Crisis Bulgaarse regeringspartij

De crisis in de regerende Bulgaarse Socialistische Partij (BSP) naar aanleiding van de ernstige economische malaise en de zware nederlaag bij de recente presidentsverkiezingen heeft zich deze week verdiept. Maar een meerderheid in de partij schrikt er nog steeds voor terug de controversiële premier Zjan Videnov ten val te brengen.

Al vlak voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen, waarbij BSP-kandidaat Marazov het moest opnemen tegen oppositiekandidaat Petar Stojanov, trad de crisis in de partij van de ex-communisten aan de oppervlakte. Vijf leden van het partijbestuur eisten het aftreden van Videnov. De socialisten waren in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen één miljoen kiezers kwijtgeraakt in vergelijking met vorige verkiezingen, en dat was volgens het vijftal partibestuurders duidelijk het resultaat van Videnovs wanbeleid. Zelfs presidentskandidaat Marazov nam in zijn campagne afstand tot de premier, van wiens regering hij als minister van cultuur zelf deel uitmaakte.

Maar Videnov dacht er niet over af te treden, zelfs niet nadat Marazov tegen Stojanov de zwaarste BSP-nederlaag uit haar geschiedenis had geleden. Een dag na de smadelijk verloren verkiezingen schaarden negentien BSP-prominenten, onder wie Aleksander Lilov, de voormalige partij-ideoloog, zich in een artikel in het partijblad Doema achter de eis van de vijf partijbestuurders: Videnov moest nu weg. “Hij heeft wegens ernstige economische en financiële crisis het recht verspeeld om te regeren.” De geloofwaardigheid van de BSP staat op het spel, aldus de negentien critici. De partij werd opgeroepen een nieuw economisch beleid uit te stippelen en noodmaatregelen te nemen in verband met komende winter.

De oproep werd gesteund door adhesieverklaringen van partijafdelingen uit het hele land. Maar weer liet Videnov zich niet vermurwen. Zijn beleid heeft geleid tot een daling van de levensstandaard met tientallen procenten binnen één jaar en tot een vrije val van de nationale munt, de lev, waarvan de koers in een jaar is gedaald van 70 tot 260 per dollar. Maar Videnov betoogde dat hij niet onder druk van economische omstandigheden kon aftreden en dat hij in samenwerking met het Internationale Monetaire Fonds de crisis te boven kon komen.

Maandag legde Videnov zijn lot in handen van het partijbestuur en de BSP-fractie in het parlement. De premier verbond zijn lot handig met het overleg met het IMF, dat de vorming van een currency board heeft voorgesteld om de val van de lev een halt toe te roepen. Het IMF heeft Bulgarije al twee keer een krediet geweigerd wegens het gebrek aan hervormingen. De currency board moet erop toezien dat de geldcirculatie niet de valutareserves van de Nationale Bank overtreft. Dat recept, waarbij de lev wordt gekoppeld aan de dollar, heeft eerder in Argentinië en de Baltische landen met succes geleid tot het herstel van het vertrouwen in de nationale munt.

En Videnov haalde het: dinsdag kreeg hij, na een heftig debat van 22 uur, met 87 tegen 69 stemmen bij twee onthoudingen het vertrouwen van de partijleiding - een voorlopig vertrouwen, want eind december moet een partijcongres zich over de kwestie buigen.

De zege van Videnov kon zich uiteindelijk wel eens als een boemerang tegen de partij keren. De meerderheid binnen de BSP klampt zich nog altijd vast aan haar machtsposities.

Zelfs de zware nederlaag in de presidentsverkiezingen heeft die meerderheid er niet van overtuigd dat de BSP elke dag aanhang verliest en dat het wellicht zinvoller is een compromis met de oppositie te zoeken. “Hoe kon dit gebeuren?”, riepen verbijsterde BSP-aanhangers Lilov toe toen die dinsdag na de stemming naar huis ging. Hij bleef het antwoord schuldig.

De stemming heeft de partij diep verdeeld. Dinsdag al traden drie leden van het partijbestuur uit protest af, onder wie de vice-voorzitter van de partij, Janaki Stojlov. Ze werden gisteren gevolgd door Georgi Pirinski, die aftrad als minister van buitenlandse zaken met het argument dat de BSP niet langer het minumum aan vertrouwen heeft om de hervormingen door te zetten.

Pirinski, eerder dit jaar de eerste BSP-kandidaat voor de presidentsverkiezingen - hij mocht uiteindelijk niet meedoen omdat hij niet voldeed aan de bepaling dat de president bij zijn geboorte het Bulgaarse staatsburgerschap moet hebben bezeten - wil nu de oppositie binnen de partij tegen Videnov aanvoeren.

De oppositie, vooral gebundeld in de Unie van Democratische Krachten (SDS), waarvan de nieuwe president vice-voorzitter is, wil Videnov liefst al vór het BSP-congres van eind december ten val brengen met een motie van wantrouwen in het parlement. Videnovs critici binnen de BSP zijn inmiddels hartelijk uitgenodigd zich achter die motie te scharen.