Barker mag niet Van Duin worden

Het vertalen van humor komt vaak neer op het schrijven van een nieuwe tekst. Woordgrappen in buitenlandse tv-series of boeken zijn dikwijls onvertaalbaar.

FRASIER ZEI: “GUTS.” Floris Blommaert hoorde het via zijn tv-scherm, las het in het script en dacht in zijn ministudio: hoe vertaal ik dat dubbelzinnige woord?

De vertaler die wekelijks de Amerikaanse televisieserie Frasier van Nederlandse ondertitels voorziet, zocht naar associaties. Ze lagen voor de hand, in dit geval.

De situatie was deze. Frasier, een enigszins arrogante radio-presentator annex psychiater, probeert zijn vader, Martin, over te halen om diens vriend Artie Walsh in het ziekenhuis te bezoeken. Martin lag ernstig overhoop met de zwaar zieke Artie bij wie zo ongeveer alles weggesneden moest worden wat er weg te snijden viel. Tot de ingrepen behoorde kennelijk ook een operatie aan zijn darmen, zijn guts dus. Het woord dat in het Engels vele betekenissen heeft, waaronder 'lef' of 'moed'.

Zo verliep de oorspronkelijke dialoog tussen Frasier en Martin:

Martin (tot Frasier): When I say 'no', that's just what I mean. I'm not sittin' and chattin' with Artie Walsh.

Frasier: Artie thought as much.

Martin: Why? What did he say?

Frasier: Said you would'nt have the guts to see him.

Martin: He said that?

Frasier: Yeah. Then he snickered a little.

Martin: Well, I got news for him! I got the guts. I got twice the guts he has. And after his surgery tomorrow, I'll have four times the guts.

Vertaler Blommaert zocht dus naar associaties. Een soortgelijke uitdrukking voor guts die een soortgelijke dubbele betekenis in zich borg. De Nederlandse televisiekijkers zagen aan de onderkant van hun scherm deze vertaling (vanaf de zin Artie thought as much) verschijnen:

Frasier: Dat dacht Artie al.

Martin: Wat zei hij dan.

Frasier: Dat je de ballen niet had. En hij hinnikte erbij.

Martin: En of ik de ballen heb. Twee keer zoveel als hij. Na zijn operatie heeft hij misschien niks meer.

Leuk of niet, het is een vertaling die dicht in de buurt komt van de bedoeling van de Amerikaanse schrijver, zonder letterlijk te zijn. In veel afleveringen van Frasier komt Blommaert soortgelijke problemen tegen. De vertaling laat bovendien zien wat ondertitelen vooral is: het samenvatten van de gesproken tekst. Blommaert: “Zo'n serie als Frasier kent heel snelle dialogen. Je laat soms wel de helft weg. Een antwoord als 'ja' sowieso al. Vaak is iemands mimiek al duidelijk genoeg. Ondertiteling is geen vervanging van de gesproken tekst, maar een ondersteuning bij wat het beeld biedt.”

Een comedy als Frasier, die per aflevering twintig minuten duurt, kost Blommaert, een van de 25 vertalers die in volledige dienst zijn van het omroepproduktiebedrijf NOB, ongeveer een dag werk. Dat wil zeggen: een uur luisteren en lezen, zes uur vertalen en comprimeren totdat er zo'n 250 ondertitels overblijven, tot slot een uur nalezen en het eindresultaat beoordelen. Dan is de vertaling en dus vooral de inkorting voltooid.

Daarbij gelden enkele vuistregels. Een ondertiteling mag niet korter dan anderhalve seconde in beeld blijven en niet langer dan zes à zeven seconden. Twee hele regels in twee seconden bijvoorbeeld is te veel, zegt Blommaert. “Je moet de kijker ook de gelegenheid geven het beeld te volgen.” Daarom is het ook wel eens nodig de geschreven tekst langer in beeld te houden dan de gesproken tekst duurt.

Soms is het probleem simpel. Als in de gesproken tekst wordt gezegd: 'daar in de hoek op die bruine tafel', terwijl in beeld de tafel te zien is, is de vertaling simpel samen te vatten met het woord 'daar'. Blommaert: “Je moet de essentie eruit halen. Het liefst moet de kijker niet in de gaten hebben dat hij ondertitels leest. De mensen zeggen wel eens tegen ons: jullie vertalen niet wat er gezegd wordt. Dat klopt, antwoorden wij dan.”

Linda Slokker, vertaalster van toneelstukken, worstelt niet zozeer met het probleem van de noodzakelijke inkorting, maar des temeer met de onvertaalbare woordspeling. “Ik zoek dan naar uitdrukkingen in het Nederlands die dezelfde gevoelswaarde hebben. Ze moeten net zo geestig zijn, maar dan in het Nederlands. Het is herschrijven en dat is moeilijk. Ik moet me dan echt in zo'n stuk inleven.” Meestal lukt het wel, zegt ze. Ze controleert regelmatig zelf of haar vertaling is geslaagd: door bij de opvoering van een klucht te luisteren of het publiek op het cruciale moment lacht.

