'Schandalige claims rond nazi-goud'

PARIJS, 13 NOV. Het Franse weekblad Le Nouvel Observateur publiceert deze week een opzienbarend rapport over geroofd goud dat in de Tweede Wereldoorlog door de nazi's bij Zwitserse banken was ondergebracht. Het tot nu toe geheime rapport was al in 1971 gereed, maar is volgens het weekblad “te beschamend” en is zodoende niet eerder in de publiciteit gebracht.

De 337 ton goud in de Zwitserse kluizen, die de geallieerden na de Tweede Wereldoorlog wisten te achterhalen, is na de oorlog verdeeld over negen landen. Volgens de Frans-Engels-Amerikaanse commissie die de claims op het goud onderzoekt, is er nog 5,5 ton goud te verdelen.

Frankrijk heeft 144 ton gekregen, waarvan 127 ton naar België is gegaan en 2,7 ton naar Luxemburg. Nederland kreeg 71 en Oostenrijk 50 ton goud. De Nederlandse staat claimt in totaal ruim 145 ton, het deel van de claim dat niet gehonoreerd is wil Nederland alsnog ontvangen.

Andere landen die een deel van het goud toegewezen hebben gekregen zijn Tjechoslowakije, Italië, Joegoslavië, Polen, Albanië en Griekenland. In totaal komt het aantal tot 1957 onderzochte claims op 514 ton.

Le Nouvel Observateur meldt dat sommige claims “schandalig” zijn. Zo heeft Polen 20 ton 'christen-goud' en 80 ton 'jodengoud' geclaimd, zo blijkt uit het rapport. Bij dit laatste cijfer baseren de Polen zich op het aantal omgebrachte joodse Polen, te weten 3,2 miljoen. Polen heeft uiteindelijk 2,5 ton goud gekregen.

Een ander probleem is de oorsprong van de 337 ton goud, dat nu een waarde vertegenwoodigt van 4 miljard dollar. Het werk van de commissie behelsde de centrale banken, waarvan de goudreserves door de nazi's waren geplunderd, schadeloos te stellen en niet de particulieren. In het rapport staat echter: “Het is onbetwistbaar dat een deel van het goud van privé-personen is onteigend.” Aangenomen mag worden dat onder hen veel joodse oorlogsslachtoffers zijn.

Het rapport signaleert verder dat het nazi-goud vrij snel inzet werd in de Koude Oorlog en dat de goudstaven zo snel mogelijk aan Westerse landen zijn gegeven die beschadigd uit de oorlog kwamen en daardoor een prooi waren voor het communisme.

Bijna 70 procent van het goud is in 1945 door de geallieerden in Duitse zoutmijnen gevonden en 15 procent werd door de (neutrale) Zwitsers aan de geallieerden afgestaan, nadat zij een overeenkomst hadden gesloten. De rest is door andere zogenaamd neutrale landen teruggegeven, die de Duitsers hadden geholpen bij het 'witwassen' van het gestolen goud, waaronder Zweden, Spanje en Portugal. (AFP)