Overlast

De inrichting is toe aan een come-back, evenals de gedwongen opname. In de afgelopen vijfentwintig jaar is de inrichting als maatschappelijk verschijnsel in een naargeestig daglicht komen te staan: er werd voornamelijk tegenaan gekeken als instrument ter onderdrukking van het individu.

Dat geldt voor psychiatrische inrichtingen en in iets mindere mate voor inrichtingen, waar zwakbegaafden, dubbelgehandicapten en autisten worden verzorgd. De consensus luidt dat het beter is voor deze personen om in hun eigen omgeving te leven. Daar komen ze beter tot hun recht en daar kan de ware zorg op maat verstrekt worden.

Ouders die hun onhanteerbare autistische kind op een gegeven moment toch in een inrichting willen doen, krijgen enerzijds te maken met veroordeling door de omgeving (je kind ergens opbergen, dat doe je toch niet), anderzijds met jarenlange wachtlijsten, omdat de volwassen geestelijk gehandicapte kinderen van hoogbejaarden eerder aan de beurt zijn. De inrichting als zodanig heeft geen prioriteit op de politieke agenda, want dat komt financieel wel handig uit. De keuzevrijheid van ouders van geestelijk gehandicapten wordt hierdoor aanzienlijk beknot. Er zit voor hen niets anders op dan hun leven in dienst te stellen van dat ene kind. Sommige ouders doen dat blijmoedig en met enthousiasme, anderen kunnen het niet bolwerken en zien het gezinsleven te gronde gaan.

Dat zij niet over keuzemogelijkheden beschikken wegens de enorme wachtlijsten is een grove onrechtvaardigheid, temeer omdat ouders met 'gewone' kinderen die keus wel hebben. Zij kunnen, voordat de schooljaren aanbreken, hun kind naar de crèche brengen. Over de crèche kan van allerlei positiefs worden gezegd, zoals dat het zo gezellig is voor kinderen en dat ze er sociale vaardigheden leren, maar de belangrijkste functie is toch die van kinderopbergplaats om ouders de handen vrij te geven zich met andere dingen bezig te houden. Een inrichting kortom.

Hoe geïndividualiseerder een maatschappij, hoe meer inrichtingen er nodig zijn. Daar valt niet onderuit te komen. Van een willekeurige vijftiger kan niet verwacht worden dat hij/zij een dementerende vader of moeder in huis neemt voor een rond-de-klokverzorging. De meeste mensen zijn niet bereid een dergelijke last te dragen, nu niet en vroeger volgens mij ook niet.

Er bestaat een bepaalde mythe dat gekken en zwakzinnigen vroeger liefdevol en tolerant binnen de familieclan werden opgevangen en dat onze maatschappij daar te egoïstisch voor is geworden. Of dit klopt, betwijfel ik. De geschiedenis van dolhuizen en krankzinnigengestichten in Europa door de eeuwen heen verschaft in ieder geval geen opwekkend beeld van het lot van overlast gevende mensen. Gedurende de eerste helft van deze eeuw vormde de man die alleen maar dacht dat hij Napoleon was het cartooneske stereotiep van een psychiatrisch geval in een gesloten inrichting. Terwijl dat toch betrekkelijk onschuldig is. Daarvoor komen de jongens met de witte jassen tegenwoordig niet meer in actie. De lijders aan paranoia zwerven nu op straat rond of bewonen flatjes in erbarmelijke omstandigheden, waar het afval en de van buiten meegenomen rotzooi zich opstapelt tot broeinesten van stank en ongedierte. De overlast gevende medemens komt, zoals elk maatschappelijk probleem, harder aan in de lagere sociale klasse.

Opname in een inrichting, sowieso elke vorm van hulp, gebeurt alleen op vrijwillige basis, tenzij iemand tot levensbedreigende agressie overgaat (dreigen is niet voldoende), dan wil er nog wel eens een psychiater z'n handtekening zetten voor een tijdelijke opname. Maar iemand kan rustig zijn eigen meubilair kort en klein slaan, de buren terroriseren met lawaai, stank en kakkerlakken, zonder dat wie dan ook gerechtigd is in te grijpen. Zelfs zo iemand de huur opzeggen is al moeilijk.

Dit is even onrechtvaardig als de situatie van ouders die de zorg voor hun gehandicapte kind niet meer kunnen opbrengen, misschien nog wel onrechtvaardiger, omdat de band tussen ouders en kinderen, hoe zwaar ook belast, in ieder geval nog door liefde wordt gekleurd, terwijl de omwonenden van een psychoticus aan blinde haat ten prooi zijn. Merkwaardig is dat de enige uitweg voor de omgeving in het criminaliseren ligt: als de psychoticus zijn eigen ruiten aan diggelen slaat, kan niemand iets doen; pas als hij met de ruiten van de buurman begint, kan de politie hem arresteren (en een dag of wat vasthouden).

De tendens tot criminalisering van gekte zie je ook op andere gebieden, stalking bijvoorbeeld, het hinderlijk volgen en pesten van een ander, meestal een ex-partner. Maar een stalker kan ook een onbekende als prooi nemen. Vorige week zag ik de gitarist Harry Sacksioni op de tv een bloedstollend verhaal vertellen over een fan die hem al 22 jaar achtervolgt. De vrouw die inmiddels achter in de dertig is, gaat naar al zijn optredens (die ze af en toe verstoort), staat routinematig voor zijn huis en spreekt boodschappen in op zijn antwoordapparaat, soms zo lang achter elkaar door dat hij onbereikbaar is voor zakelijke contacten. Hij belt de politie, die haar weghaalt en een paar uur later of de volgende dag staat ze er weer. Ze heeft een straatverbod, maar daar houdt ze zich niet aan. Uit meer dan een dagje cel bestaat de sanctie trouwens niet. Een keer gooide hij haar uit woede en onmacht in de plomp voor zijn huis en toen ze boven kwam, riep ze 'Zie je wel dat je van me houdt!'

In de uitzending, waar verder nog enkele vrouwen aan het woord kwamen die door afgewezen minnaars of echtgenoten werden belaagd, werd gedelibereerd over wat hier nu mee moest gebeuren en iedereen was het er over eens dat dit gedrag strafbaar moest worden. Hier was sprake van een lacune in het wetboek van strafrecht, die ijlings gedicht moest worden. D66-Kamerlid Dittrich beloofde ter plekke zijn schouders eronder te zetten.

Zo sterk is het taboe op krankzinnigheid en gedwongen opname, dat er dan maar gekozen wordt voor gevangenissen, trouwens het enige soort van inrichting dat wel in bedenkelijk rap tempo wordt uitgebreid. Maar wat heeft het voor zin om allerlei vormen van gekte als crimineel te gaan definiëren? En dat, terwijl de gevangenissen toch al voor ten minste de helft volzitten met psychiatrisch gestoorde individuen. Gekken horen niet in de gevangenis, maar omdat de gedwongen opname is afgeschaft, komen ze daar meer en meer terecht.

    • Beatrijs Ritsema