Auro is grootste 'alternatieve' verffabriek ter wereld

Auro in het Duitse Braunschweig is de grootste 'alternatieve' verffabriek ter wereld. Het bedrijf, opgezet door een idealistische wetenschapper, maakt natuurverven op basis van lijnolie die op haar beurt wordt gemaakt van 'ecologisch' geteeld vlas. Maar zelfs Auro kan niet geheel buiten de gevestigde chemische industrie om. De moderne synthetische verven zijn overigens ook aanmerkelijk minder belastend voor het milieu dan vroeger het geval was.

Veel milieuvriendelijke ondernemingen werken vooral op het gevoel van de consument en niet op zijn verstand. Vaak worden die bedrijven geleid door mensen die niet de minste natuurwetenschappelijke scholing kregen. Daarmee is het moeilijk concurreren.

Dat is, wat explicieter uitgedrukt dan hij het zelf doet, het oordeel van dr. Hermann Fischer, directeur van de natuurverffabriek Auro, over zijn geestverwante concurrentie. Auro in Braunschweig produceert sinds 1984 verven, lakken en beitsen uit natuurlijke grondstoffen en exporteert die inmiddels naar bijna alle landen van Europa en bovendien naar Japan, Zuid-Korea, Australië en Californië. Met een omzet van dertig miljoen D-mark is het de grootste 'alternatieve' verffabriek in de wereld.

Aan de basis van dat succes staat de bezorgdheid over het milieu die, vooral in Duitsland, de vraag naar klassieke lijnolieverven de laatste decennia gestaag deed toenemen. Daardoor kon Auro, dat in 1984 met drie man begon, uitgroeien tot een modern gehuisvest bedrijf met 60 werknemers. En het had nog harder gekund, zegt Fischer. “Ik word belaagd door marketinglui die mij voorrekenen hoe ze de omzet binnen drie jaar kunnen vertienvoudigen als ik mijn produkten maar aantrekkelijker maak voor de grote massa. Maar ik wil zo'n snelle groei helemaal niet. In de perioden van grootste groei voelde ik me het meest in gevaar.”

Dus maakt Auro zijn produkten niet aantrekkelijk voor de brede massa, voert Auro geen populaire reclamecampagnes en is de marketing niet in handen van een 'professional', maar van de architect Peter Haverkamp. De verpakking vermijdt elke associatie met planten, bloemen of lieve dieren, maar overlaadt de koper met informatie over de inhoud. Auro is een van de weinige verffabrikanten die hun verfbussen van een ingrediënten-declaratie voorzien alsof er voedsel in zit.

Auro heeft gekozen voor mond-tot-mond reclame en voor Medienarbeit: men nodigt journalisten uit om een kijkje te komen nemen en gaat met suïcidaal aandoende openhartigheid in op alle vragen. Zeker, de kwaliteit van de natuurverven blijft nog achter bij die van de synthetische verven en, inderdaad, onaangebroken bussen muurverf kunnen op den duur gewoon beschimmelen.

Ook waar: de produktie is nog zo kleinschalig dat kleurverschillen tussen de opvolgende charges van dezelfde verfsoort niet zijn uit te sluiten. En honderd procent milieuvriendelijk zijn de verven nog niet: aan toepassing van kobalthoudende droogmiddelen valt niet te ontkomen.

Zelfs over de naam Auro doet Fischer niet ingewikkeld. Dat blijkt helemaal niets te betekenen. “Het was de naam van een denkbeeldige pop van mijn dochtertje. De creativiteit van een onschuldig kind.” Zó verstandelijk is Fischer niet of hij houdt er toch rekening mee dat sommige zaken zich aan rationalisering onttrekken. “Levensvreugde, welbevinden, behaaglijkheid, dat nemen we zeker ernstig. Maar we misbruiken de emotie niet.”

Begin jaren tachtig bleef Fischer berooid achter na het debacle met een eerste verffabriek die in het revolutiejaar 1968 was opgericht maar aan typische jaren-zeventig-problemen te gronde ging. Naïviteit, ongefundeerd optimisme, Prinzipienreiterei en eindeloos gedelibereer werden de onderneming fataal. Fischer experimenteerde nog wat met nieuwe receptuur voor zijn verf en vroeg zich af of hij maar niet liever terug in de wetenschap zou gaan. Geld was er niet meer en de meest voor de hand liggende geldschieters zagen geen heil meer in zijn plannen.

Interessant genoeg vond hij bij de 'kapitalistische' Dresdner Bank een directeur die wel toekomst zag in zijn produkten. Met krediet van de bank en steun van de overheid huurde hij een oude conservenfabriek met een koopoptie op het verwaarloosde bedrijfsterrein. Inmiddels is het eigendom van Auro geworden.

De drie man van het eerste uur zijn er inmiddels zestig. Dat onder hen het oeverloze getheoretiseer zal uitbreken dat de eerste onderneming fnuikte, is gezien de veranderde tijdgeest niet waarschijnlijk. Toch wordt het zoeken naar de aller-milieuvriendelijkste oplossing soms nog tot in het extreme doorgezet. Het culmineerde onlangs in een debat over de optimale samenstelling van de uiteinden van het lint dat de dozen met verfblikken dichthoudt. De kogelmolens voor het malen van de pigmenten worden, na rijp beraad, gekoeld met opgespaard regenwater om leidingwater te besparen.

