Terug in Marokko timmert Abdellatif weer kistjes

Terug in Marokko pakken uit Nederland verwijderde illegalen hun oude leven weer op. “Waarom kom je zonder dirhams terug, vroeg mijn vader. Je had geld moeten verdienen in plaats van je te laten oppakken.”

NADOR, 13 NOV. “Ik wil terug naar Nederland. Ik zal daar alles voor proberen.” Abdellatif (27) kijkt vastberaden en schudt zijn zwarte pijpenkrullen op en neer. Zes maanden geleden zette de Nederlandse vreemdelingenpolitie hem uit naar zijn geboorteland Marokko. In een jaar tijd had hij vier Nederlandse gevangenissen van binnen gezien. Nu maakt hij al weer plannen om terug te keren - legaal met behulp van zijn Nederlandse vriendin of illegaal met behulp van tienduizend dirham voor de riskante oversteek over de Straat van Gibraltar.

In het noordoosten van Marokko willen alle jonge mannen weg. Onder hun schotelantennes dromen ze mee met de quizzen uit Frankrijk, Duitsland en Nederland en vereenzelvigen ze zich met de hoofdrolspelers uit de vele soaps. Aan de Spaanse boulevard in Nador, gelegen aan de Middellandse Zee, schijnt op zaterdag- en zondagmiddag het blauwe licht van de tv naar buiten. Moppen in het Duits klinken op volle sterkte door het open raam, mannen lachen. Velen verstaan een beetje Duits of spreken gebroken Nederlands. In deze landen hebben ze legaal of illegaal gewerkt, tot hun werkvergunning afliep of ze tegen de lamp liepen.

In december moet de vriendin van Abdellatif naar Berkane komen, een provinciestadje in het noordoosten van Marokko, op de grens met Algerije. Zijn moeder heeft de foto's van het meisje gezien en haar goedkeuring gegeven. Wellicht kan Abdellatif met haar mee terug naar Nederland. Er is één probleem. In Nederland loopt nog een aanklacht tegen Abdellatif wegens mishandeling en verkrachting van zijn ex-vriendin.

Diezelfde aanklacht zorgde uiteindelijk voor zijn gedwongen 'verwijdering' uit Nederland. Hij zat rustig in een café, vertelt Abdellatif, toen vier agenten hem in de boeien sloegen. Dertien maanden verbleef hij achter tralies. Zijn paspoort had hij kwijtgemaakt en dus moest de Marokkaanse ambassade een laissez passer afgeven: een document waarmee men terug kan naar zijn geboorteland. Maar de ambassade had niet zo'n haast deze lastige onderdaan terug te nemen.

Op een ochtend werd hij door de marechaussee uit zijn cel gehaald en naar Schiphol gebracht. Daar stond het vliegtuig naar Marokko klaar, de reis verliep rustig. “Ik was blij dat ik eindelijk vrij was en naar huis ging.” In Casablanca droeg de marechaussee hem over aan de Marokkaanse politie, die hem voor 48 uur in de cel zette: standaardprocedure. Abdellatif werd na 24 uur vrijgekocht door zijn broer.

Demi (30) zegt slechter af te zijn geweest. Hij werd twee jaar geleden uitgezet na een illegaal verblijf van vier jaar in Nederland. Ook Demi belandde in de cel in Casablanca. “Ik was de laatste in een cel voor zes personen. De plaats naast de emmer met uitwerpselen was voor mij.” Demi beleefde twee verschrikkelijke nachten; hij laat doorschemeren te zijn verkracht.

Twee dagen later liet de politie hem vrij in Casablanca. Zonder geld zwierf hij rond. “Maar ik heb nooit gebedeld”, zegt hij trots. Uiteindelijk leende een vrouw hem negentig dirham, waarmee hij een treinkaartje naar huis kocht. Het werd geen triomfantelijke intocht. “Waarom ben je zonder dirhams teruggekomen? Je had geld moeten verdienen in plaats van je te laten oppakken door de politie, zei mijn vader.” Demi's vader wilde hem niet meer in het ouderlijk huis.

Abdellatifs en Demi's verhalen schrikken hun leeftijdgenoten niet af. Demi: “Ze denken dat hun zoiets niet overkomt.” De wil om te vertrekken overheerst en wordt vooral ingegeven door de slechte economische perspectieven in het Rif-gebergte en zijn uitlopers. Landbouw is schaars, werk nog schaarser. Een groot deel van de jonge Marokkaanse bevolking is apathisch. Jongens kunnen een hele middag onder een boom zitten, mannen op een terras. Jonge, vakantievierende Marokkanen uit West-Europa versterken de droom van een beter leven. Vanmiddag rijdt een Mercedes met Nederlandse nummerplaten over de boulevard van Nador; de bestuurder draagt een hippe zonnebril, uit zijn cassetterecorder klinkt de nieuwste dansmuziek.

