'Lichte' bouw van steden bespaart miljarden guldens

'Lichte stedenbouw' betekent flexibeler bouwen met minder infrastructuur, onder meer aan riolering. Dat zou een besparing van miljarden opleveren.

ROTTERDAM, 13 NOV. Vertegenwoordigers van waterschappen, gemeenten, adviesbureaus, boerenorganisaties en bouwondernemingen begonnen zich luidruchtiger te roeren naarmate de lezing van de Rotterdamse stedebouwkundige T. Matton over “de lichte stedenbouw” in het conferentiecentrum in de Brabantse bossen vorderde. De vraag luidde waar hij de te verwachten aanwas met nog eens miljoenen Nederlanders wilde huisvesten bij de verwezenlijking van zijn idee om de woningen “losser in het landschap” te zetten. Dat had hij tijdens een cursus bij het centrum voor alternatieve techniek De Twaalf Ambachten in Boxtel naar voren gebracht.

De ondertitel van die cursus luidde: De rioolvrije stad. Als inherent daaraan wordt beschouwd de “lichte stad” met minder infrastructuur en een kortere omlooptijd van de gebouwde omgeving waardoor met minimale ingrepen een snelle verandering in het woongebied mogelijk wordt. Die ingrepen moeten dan zijn gebaseerd op principes van ecologie en milieu.

Volgens Matton is in Flevoland voor de opvang van de bevolkingsaanwas voldoende ruimte, zeker nu steeds meer boeren ermee ophouden. Hetzelfde geldt volgens hem voor Noord-Brabant, maar ook voor delen van Rotterdam. “Verdund” en milieuvriendelijk bouwen in een ecologische of groene hoofdstructuur moet, meent hij, ook tot de mogelijkheden gaan behoren. De huizen die hem voor ogen staan zijn alle voorzien van een eigen afvalwaterzuivering met behulp van plantenfilters, waardoor uiteindelijk, gerekend over heel Nederland, miljarden guldens zouden kunnen worden bespaard op riolering.

Waterzuivering per huishouding zou steeds meer terrein winnen. Voorbeelden van woonwijken die ervan zijn voorzien zijn delen van het Berlijnse Kreutzberg, waar het zogenoemde grijze water, afkomstig van de wasmachine en het aanrecht, afgevoerd wordt naar 9 bakken die het water schoonmaken om het vervolgens weer terug te voeren naar het huis voor de spoeling van het toilet. In het Parc Citroen in Parijs is al zo'n rioolvrije wijk. Dat is ook het geval in de 400.000 inwoners tellende Japanse stad Wakayama, waar van de menselijke fecaliën mestkorrels worden gemaakt.

S. Leeflang van De Twaalf Ambachten zegt dat in Nederland al tientallen boerenbedrijven gebruik maken van afvalwaterzuivering met behulp van helofyten. Dat zijn rietplanten die het in een bak opgevangen afvalwater dusdanig zuiveren dat het kan worden hergebruikt voor bijvoorbeeld het besproeien van de tuin. Dat systeem werd door De Twaalf Ambachten ontwikkeld en verkocht. Het Sociale Werkvoorzieningschap in Almelo gaat helofytensystemen maken en bij klanten plaatsen. Er zijn, aldus Leeflang, al wasserijen, autowasserettes en fabrieken die ermee werken.

De Twaalf Ambachten ontwerpt nu een aanzienlijk lichtere helofyten-zuiveringsbak (1.235 kilo tegen ruim 4000 kilo nu) omdat in plaats van zand steenwol wordt gebruikt. Daardoor kunnen ze ook op daken of balkons worden geplaatst. In de nieuw te bouwen Haagse wijk De Verademing heeft architect Peijnenborgh op de dakterrassen plaats ingeruimd voor zulke bakken. Ze zouden volgens Leeflang “prachtig passen” in de “lichte stad”. De kosten zijn volgens hem minder dan 10.000 gulden tegen de 33.000 gulden die elke aansluiting op de drukriolering kost. Mensen die erop overgaan kunnen vrijstelling krijgen van de rioollasten. Het begrip “lichte stedenbouw” werd het eerst gebruikt door de Delftse hoogleraar bouwkunde J. Kristinsson en door Matton van het Rotterdamse stedebouwkundige bureau MRDV. Bedoeld wordt stedenbouw met een aanzienlijk goedkopere en lichtere infrastructuur aan wegen, stoepen en rioleringen. Water hoeft niet meer naar het riool te worden afgevoerd, maar zakt naar het grondwater via een gras/steenplaveisel.

Volgens Kristinsson kunnen door “lichte stedenbouw” aanzienlijke kostenbesparingen worden bereikt, onder andere door het schrappen van een rioleringssysteem. Maar het ruimtebeslag wordt groter: in plaats van 35 woningen per hectare zouden er per hectare tegen dezelfde bouwsom 9 woningen kunnen komen. Daarmee wordt wel tegemoetgekomen aan de wensen van het publiek naar wijken met een landelijk karakter.

    • Max Paumen