Deelname Nederland aan missie Zaïre blijft nog onzeker

DEN HAAG, 14 NOV. Minister Voorhoeve (Defensie) noemt het Amerikaanse voornemen mee te doen aan een troepenmacht voor Oost-Zaïre “een belangrijke doorbraak”. Maar hij waarschuwt dat dit niet automatisch betekent dat ook Nederlandse troepen zullen worden uitgestuurd.

Eerder verklaarde Voorhoeve dat de eventuele Nederlandse bijdrage bescheiden van omvang zal zijn. De fracties van de VVD, de eigen partij van Voorhoeve, en het CDA in de Tweede Kamer hebben ernstige bedenkingen tegen het sturen van Nederlanders naar die regio. Twee jaar geleden besloot de regering niet te gaan omdat 'Nederlanders teveel op Belgen lijken' en de bevolking ter plekke vanwege het koloniale verleden veel tegen Belgen heeft.

Weliswaar is de versterkte Alfa compagnie van de Luchtmobiele Brigade in Schaarsbergen (270 militairen) voorbereidingen aan het treffen voor vertrek en worden transportoestellen van de Luchtmacht ingezet; Voorhoeve wil echter eerst een duidelijker beeld over de opdracht aan de veiligheidsmacht, de bevelsstructuren waarmee gewerkt wordt en de samenstelling van de VN-troepenmacht. Voorhoeve meent dat de Veiligheidsraad moet voorkomen dat de militaire operatie geen duidelijk doel heeft, zoals het geval was in Somalië.

Het is de bedoeling dat de internationale vredesmacht corridors naar de grens met Rwanda gaat beveiligen voor de terugkeer van vluchtelingen en voor de aanvoer van hulpgoederen. Maar volgens minister Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) kan dat niet de enige taak zijn van de VN-militairen.

Er moet volgens Pronk een scheiding worden aangebracht tussen de Tutsi-rebellen in Oost-Zaïre en eenheden van het voormalige Hutu-leger uit Rwanda. Daarnaast moet de VN-macht met name de Hutu's wapens afnemen. Om dat mogelijk te maken meent Pronk dat de VN-macht vrij zwaar bewapend moet zijn zowel voor de eigen veiligheid als voor afschrikking bij de strijdende partijen.