Abdellatif gaf zes jaar geleden gehoor aan zijn droom. “Ik maakte kistjes voor sinaasappelen, dat leverde niet veel op. Ik zou nooit een eigen huis kunnen kopen.” Hij vertrok via Algerije naar Mallorca en had daar volgens eigen zeggen geen visum voor nodig. Eenmaal binnen de Europese Unie ging het makkelijk: van Mallorca naar Barcelona naar Nederland. Demi vroeg op 20 mei 1990 een toeristenvisum aan voor Nederland. Hij kreeg het visum, maar bleef jaren in plaats van de toegestane drie maanden weg.

Tegenwoordig heeft een vertrek meer voeten in de aarde. Onder internationale druk heeft de Marokkaanse regering de controle op illegalen verscherpt. Toch blijven velen de oversteek naar Spanje over de Straat van Gibraltar wagen. De tocht kost volgens ingewijden minimaal tweeduizend gulden en is niet zonder gevaar. Vorige maand verdronken vijfentwintig Marokkanen. Onder hen zou een illegaal uit Den Haag zijn geweest. De man zou al vijf jaar in Nederland wonen, maar moest naar Rabat om een uittreksel uit het geboorteregister en een bewijs van niet-getrouwd zijn te halen om zo in Nederland te kunnen huwen. Schijnhuwelijk of echte liefde; dat zegt men niet.

Naast de verscherpte Marokkaanse controle deelt de Nederlandse ambassade in de hoofdstad Rabat minder vaak een toeristenvisum uit, bang voor 'vestigingsgevaar'. Toch blijft het aantal aanvragers hoog: in de maanden juli en augustus ontving het visumkantoor van de ambassade respectievelijk 2.315 en 1.954 bezoekers. Het kantoor heeft dranghekken op de stoep en een draaideur die van binnen wordt bediend. Dat is bedoeld om de lange rijen wachtenden in bedwang te houden. Op hoogtijdagen, zo zegt medewerker J. Teerlink, komen daar nog eens twee agenten bij om de orde te handhaven. In juli en augstus werd aan 322 en 167 mensen een visum geweigerd. “Jonge vrijgezellen met een lege bankrekening en een vage garantsteller in Nederland wijzen we af”, aldus Teerlink.

Twaalfhonderd kilometer naar het oosten, nabij de Algerijnse grens, lacht Demi. Hij was zo'n jonge vrijgezel, die zonder een cent op zak Marokko verliet. Maar hij had een solvabele garantsteller in Nederland. Demi trad toe tot het leger van illegalen. Hij werkte een maand in een textielfabriek voor duizend gulden. Van dat geld kocht hij voor zevenhonderd gulden een valse werkvergunning. Hij maakte schoon bij warenhuisketen V&D, maar vertrok stilletjes toen men ontdekte dat de werkvergunning niet in orde was. Via een uitzendbureau kwam hij bij de PTT terecht.

In tegenstelling tot Demi was Abdellatif het voorbeeld van een criminele illegaal. De verleidingen van het rijke, vrije Nederland kon hij niet weerstaan. Hij begon alcohol te drinken, snoof cocaïne, stal uit winkels en ging zich te buiten aan seksuele uitspattingen. Nederland eiste ook zijn tol van Abdellatif. Van de eigenaar van een Eindhovens restaurant zou hij nog vierduizend gulden tegoed hebben - het loon van drie maanden spoelen en soppen in de keuken. “De eigenaar zei: een illegaal gaat toch niet naar de politie.” Abdellatif zocht andere baantjes, sjouwde kippen naar vrachtwagens. “In iedere hand vier kippen”, zegt hij en spreidt demonstratief zijn vingers.

Uiteindelijk is Demi meer met zijn vertrek opgeschoten dan Abdellatif. Demi verdient nu zijn geld met het schrijven van brieven in het Arabisch en in het Nederlands. Ook vult hij formulieren van de Nederlandse overheid in voor remigranten. Abdellatif is in dezelfde sleur terechtgekomen die hij destijds ontvluchtte. Hij woont bij zijn ouders en timmert weer sinaasappelkistjes in elkaar. Zijn hoop is gevestigd op zijn nieuwe liefde - met kerst in Marokko.

De namen Abdellatif en Demi zijn om redenen van privacy gefingeerd.

    • Yaël Vinckx