De beste zijn niet leuk

In het gebouw van de Tweede Kamer houdt de stichting Pers & Prent van 4 december tot 10 februari een tentoonstelling met werk van politieke tekenaars.

Zodra politici lollig doen, gaat het mis. Politici zijn niet leuk, ze hoeven dat ook niet te zijn, nee, ze mogen het zelfs niet zijn omdat ze ergens anders voor zijn. Humor in de vergaderzaal wordt daarom, zodra het bedoeld is om een lach op te roepen, al gauw de pret van het studentencorps: opgelegd pandoer, inteelt of cynisme. Zodra politieke cartoonisten de humor zoeken, gaat het mis. Politieke tekenaars moeten in hun werk niet grappig willen zijn. De beste politieke prenten zijn dan ook niét leuk. De bovenstaande cartoon van Jos Collignon bijvoorbeeld is niet lollig. Zijn Wim Kok die in polonaise voorop gaat, is simpelweg een vlijmscherpe analyse van de politieke verhoudingen in Nederland anno 1996. Niets meer en niets minder. Waar een schrijver/journalist een hele pagina platte tekst nodig heeft om de depolitisering van alleen al Nederland te beschouwen, kan een tekenaar het in één blik duidelijk maken. Dat de krantenlezer er misschien om glimlacht of zelfs buldert, zegt dan ook meer over hem dan over Collignon. De lezer is kennelijk zo losgezongen van de noodzaak om de politieke democratie een warm en strijdbaar hart toe te dragen, dat hij om de werkelijkheid alleen nog maar kan lachen. Een politieke cartoon van vandaag is vergelijkbaar met fresco's, iconen en glas-in-loodwerk in de kerk. Die waren ook bedoeld Gods woord voor de gelovigen, die de bijbel niet zelf konden lezen, kernachtig samen te vatten. Nu er zoveel ongelovigen in Gods huis rondlopen, wordt er in kerken gelachen. Maar dat is nooit de bedoeling geweest. Zoals politieke cartoons ook niet bestemd zijn voor mensen die de politiek hebben afgeschreven.

    • Hubert Smeets