Kritiek op marktwerking; Kamer strijdt met Terpstra over thuiszorg

DEN HAAG, 13 NOV. Een meerderheid in de Tweede Kamer is tegen de door staatssecretaris Terpstra (Welzijn) voorgestelde marktwerking in de thuiszorg. Dit bleek vanmorgen tijdens een debat in de Tweede Kamer over de thuiszorg.

Volgens de Kamer is vergaande marktwerking onverantwoord omdat er een vorm van rechtsongelijkheid bestaat tussen de reguliere en de nieuwe instellingen.

Staatssecretaris Terpstra (Welzijn) is voorstander van concurrentie in de thuiszorg. Nieuwe instellingen kregen een entree op de markt als ze aan de voorwaarden van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) voldoen. Ze krijgen een startbedrag van ruim twee miljoen gulden. Verzekeraars zijn verplicht hen te contracteren. Dit leidde tot een toevloed van nieuwe thuiszorgbureaus. Verzekeraars kunnen nu kiezen voor de organisatie die de beste zorg levert voor de laagste prijs.

Terpstra maakte vanmorgen bekend dat nieuwe instellingen vanaf 1 januari niet meer worden toegelaten. De nieuwe instellingen die dit jaar erkend zijn, worden niet wettelijk verplicht alle zorg te leveren in het 'overgangsjaar' 1997. De oude reguliere instellingen zijn daartoe wel verplicht. In 1998 zijn alle instellingen verplicht alle vormen van kruiswerk te leveren.

De PvdA vindt dat er in de uitvoering van de marktwerking verschijnselen voordoen die ongewenst zijn. “Er is rechtsongelijkheid tussen de nieuwe en de oude instellingen ontstaan en de wettelijke basis lijkt te ontbreken”, aldus Kamerlid Vliegenthart (PvdA).

Volgens Kamerlid Van Boxtel (D66) kan marktwerking een aanjagende werking hebben, maar mag het leveren van echte zorg nooit onderhevig zijn aan het doervoeren van marktwerking. “Er is een hybride situatie ontstaan. Het beeld aan thuiszorginstellingen is nu verbrokkeld. De marktwerking is doorgeschoten en dat is niet goed”, aldus Van Boxtel. Hij vindt dat marktwerking eigenlijk alleen plaats zou moeten vinden voor de zorg die niet de verzekeraars wordt vergoed.

Kamerlid Van Blerck (VVD) vindt dat de marktwerking in de thuiszorg “een goede ontwikkeling” die moet worden doorgezet. “Soms zijn nieuwe instellingen goedkoper dan de bestaande instellingen, maar worden ze toch niet gecontracteerd”, aldus Van Blerck.