Simek losgelaten op junkiedominee

Het is makkelijk om een hekel te hebben aan Martin Simek. Wanneer hij met priemende ogen zijn voorhoofd bijna tegen dat van zijn slachtoffer drukt om maar tot diens allerdiepste wezen door te dringen. Wanneer hij met brede handgebaren en zoekende blik vijf minuten over een vraag doet die feitelijk neerkomt op: “Vertel eens wat meer over uw overspel?” Wanneer hij zich richting camera wendt om zijn warrige oordelen te geven. “Maar stel je voor dat wai allemaal een beetje een loel zijn...”

Simek is volstrekt naturel, zo vrees ik. Klef en chaotisch, geneigd tot prediking en ongewenste intimiteiten. Soms kijk je met plaatsvervangende gêne naar zijn gepeuter naar de ware aard van, of naar de mens achter. Niet iemand om mee in een lift opgesloten te raken.

Toch is Simek ook een van de beste interviewers van Nederland. Hij lijkt weinig voor te bereiden en op zijn intuïtie te drijven. Dat maakt zijn interviews onvoorspelbaar, en dus goed. Niets is zo gaapverwekkend als een voorgekookt vraaggesprek.

Vanavond is Simek in zijn nieuwe reeks programma's Kleur Bekennen weer prima op dreef met dominee Visser. Als zoveel zielsherders en welzijnswerkers weet deze junkiedominee zichzelf goed te verschuilen achter quasi-openhartigheid. Waar de dominee in gezwam dreigt te verzanden, zet Simek echter resoluut de koevoet in het gesprek. 'Onderlinge herkenningspunten' die tot 'vruchtbare discussies leiden'? “Waar heb jai het over, Visser? Jai hebt toch gain vruchtbare discussies? Hou toch op, wat een onzin.”

De dominee laat zich gemakkelijk op de sofa leggen. Zijn afkeer van gezag wordt veroorzaakt door angst voor uniformen in zijn kinderjaren en is ook een restant van de jaren zestig, zo leren we. Ondanks zijn liefde voor hopeloze zaken is hij doodsbang voor een Don Quichotte te worden versleten. Eens rolde hij met zijn tweede zoon vechtend over de grond na ruzie over een pak karnemelk. Berustend constateert Visser dat sommige medewerkers van zijn Pauluskerk hem beter kennen dan zijn kinderen hem kennen, dat hij evenmin als zijn vader erin slaagt tot hen door te dringen. “Ik steek die rivier nooit over. Soms sta ik halverwege in het water, verder kom ik niet.”

Een mooi interview, al weet ik niet of Simek met zijn methode de zap-generatie bij de les houdt. Ik had in elk geval de neiging een ander kanaal te zoeken tijdens een van zijn minutenlang betogen. Het ging geloof ik over een picknick onder de Sacre Coeur met zijn broer, twintig jaar geleden, waarbij Simek een aardige Pool tegenkwam met een verlopen paspoort. Hoe het afliep, ben ik vergeten. Ook de dominee keek tijdens zijn betoog wat glazig uit zijn ogen.

Simeks gewroet om de ziel van de geïnterviewde bloot te leggen, leidt heel vaak tot het gewenste resultaat. Je leert iemand echt kennen, zo lijkt het. Helaas leer je bij wijze van bonus ook Simek kennen.

    • Coen van Zwol