Fusie Axa en UAP reactie op liberalisatie

AMSTERDAM, 13 NOV. Gaat het Frankrijk in verzekeringen lukken, waar het met bankieren zo jammerlijk faalde? Door de gisteren aangekondigde fusie tussen de twee grootste partijen op de Franse verzekeringsmarkt, Axa en UAP, wordt Europa's absolute nummer één, de Duitse Allianz, gepasseerd.

In de jaren tachtig deed de Franse staatsbank Crédit Lyonnais een aanval op de leidende Europese positie van Deutsche Bank, maar de roekeloze expansie eindigde in een financieel moeras. De Franse belastingbetaler werd opgezadeld met de miljardenverliezen.

De fusie van Axa en UAP is een reactie op de Europese liberalisatie van de markt voor schadeverzekeringen en een voorbode van de slag om de attractieve markt van levensverzekeringen en particuliere pensioenen. “De financiële bedrijfstak heeft een voorliefde voor fusies met ondernemingen uit het eigen land”, zegt een Nederlandse analist. De fusie Axa-UAP vertegenwoordigt een waarde van 40 miljard Franse franc, 13,2 miljard gulden.

Als verzekeraars buiten hun landsgrenzen expanderen, ligt de schademarkt (auto-, brand- en inboedelverzekeringen) het meest voor de hand. Consumenten wisselen bij zulke polissen gemakkelijk van aanbieder en letten sterk op de prijs. Ook in Nederland is de penetratie van buitenlandse partijen op de schademarkt duidelijk hoger dan op die voor levensverzekeringen.

Bij de voor verzekeraars veel winstgevender levens- en pensioenverzekeringen is het een stuk moeilijker stevig voet op een buitenlandse markt te krijgen. Regelgeving verschilt van land tot land.

De fiscale wetgeving in 'het ene Europa' zit vol voetangels en klemmen. Consumenten zijn huiveriger om langlopende contracten af te sluiten met een onbekende, buitenlandse partij. En elk land kent zijn eigen typerende distributiekanalen. Dat jaagt nieuwkomers op hoge kosten voor gebruik (provisies) of voor het scheppen van een eigen verkoopkanaal.

Nederland geldt binnen Europa als een open verzekeringsmarkt, omdat assurantietussenpersonen in principe de polis van elke verzekeraar kunnen verkopen. In Frankrijk daarentegen bestaat deze verkoopmethode nauwelijks. Net als in Duitsland spelen bankkantoren (bancassurance) en verkoopagenten van de verzekeraar zelf een grote rol. Naast de persoonlijke bemiddeling heeft zich verkoop per telefoon genesteld: effectief en tegen lage kosten. Voorbeelden zijn Centraal Beheer (in Nederland) en Direct Line (Groot-Brittannië). Hoewel deze techniek geschikt is voor massaal gebruik over de Europese landsgrenzen heen, zijn er (nog) geen succesverhalen van betekenis.

Om greep te krijgen op deze nationale, weerbarstige en versnipperde markten is schaalgrootte nodig. Dat maakt fusies (met een bank of verzekeraar) aantrekkelijk.

De bundeling van het Nederlandse Amev en de Belgische verzekeraar AG (1991) is een van de weinige geslaagde grensoverschrijdende fusies. “Dat ging niet om kostenbeperking, maar om ontwikkeling van grotere financiële kracht”, aldus een analist.

Binnen de eigen landsgrenzen samengaan is minder bedreigend (“ons kent ons”), levert schaalgrootte (voor buitenlandse expansie) en biedt ruimte voor kostenreductie op de thuismarkt door overlappende activiteiten te saneren. Het beste Nederlandse voorbeeld daarvan is de fusie van Ago en Ennia in 1983, waaruit Aegon ontstond. Zwitserland zag eerder dit jaar een vergaande samenwerking tussen bank Credit Suisse en verzekeraar Winterthur.

De vorming van een Europese verzekeringsmarkt zet nu een kleine fusiegolf in beweging. Een paar maanden geleden gingen de Britse verzekeraars Royal Insurance en Sun Alliance al samen (tot nummer zes in Europa).

Dat kost 5.000 banen. In Duitsland versterkte Allianz zijn thuisbasis door handjeklap met herverzekeraar Münchener Rück: Allianz kreeg daardoor de Vereinte helemaal in handen.

Resultaat: groter marktvolume en de mogelijkheid voor kostenreducties.

Een vergelijkbare ambitie tot kostenverlaging etaleerde gisteren Axa-chef C. Bébéar, die de lokale verzekeraar in twintig jaar in een overrompelende overnamestrategie heeft opgestoten naar de wereldtop.

Overnames in Groot-Brittannië (Equity & Law), Amerika (Equitable) en Australië (National Mutual) maakten Axa tot een partij op de wereldmarkt. UAP werd pas in 1994 geprivatiseerd en vergaloppeerde zich, zoals zovele Franse financiële instellingen, de afgelopen jaren op de lokale vastgoedmarkt. UAP is hoofdzakelijk een Europees bedrijf: sterk in België en Groot-Brittannië (Sun Life) en een behoorlijke positie in Duitsland (via Colonia) en in Nederland.

De nieuwe combinatie krijgt tevens een beursnotering op Wall Street. Axa zette enkele maanden geleden de stap naar het hol van de kapitalistische leeuw waar aandeelhoudersmacht de norm is.

Het onderstreept het ongebruikelijke karakter van de fusie: heel Frans, maar met elementen waaraan de meeste andere Franse bedrijven zich niet wagen.