Anderhalfverdieners domineren het gezin

ROTTERDAM, 14 NOV. De meeste Nederlandse gezinnen zwalken heen en weer tussen traditionele en meer moderne opvattingen over opvoeding, taakverdeling, zelfstandigheid binnen het huwelijk en vrije tijdsbesteding. Dat concluderen twee Wageningse onderzoekers die hierover 331 getrouwde vrouwen raadpleegden met ten minste een kind.

De onderzoekers onderscheiden drie hedendaagse gezinstypen. In het 'transitionele type', dat voor het eerst zichtbaar werd bij een vergelijkbaar onderzoek in 1972, heersen democratische verhoudingen en staat zelfontplooiing van de kinderen voorop. “In deze groep heb je veel 'anderhalfverdieners”', zegt onderzoeker C. de Hoog. “De vrouw heeft wel een eigen creditcard maar durft geen prêt-a-porter pakje van 700 gulden te kopen zonder eerst even te overleggen met haar man.” Volgens het huidige onderzoek behoort 64 procent van de gezinnen tot dit type.

Een vijfde van de onderzochte gezinnen is van het meer traditionele 'modern westerse type', dat opdook in 1960. Hierin werkt de vrouw meestal niet buitenshuis of stort, als ze dit wel doet, het verdiende geld in een gezamenlijke pot. In de opvoeding staan orde en regelmaat centraal en niet de ontwikkeling van de kinderen tot zelfstandige individuen.

In slechts 15 procent van de gezinnen hebben man en vrouw huishouding en verzorging gelijk verdeeld, of heeft de man een groter aandeel. Dit type noemen de onderzoekers 'postmodern'.

Volgens De Hoog is te veel overheidsbeleid, bijvoorbeeld voor kinderopvang, gericht op de postmodernen. Hij verwacht geen toename van gezinnen van dit type. Er zijn zelfs postmodernen die “terugvallen” naar een meer traditionele gezinsvorm. “Moeders die het zo druk hebben dat ze part time gaan werken of er zelfs helemaal mee stoppen. Die kiezen voor een soort vrijwillig huisvrouwenbestaan.”