6 miljoen mensen naar 2,8 miljoen.

De meningen binnen de vakorganisaties lopen sterk uiteen over hoe de economische problemen moeten worden aangepakt. Dat bleek onder meer bij de vele slepende bijeenkomsten die de afgelopen jaren zijn gehouden om het nieuwe beginselprogramma te bespreken. De reacties van ondernemingsraadsleden uit diverse bedrijven spreken boekdelen. In het laatste nummer van het DGB-tijdschrift Die Quelle geven zij hun mening over het nieuwe beginselprogramma.

'Hebben jullie niets belangrijkers te doen?', luidt een kop. “Veel van onze functionarissen moeten eindelijk begrijpen dat we met leuzes over klassenstrijd niet de problemen raken van de werknemers, maar verveeld gegaap oproepen”, schrijft een ander. Voor hen hoeft de vraag: hervorming of revolutie niet meer te worden beantwoord.

Maar de linkervleugel, vertegenwoordigd in zes belangrijke vakbonden, struikelt al over de passage in het nieuwe ontwerpprogramma dat “de sociale markteconomie beter is uitgerust dan andere economische modellen om de doelen van de vakbeweging te bereiken”. Deze opvallende bekentenis tot de liberale markteconomie, waarmee de DGB-leiding afscheid wil nemen van een derde weg, heeft vooral bij de linksradicalen hevige protesten losgemaakt.

Als het aan DGB-voorzitter Dieter Schulte ligt komt hier enige verandering in. Hij pleitte gistermiddag voor een “hervorming van het CAO-systeem” met meer keuzemogelijkheden voor bedrijven.

Pag.24: Topman IG Metall stapt op als DGB-plan het niet haalt

Of de leiding hiermee niet te ver voor de troepen uitloopt zal dezer dagen blijken. Zal een nieuwe conflictkoers worden ingeslagen of krijgt het consensusmodel de overhand? Als de vakorganisaties het niet eens kunnen worden, is de voorzichtige poging tot hervormingen voorlopig van de baan. Of de bonden zich dat kunnen permitteren gezien de gespannen situatie op de arbeidsmarkt is de vraag.

De twee grootste vakbonden IG Metall en de ÖTV (openbare diensten, transport en verkeer) lieten al voor het congres begon weten met deze zin “beslist niet” te kunnen instemmen. Gisteren dreigde de leider van IG Metall, Klaus Zwickel, voortijdig met zijn delegatie uit Dresden te vertrekken als de leiding deze 'positieve houding tegenover het kapitalisme' in het beginselprogramma niet zou afzwakken. Er moest tenminste over een “sociaal gereguleerde markteconomie” gesproken worden.

Ook vier andere vakorganisaties (media, banken, hout en post) voelen er niets voor de sociale markteconomie, die Duitsland al kent sinds de Tweede Wereldoorlog, als uitgangspunt te nemen. Detlef Hensche, de voorzitter van IG Medien, zei tijdens het congres dat “de huidige tijd waarin alles ter discussie staat al ver van de sociale markteconomie af staat”.

Werner Stumpfe, de voorzitter van de werkgeversorganisatie in de metaalindustrie Gesamtmetall, noemde het gisteren jammerlijk zoals er binnen de DGB over de huidige economische problemen wordt gesproken. Stumpfe wees op de vier miljoen werklozen en het ontbreken van zes miljoen arbeidsplaatsen.

“En in Dresden ruziën de bonden over de vraag of de sociale markteconomie wel een alternatief is voor het zogenaamde killerkapitalisme uit Manchester. Hieruit blijkt hoe ver deze discussie is verwijderd van de realiteit”, aldus Stumpfe in een ontmoeting met buitenlandse correspondenten in Bonn. Hij noemde het “avontuurlijk” zó met de crisis in Duitsland om te gaan.

De werkgeversvoorzitter zei te vrezen dat de compromisloze vleugel binnen de vakbeweging de overhand zal krijgen. Hij verwees naar de recente CAO-onderhandelingen met IG Metall die onlangs op het laatste ogenblik mislukten. Beide partijen waren volgens Stumpfe dicht bij een akkoord. De werkgevers stelden voor dat er - anders dan gebruikelijk is in Duitsland - tijdens de eerste vier weken ziekte geen vakantiedagen meer zouden worden opgebouwd. IG Metall stelde drie in plaats van vier weken voor, slechts één week verschil. Maar de onderhandelingsdelegatie werd teruggefloten door de achterban en daarmee was het hele voorstel volgens Stumpfe van de baan.

Hij zei te verwachten dat als er geen compromis komt over een landelijke metaal-CAO de diverse deelstaten afzondelijke akkoorden afsluiten. De werkgeversvoorzitter liet weten in principe niet af te willen van de bedrijfstakgewijze CAO's (“die garanderen sociale vrede”). Maar bedrijven zelf moeten meer vrijheid hebben de CAO-à-la-carte in te vullen. In de praktijk komen ondernemingen al steeds vaker met hun eigen Betriebsrat tot een akkoord, alleen schrikt de vakbeweging er volgens Stumpfe voor terug hiervan officieel beleid te maken.

    • Michèle de Waard