Nieuwe normen voor gouden handdrukken

DEN HAAG, 13 NOV. Bij het toekennen van gouden handdrukken door kantonrechters gaan landelijk dezelfde normen gelden. Dat heeft de Kring van Kantonrechters gisteren bekendgemaakt. De nieuwe normen zullen per 1 januari 1997 van kracht worden.

Tot nu toe hanteerden kantongerechten verschillende formules bij het toekennen van gouden handdrukken. Hierdoor kunnen afkoopsommen in vergelijkbare gevallen in verschillende arrondissementen tienduizenden guldens uit elkaar liggen.

Binnen de advocatuur en ook in werkgeverskringen bestond veel kritiek op deze praktijk. In een toelichting op de aanbevelingen, erkent de Kring van Kantonrechters dat “wildgroei en onoverzichtelijkheid” dreigt in de huidige praktijk. De Kring probeert met de nieuwe landelijke 'aanbevelingen' aan de kritiek tegemoet te komen.

Volgens de nieuwe formule zullen de kantonrechter bij het vasstellen van afkoopsommen drie factoren met elkaar vermenigvuldigen: dienstjaren, het salaris, en de specifieke onstandigheden van een bepaald geval. Als bij een ontslag de werknemer niets valt te verwijten, omdat hij bijvoorbeeld vanwege een reorganisatie moet afvloeien, geldt dat dienstjaren en salaris met elkaar vermenigvuldigd zullen worden.

Prof. mr. P. F. van der Heijden, hoogleraar arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, noemt dit een verregaande wijziging van het nu geldende ontslagrecht. “Dit betekent dat iedereen in principe recht heeft op een afvloeiingsregeling. Dat is nu nog niet het geval. Eigenlijk zou de wetgever tot een dergelijke wijziging moeten besluiten. Maar de politiek laat het liggen.”

Jaarlijks worden door de kantonrechters zo'n 50.000 gouden handdrukken toegekend, twintig jaar geleden was dat slechts 500 keer per jaar. Werkgevers laten een ontslagprocedure bij voorkeur via het kantongerecht lopen, en niet via het arbeidsbureau, omdat de procedure bij de kantonrechter veel sneller verloopt.

De 'aanbevelingen' hebben geen juridisch bindende kracht, in specifieke gevallen kan ervan worden afgeweken. Partijen kunnen dus ook geen rechten ontlenen aan de aanbevelingen. “Bindend kun je afspraken natuurlijk nooit maken”, zegt mr. J. Brada, voorzitter van de Kring van Kantonrechters.

“Natuurlijk blijven er toch verschillen bestaan. Dat is maar goed ook. De ene werknemer is de andere niet. Wie meer leed treft, krijgt meer geld. Gelijke monniken bestaan niet, dus ook de kappen verschillen.”

Van der Heijden meent: “Deze aanbevelingen zijn boterzacht. In de formule spelen de specifieke omstandigheden een doorslaggevende rol en daarbij dus ook het oordeel van de individuele kantonrechter.