U kent mijn noden niet, ik ken uw God niet

“God is liefde, zegt u. Dat zegt mij niets. Waarom bewijst u het mij niet? Als God werkelijk liefde is, als u werkelijk het woord van God spreekt, zoals u zegt, als God door uw mond spreekt, het is een fraaie mond, als u werkelijk overstroomt van het woord van God dat liefde is, gaat u met mij mee naar mijn slaapkamer, daar kleed ik u uit, daar toont u mij uw lichaam van God, opdat ik niet verloren zal gaan, daar heb ik meer aan dan aan dat saaie mantelpakje dat het zicht op God beneemt.

Het is toch werkelijk schandelijk dat u mijn huis binnendringt, mij de meest intieme vragen stelt, de intiemste is wel of ik in God geloof, uw God moet dat zijn, of ik wel weet dat Uw Heere mij zal verlossen, als ik mij maar overgeef aan Uw God, dat is werkelijk infaam, mij zulke vragen te stellen. U kent mijn noden niet, ik ken Uw God niet; Uw God weet niets van mij, toch brengt u Hem binnen, zet u Hem onuitgenodigd op mijn stoel, laat u Uw God die uw lichaam is zegt u, van mijn thee drinken, die helemaal niet door Uw God gegeven is, maar door arme sloebers zonder onderwijs en zonder medische verzorging, zonder vakbond, die de theeblaadjes plukken in de heuvels van Sri Lanka, ten koste van hun rug en het kind dat zij in zich dragen. Uw God schenkt geen thee, ik wel, ik die geen koelie van Uw God wil zijn, maar u de enige kans wil bieden mij Hem te leren kennen, door middel van Zijn hoeren die hier maar ongevraagd aanbellen net op het moment dat mijn god zijn Deutsch 804 speelt via zijn werktuigen, maar die god kent u niet, daar bent u te stom en te gevoelloos voor, daarom bied ik u de kans mij te bekeren via een vluggertje, godinnetje en snel graag. Dat is de wil van Uw God en we zouden er na afloop nog eens over kunnen praten of Hij ook mijn God zou kunnen worden. Dat valt te overwegen. Maar eerst moet u met bewijzen komen. Niet? Eet uw Mariakaakje en verdwijn. Godedag.''