Slokker, die in Alkmaar woont, vertaalde ook kinderboeken, zoals Abradizil van Andrew Gibson. Daarin komt een dwerg voor die zich in 'plat' Engels uitdrukt. De vertaalster zocht naar een “niet zo geciviliseerd, maar wel vriendelijk” Nederlands equivalent. Ze vond het dichtbij huis: het Noordhollands. 'We are' werd 'we bennen'.

Humor is niet het moeilijkste wat er is om te vertalen, meent Slokker. “Ik vind heel lange zinnen, van een halve bladzijde, veel lastiger. In het Nederlands lijken die veel plechtiger. Ook grove taal, waar Amerikanen soms mee smijten, klinkt in het Nederlands veel grover. Naar mijn gevoel.”

Vertalers van boeken, aldus NOB-medewerker Blommaert, wagen zich niet vaak aan televisieseries. “Het duurt even voordat je het durft in de vertaling veel dingen weg te laten. Het is een heel ander genre dan boeken.” De vrijheid die de vertaler van tv-series zich mag veroorloven, heeft zijn grenzen. Blommaert vindt dat een grap over het Amerikaanse honkbal niet in Nederlandse voetbaltermen mag worden vertaald, ook al zijn die twee sporten qua populariteit in de beide landen te vergelijken. En als Ronnie Barker wordt genoemd, kun je daar in de vertaling geen André van Duin van maken, vindt Blommaert. “Je moet geloofwaardig blijven en rekening houden met de cultuur van het land waar de serie vandaan komt.”

Maar de ervaring van boekenvertaalster Coby de Groot is dat cultuurverloochening soms niet te vermijden is. Zij worstelde bij de vertaling van de Amerikaanse politieroman Lightning (Ed McBain) met een typische woord- en klankgrap. De ene politieman vraagt aan een andere herhaaldelijk: Why does the red indian buy a hat. Ten slotte volgt het antwoord: To keep his wig warm. (Wig is pruik).

De woordspeling die in deze grap zit verborgen was onvertaalbaar. Dus koos Coby de Groot voor iets heel anders en zelfs niet meer voor een Nederlandse woordgrap. Het alternatief bleek een mop die Belgen over Nederlanders maken, waarbij ze in de Nederlandse vertaling van Lightning de Nederlander verving door een Schot. (Het ging om een bekende mop: Waarom koopt een Schot geen koelkast? - Omdat hij niet gelooft dat het lampje uitgaat als hij hem dichtdoet).

“In een vertaling gaat er altijd iets van het boek verloren”, zegt De Groot. Sommige zinnen verdwijnen zelfs geheel. In het boek My family and other animals (Gerald Durrell) kwam ze een onvertaalbare taalgrap tegen. Man komt terug van de jacht met een dode haas (hare) over zijn schouder. Waarna hem wordt gevraagd: Is it your own hair or is it a wig?

Nieuwsgierig naar wat een collega-vertaler als oplossing had bedacht, sloeg De Groot de Nederlandse vertaling op. Maar daarin was de bewuste passage gewoon weggelaten.

Het ondertitelen van tv-series kent ook beperkingen van andere aard dan de onvertaalbare woordgrap. In de serie Hill Street Blues schuwden de acteurs het grove woordgebruik allerminst, maar de Nederlandse vertaler moest er rekening mee houden dat dit programma door de NCRV werd uitgezonden. Voor een christelijke omroep gaat een woord als Jeetje al gauw te ver.

Monty Python's Flying Circus was onder vertalers berucht om de onvertaalbaarheid ervan, omdat het zo vaak vooral om de taal zelf ging. Engelse series, zegt Blommaert, bevatten veel meer woordgrappen dan Amerikaanse. Een serie als Allo Allo was voor hem het summum van vertaalgenot. “Dat was heerlijk. Een Engelsman die in Frankrijk is gedropt, zogenaamd Frans spreekt maar alle klinkers verkeerd uitspreekt, waardoor er schuine woorden ontstaan.”

Maar het interessantst blijven de moeilijk te vertalen woordgrappen. Dan moet de vertaler een beroep doen op zijn eigen creativiteit. Het probleem van de dubbelzinnige betekenis deed zich bijvoorbeeld voor in Frasier toen de Amerikaanse Congresverkiezingen aan de orde waren. Wie kandidaat is, is running voor het Congres. De vader van Frasier, Martin, een half-invalide man die moeizaam loopt en een stok nodig heeft, zei over zijn favoriete kandidaat: “He's running, because I can't.” Dat werd in de ondertiteling: “Ik stem op hem, want mijn stem heb ik tenminste nog.”