Beursrecord kroont superbe prestaties Damrak

AMSTERDAM, 14 NOV. Hoezo internationaal gespreid beleggen? Met de doorbraak van de 600 punten grens onderstreepte de AEX-index gisteren dat Nederlandse aandelen sinds 3 januari 1983, toen de index voor het eerst werd berekend, de beste belegging zijn geweest van de beurzen van alle industrielanden. Vanmorgen steeg de index (slot gisteren: 602,02 punten) verder door naar 603,13 punten.

De AEX-index, die begon als barometer voor de Europese Optiebeurs (EOE) en in 1994 werd uitgebreid tot de aandelenbeurs, verzesvoudigde in nog geen veertien jaar. De index is samengesteld uit de koersontwikkeling van de 25 grootste beursfondsen. Als naast de koersontwikkeling ook de waarde-ontwikkeling van aandelen op basis van herbelegging van uitgekeerd dividend wordt becijferd, dan hebben beleggers op het Damrak sinds 1983 een totaal rendement gehaald van 832 procent.

Als de waardedaling van vrijwel alle andere valuta's tegenover de gulden wordt meegerekend, dan bleef alleen Hongkong Amsterdam voor. Maar wie stak er begin 1983 zijn geld in Hongkong? De Amsterdamse effectenbeurs had de laatste veertien jaar een gemiddeld totaalrendement van 17,45 procent per jaar. Amerikaanse aandelen, die internationaal altijd sterk de aandacht trekken, kwamen daar niet bij in de buurt. Zij gaven een gemiddeld totaalrendement van 16,1 procent per jaar - gerekend in dollars. Voor de Nederlandse belegger, die de dollar in de tussentijd fors zag dalen, gaven Amerikaanse aandelen gemiddeld een totaalrendement van 12,6 procent.

Welke bedrijven zijn sinds 1983 de trekkers van de beurs? Voorop komen de uitgevers, waarvan Elsevier en Wolters Kluwer en VNU overigens pas na verloop van tijd in de AEX-index werden ondergebracht.

Het aandeel Elsevier is, met een huidige koers van 28,10 gulden, ruim 42 maal zoveel waard geworden als bij de start van 1983. VNU verachttienvoudigde en Wolters Kluwer (gecorrigeerd voor de fusie eind jaren tachtig) is nu zelfs 64 keer zoveel waard als toen.

Niet alle Nederlandse beursfondsen deden sinds 1983 mee aan de hausse. Destijds kostte een aandeel KLM 27,50 gulden. Nu is dat 41,70 gulden, en dat betekent in de bijna 14 jaar sinds 1983 een koersstijging van 51,6 procent - drie procent op jaarbasis. Sparen was een betere keus geweest. Ook bij EOE-fondsen van het eerste uur Philips en Nedlloyd had een spaarrekening de belegger misschien een ietsje rendement, maar veel slapeloze nachten gescheeld. De koersontwikkeling van Koninklijke Olie hield al die tijd keurig gelijke tred met de AEX.

Zijn Nederlandse aandelen duur? De meeste analisten voelen zich op dit moment comfortabel bij de huidige koersniveaus. Dat ligt overigens niet zozeer aan de beursondernemingen zelf. De winst per aandeel, die moet zorgen voor een duurzame koersstijging, groeit dit jaar nauwelijks. Pas volgend jaar wordt door analisten gemiddeld een winstgroei van 11,8 procent verwacht, en daar lopen de koersen al iets op vooruit.

De werkelijke kracht achter de beurskoersen is de toevloed van beleggingsgeld en het ontbreken van alternatieven voor een aandelenbelegging. Particulieren, die niet zeker zijn van de hoogte van hun pensioen, of twijfelen aan de duurzaamheid van overheidsregelingen als de AOW, schuiven hun geld naar de aandelenbeurs en naar beleggingsfondsen. De grote professionele beleggers, zoals de pensioengiganten ABP en PGGM, steken steeds meer van hun portefeuille in aandelen. Het geld in kas houden brengt weinig op: de rente op deposito's schommelt nu rond 3 procent. En ook obligaties geven een matig direct rendement. Het rendement op de laatste tienjarige staatslening is op dit moment 5,77 procent.

De verhouding tussen dat obligatierendement en het dividend dat bedrijven uitkeren (als percentage van hun aandelenkoersen) is een van de belangrijkste criteria op basis waarvan analisten meten hoe duur de beurs op dit moment is. Hun conclusie: bij de huidige rentestand is een beursindex van 600 punten zo gek nog niet. Het ziet er overigens niet naar uit dat de rente op obligaties en op kasgeld nog veel verder daalt dan nu. De beurs zal het verder op eigen kracht moeten doen: door winstverbetering bij de bedrijven.

Is onheil nabij, nu de koersen op recordhoogte staan? De rampzalige periodes uit het verleden, zoals de depressie in de jaren dertig, de koersval met 80 procent op de Britse beurs in 1974/75 en de Japanse “luchtbel economie” eind jaren tachtig, hebben volgens prof. dr. E. Bomhoff (Universiteit van Nijenrode) twee karakteristieken: heftige prijsbewegingen en een algemeen doorvoelde afkeer van het kapitalisme. Van verwachte gierende inflatie (zoals in 1974 in Groot-Brittannië) of dalende prijzen (zoals in de jaren dertig) is geen sprake.

“Dat wij niet weer een periode als in de jaren zeventig krijgen, met een afkeer van winst, is niet te garanderen. Onzekerheid in politiek-economische sfeer blijft. Maar particulieren kunnen zich nu in tegenstelling tot vroeger tegen een koersval beschermen met put-opties.”

    • Maarten Schinkel
    • Menno Tamminga