Ook de bedrijfsstructuur vertoont nog sporen van het eerste experiment. Er is een beperkt arbeiderszelfbestuur dat de werknemers in staat stelt de werktijden, ja zelfs de werkdagen, zelf te kiezen. Men beslist mee over de aanschaf van produktiemiddelen. Of de àfschaffing daarvan, want de volautomatische vulmachine is weer op non-actief gesteld. De verfblikken van Auro worden nu half-automatisch gevuld: een machine doseert en een werknemer schuift de verfbussen onder de tuit en doet ze later dicht. Maar niemand doet dat langer dan een uur.

Wie er een zintuig voor heeft neemt waar dat de bedrijfsvoering tegen de antroposofische beginselen aanleunt. Dat is ook zo, zegt Fischer. “Maar niet meer dan dat. En we indoctrineren niet.” De teelt van het vlas dat het lijnzaad voor de lijnolie moet leveren gebeurt volgens 'ecologische' beginselen: zonder kunstmest of bestrijdingsmiddelen. Een boerencoöperatie in de omgeving heeft er 300 à 400 hectare voor ingeruimd en sloot een contract voor de levering van lijnzaad waarbij de risico's van prijsfluctuaties met de verffabriek worden gedeeld. Valt de oogst tegen, dan betaalt Auro iets meer en omgekeerd.

Lijnolie is het basisprodukt van de meeste lakken, verven en beitsen van Auro. Het werd tot voor kort nog verdund met Portugese gomterpentijn, maar tegenwoordig vooral met citrusolie uit sinaasappelschillen, een bijprodukt van de huidige hoogconjunctuur in vruchtensap-consumptie. Samen met de lijnolie, bijenwas, carnaubawas, kokosvet (voor de zeep van zusterbedrijf Abax) verspreiden de vaten Braziliaanse citrusolie een idyllische geur in de hallen.

Voor de hardheid van de verf doet Auro een beroep op colofonium en tropische damarhars, de oude partij drakenbloed heeft geen bestemming meer. De plantaardige kleurstoffen reseda, indigo en meekrap waarop in promotievideo's zwaar het accent ligt, blijken, wegens hun uv-gevoeligheid, alleen binnenshuis te kunnen worden toegepast (en dan toch nog tamelijk snel te verbleken).

Hetzelfde is het geval met cochenille. Die laatste kleurstof leverde Auro, die destijds het epitheton Pflanzenfarben in de reclame-uitingen hanteerde, een bittere confrontatie op met de Duitse vegetariërsbond. De vegetariërs herinnerden zich dat cochenille bestaat uit gedroogde schildluizen, zoals ook schellak van luizen afhankelijk is. Zij dwongen Auro het woord Pflanzenfarben los te laten. Nu is het Naturfarben.

Voor het buitenwerk bestaan die 'Naturfarben' voornamelijk uit ijzerhoudende mineralen waarmee gedekte tinten geel, bruin tot rood zijn te bereiken. Het blauwe ultramarijn wordt uit aluminiumhoudende porseleinaarde bereid, zwart bestaat uit 'aardzwart' en het wit is titaandioxyde, net als eigenlijk ook in de conventionele verven van giganten als Akzo, Hoechst en Bayer. Sterker nog: het titaandioxyde kòmt van Bayer, maar Auro wist te bedingen dat daarbij de milieuvriendelijkste produktiemethode werd gebruikt. Ook overigens blijkt Auro, afgaande op de merknamen die in de opslaghal in beeld komen, niet helemaal om de gevestigde chemische industrie heen te kunnen.

Tussen de twee bestaat een gewapende vrede: Auro's kritiek op de synthetische verven wordt niet gewaardeerd. Maar, zegt Fischer - van huis uit chemicus - ze hebben mijn aantijgingen tot nu toe nooit kunnen weerleggen. Zelfs Shell besloot, na aanvankelijke dreiging, geen procedure tegen me beginnen toen ik beweerde dat hun synthetische pyrethroiden niet 'biologisch' waren.

Bijna even moeizaam is de omgang met geestverwante bedrijven die ook lijnolieverven verkopen maar veel minder natuurzuiver dan die van Auro. “Men heeft er vaak geen natuurwetenschappelijke achtergrond en is een makkelijke prooi van allerlei toeleveraars die beweren dat ze 'biologische' hulpstoffen leveren. Mijn kracht is dat ik weet waarover ik praat.”

Het was Fischer daarom ook een doorn in het oog dat hij grote moeite had de lokale autoriteiten ervan te overtuigen dat het afvalslib van zijn eenvoudige afvalwaterzuiveringsinstallatie volstrekt onschuldig is en niet onder de noemer 'chemisch afval' valt. Na veel soebatten kwam er eindelijk toestemming om het als gewoon afval te storten, maar nu verbiedt een andere dienst het transport, anders dan als chemisch afval.

Maar een zelfde ambtelijk milieufanatisme kan Auro ook nieuwe kansen bieden. Op een vakbeurs voor uitvaartondernemingen signaleerde Auro een toenemende belangstelling voor natuurverf. In Duitsland breekt het besef door dat mèt de tienduizenden doodskisten die jaarlijks ter aarde worden besteld ook grote hoeveelheden chemicaliën de grond ingaan. Niet zelden worden op doodskisten zeven laklagen aangebracht om de slechte kwaliteit hout aan het gezicht te onttrekken. Fischer, mijmerend: “Onze verf is volledig afbreekbaar. Stel je eens voor wat het zou beteken als men ging eisen dat voortaan alleen natuurverven gebruikt worden.”