Zelfonderzoek van zeven jonge kunstenaars

The Unbelievable Truth. Tentoonstelling in Bureau Amsterdam, met werk van Job Koelewijn, A.P.Komen & Karen Murphy, Fanni Niemi-Junkola, John Shankie en David Shrigley. Rozenstraat 59, Amsterdam. Tot 8 dec. Open di t/m zo, 11-17u.

Om niets minder dan 'de waarheid' is het hen te doen, de zeven jonge beeldende kunstenaars bij Bureau Amsterdam. Weliswaar een 'Unbelievable Truth', zoals het uitwisselingsproject tussen kunstenaars uit Glasgow en Amsterdam heet, maar toch. 'Waarheid geldt als beginsel van het werk', luidt het in de catalogus. Waarop zich de vraag aandient: wat voor waarheid?

De opvatting dat de beeldend kunstenaar waarheid in de werkelijkheid ontdekt en die verbeeldt in zijn werk, stamt uit de vroege 19de eeuw, de periode van de Romantiek. Kaspar David Friedrich bijvoorbeeld wilde een diepere, voor gewone mensen onzichtbare, waarheid schilderen. Maar de hedendaagse kunstenaars wijzen de illusionistische schilderkunst, het oproepen van een driedimensionale wereld op het platte vlak, af, want dit strookt niet met hun idee van waarheid. Evenmin moeten ze iets hebben van het Modernistische waarheids-concept, dat er toe leidde dat de kunst (met minimal en concept Art) gereduceerd werd tot haar meest wezenlijke, naakte eigenschappen. Deze methode is hen weer al te absoluut en dogmatisch.

Wat blijft er dan over van het zoeken naar waarheid? Dit: een onderzoek naar de eigen beweegredenen om kunst te maken en het openlijk erkennen van de twijfels en onzekerheden jegens het eigen kunstenaarsschap. De exposanten in Bureau Amsterdam zijn allen bezig met zo'n zelfonderzoek. De objecten die zij tonen zijn er de neerslag van.

Job Koelewijn maakte op een velletje papier een Zelfportret, bestaande uit een grafiekje van zijn wisselende gemoedstoestanden gedurende de maand september. Er valt ondermeer uit op te maken dat hij die maand vooral nerveus was, onzeker, een beetje verliefd en af en toe jaloers. De Schot David Shrigley vervaardigt piepkleine, speelgoed-achtige objectjes, zoals een paar tegen de plint geplaatste zwarte voetjes, getiteld The end of something, en een vrolijk zwierend rokje in geel en rood. Ook Shrigley observeert zichzelf. In de tekening As I come to the end of my career beschrijft hij in woord en beeld een droom, waarin hij sterft en de andere wereld binnengaat. Het werk van John Shankie is, net als dat van Shrigley, sterk relativerend van toon. Hij exposeert ondermeer een met bierdoppen bezaaid overhemd, en een bed dat met de vier poten in zeilbootjes rust, getiteld Bearing.

Maar wat heeft dit alles met waarheid te maken? Waarheid veronderstelt een zekere algemene geldigheid en deze kunstwerken ontstijgen nergens aan de strikt persoonlijke beleving. De Interne communicatieversterker van Koelewijn illustreert deze afhankelijkheid van de particuliere ervaring. Hij ontwierp een instrument, bestaande uit een mondstuk met een soort stofzuigerslang die zich in tweeën splitst. Op de uiteinden bevinden zich douchekoppen, bedoeld om op de oren te zetten. Zo ontstaat een gesloten circuit. De gebruiker ervan 'communiceert' uitsluitend met zichzelf, door naar zichzelf te luisteren en steeds dezelfde woorden te herhalen. Iets soortgelijks is aan de hand in een vraaggesprek op video, van Fanni Niemi-Junkola, met een jonge, ambitieuze, en goudeerlijke bokser. 'Zou je prof willen worden?' '... Ik zou het willen proberen. Ik werk heel hard ...' 'Kan je een perfecte techniek krijgen?' 'Dat is moeilijk te zeggen. Het is altijd te proberen ...', enzovoort.

'Eerlijkheid' is de term die hier meer van toepassing is dan 'waarheid'. De kunstenaars in deze tentoonstelling maken zich zorgen over de legitimatie van hun kunstenaarsschap, en dat is op zichzelf sympathiek. Maar eerlijkheid levert nog geen kunst op: eerlijkheid heeft zelfs heel weinig met kunst te maken.

    • Janneke Wesseling